Besluit van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 14 februari 2023 (kenmerk 2022045471) ter verdeling van de besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023

Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • Aanwijzing: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz jaar t;

  • beheerskostenbudget: het bedrag van de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskosten Wlz ten laste van het Fonds langdurige zorg;

  • Besluit houdende de aanwijzing van de zorgkantoren: besluit van de Minister van VWS waarin hij Wlz-uitvoerders aanwijst als zorgkantoor;

  • contracteerruimte: het totale financiële kader dat beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders met een zorgkantoorfunctie om zorg in natura te contracteren bij zorgaanbieders of zelfstandige zorgverleners;

  • Minister van VWS: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • Minister voor LZS: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;

  • Nadere aanwijzing: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz jaar t;

  • NZa: Nederlandse Zorgautoriteit;

  • opgave ZN: Brief van ZN over de afspraken van zorgkantoren en Wlz-uitvoerders over de verdeling van de geoormerkte bedragen voor respectievelijke de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders;

  • SVB: Sociale Verzekeringsbank;

  • Tweede nadere aanwijzing: Tweede nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz jaar t;

  • Wlz: Wet langdurige zorg;

  • Wlz-uitvoerder: een rechtspersoon als bedoel bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wlz;

  • hetZorginstituut: Zorginstituut Nederland;

  • zorgkantoor: een zorgkantoor als bedoeld in het Besluit van de Minister van VWS van 14 december 2020, kenmerk 1783045-214376-Z, houdende de aanwijzing van zorgkantoren (Stcrt. 2020, 66954);

  • ZN: Zorgverzekeraars Nederland.

Artikel

2

Het Zorginstituut stelt een voorlopig, nader en definitief beheerskostenbudget vast met inachtneming van de in de Aanwijzing, Nadere aanwijzing en Tweede nadere aanwijzing genoemde bedragen.

Artikel

3

Het Zorginstituut rondt het voorlopige, het nadere en het definitieve beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden.

§

2

Voorlopige vaststelling beheerskostenbudget jaar 2023

Artikel

5

Het Zorginstituut stelt in februari van jaar 2023 voor ieder zorgkantoor, iedere Wlz-uitvoerder en de SVB een voorlopig beheerskostenbudget vast.

Artikel

6

Het Zorginstituut verdeelt het budget over de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg als volgt:

  • a.

    een bedrag van € 24,722 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder met een zorgkantoorfunctie;

  • b.

    het na toepassing van onderdeel a resterende budget voor de zorgkantoren wordt verdeeld op basis van het aandeel van de Wlz-uitvoerder met zorgkantoorfunctie in de contracteerruimte per oktober t-1. Onderdeel van dit resterende budget is een bedrag van € 2,619 miljoen voor structurele uitvoeringskosten PGB.

Artikel

7

Artikel

8

Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in artikel 7, onderdeel b en j, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 30 juni van het jaar t-1 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaat Wlz voor de Wlz-uitvoerder voor het jaar t-1. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring.

Artikel

9

Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 6,541044924 als vergoeding in de beheerskosten.

Artikel

10

Voor een nieuwe Wlz-uitvoerder, die geen rechtsopvolger is van een of meer bestaande Wlz-uitvoerders, kan het Zorginstituut uitgaan van andere dan de in artikel 8 genoemde definitie voor verzekerdenaantallen.

Artikel

11

Het Zorginstituut stelt het bedrag voor de SVB voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wlz voorlopig vast op het bedrag dat de Minister in de aanwijzing voor de SVB heeft bestemd.

§

3

Nadere vaststelling beheerskostenbudget jaar 2023

Artikel

12

Uiterlijk op de eerste werkdag van mei t+1 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar t voor de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB nader vast op basis van de in de Nadere aanwijzing gewijzigde bedragen.

Artikel

13

Het Zorginstituut brengt op de nader vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut berekende voorschotten in mindering.

Artikel

14

Op basis van de nadere vaststelling van het beheerskostenbudget van jaar t stelt het Zorginstituut de overschrijding van de wettelijke reserve van jaar t vast. Indien deze wettelijke reserve Wlz, die vermeld is in het financiële verslag van de Wlz-uitvoerder, hoger is dan twintig procent van het beheerskostenbudget zoals berekend in de Nadere vaststelling Wlz beheerskostenbudget van jaar t zal het bedrag van de overschrijding van de wettelijke reserve Wlz worden teruggevorderd van de Wlz-uitvoerder.

§

4

Definitieve vaststelling beheerskostenbudget jaar 2023

Artikel

15

Artikel

16

Het Zorginstituut brengt op de definitief vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut berekende nader vastgestelde beheerskostenbudgetten in mindering.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

17

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari van jaar 2023. De beleidsregels vervallen met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat de beleidsregels van toepassing blijven op de verdeling van de besteedbare middelen voor de beheerskosten Wlz voor het jaar 2023.

Artikel

18

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2023.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voorzitter Raad van Bestuur S. Wijma