Wet van 8 juni 2022 tot intrekking van vijf wetten en aanpassing van diverse wetten in verband met de Rijkswet nationaliteit zeeschepen, alsmede goedkeuring van de Regeling vergoeding schade door olieverontreiniging BES (Aanpassingswet Rijkswet nationaliteit zeeschepen)
Aanpassingswet Rijkswet nationaliteit zeeschepen
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
Artikel
XVIIa
Wijzigt de Wet bestrijding maritieme ongevallen.
Artikel
XVIII
Wijzigt de Wet buitenlandse schepen.
Artikel
XIX
Wijzigt de Wet havenstaatcontrole.
Artikel
XX
Wijzigt de Wet maritiem beheer BES.
Artikel
XXI
Wijzigt de Wet natuurbescherming.
Artikel
XXII
Wijzigt de Wet op de lijkbezorging.
Artikel
XXIII
Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Artikel
XXIV
Wijzigt de Wet verzekering zeeschepen.
Artikel
XXV
Wijzigt de Wet voorkoming van verontreiniging door schepen BES.
Artikel
XXVII
Wijzigt de Wet wettelijke aansprakelijkheid exploitanten nucleaire schepen.
Artikel
XXVIII
Wijzigt de Wet zeevarenden.
Artikel
XXIX
Wijzigt het Wetboek van Koophandel.
Artikel
XXX
Wijzigt het Wetboek van Koophandel BES.
Artikel
XXXI
Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.
Artikel
XXXII
Wijzigt het Wetboek van Strafrecht BES.
Artikel
XXXIII
Wijzigt het Wetboek van Strafvordering BES.
Artikel
XXXIV
De Regeling vergoeding schade door olieverontreiniging BES wordt goedgekeurd.
Artikel
XXXV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
Artikel
XXXXVI
Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet Rijkswet nationaliteit zeeschepen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J.Harbers
De Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-Zegerius