Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 juni 2023, kenmerk 3608755-1047372-PDCV, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering aan GGD’en voor het in stand houden van een infrastructuur ten behoeve van de basiscapaciteit COVID-19-vaccinatie en het toedienen van COVID-19-vaccinaties

Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • COVID-19-vaccinatieprogramma: een door de minister met de GGD’en afgestemde hoeveelheid aan COVID-19-vaccinaties die wekelijks voor bepaalde doelgroepen beschikbaar moet zijn;

  • dienst van algemeen economisch belang: dienst als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • Gezondheidsraad: de Gezondheidsraad, genoemd in artikel 21 van de Gezondheidswet;

  • GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;

  • infrastructuur: voorzieningen benodigd voor het kunnen aanbieden, uitvoeren en registreren van COVID-19-vaccinaties;

  • Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport genoemd in artikel 2 van de Wet op het RIVM;

  • SiSa: Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole als wijze waarop provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zich jaarlijks verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen of provinciale middelen;

  • uitkering: een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel

3

Uitkering COVID-19-vaccinatie

Artikel

4

Aanvullende uitkering COVID-19-vaccinatiecampagne

Vervallen

Artikel

5

Dienst van algemeen economisch belang

De GGD wordt voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, belast met een dienst van algemeen economisch belang.

Artikel

6

Dubbelfinanciering

Er wordt geen uitkering verstrekt aan een GGD voor activiteiten waarvoor hij al een vergoeding van overheidswege ontvangt.

Artikel

7

Aanvraag, verlening en bevoorschotting

Artikel

8

Verplichtingen verbonden aan de uitkering

Artikel

9

Verantwoording

Artikel

10

Vaststelling en terugvordering

Artikel

11

Hardheidsclausule

De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

12

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers

Bijlage

Tabel met het maximale uitkeringsbedrag per GGD voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 (bijlage als bedoeld in artikel 3, vierde en vijfde lid)

Onderstaand is een lijst opgenomen waarin de GGD’en staan en het maximale uitkeringsbedrag dat zij kunnen ontvangen op grond van artikel 3, vijfde lid, voor de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.

De bedragen zijn per GGD gebaseerd op het door het RIVM geprognotiseerde aantal vaccinaties per GGD en de vergoeding per vaccinatie (artikel 3, derde lid). De vastgestelde aantallen bestaan uit:

  • a.

    het toedienen van vaccinaties aan mensen die op individuele basis worden doorverwezen door hun behandelend arts; en

  • b.

    het toedienen van vaccinaties tijdens de najaarsronde voor de door de Gezondheidsraad aangegeven doelgroepen.

GGD Drenthe

83.865

€ 2.171.265

n.v.t.

€ 2.171.265

GGD Flevoland

42.470

€ 1.099.548

n.v.t.

€ 1.099.548

GGD Fryslân

82.914

€ 2.146.643

n.v.t.

€ 2.146.643

VG Gelderland-Midden

112.926

€ 2.923.654

€ 212.301

€ 3.135.955

GGD Noord- en Oost-Gelderland

128.545

€ 3.328.030

€ 173.536

€ 3.501.566

GGD Gelderland-Zuid

83.137

€ 2.152.417

n.v.t.

€ 2.152.417

GGD Groningen

76.711

€ 1.986.048

€ 67.506

€ 2.053.553

GGD Zuid-Limburg

85.838

€ 2.222.346

n.v.t.

€ 2.222.346

GGD Limburg-Noord

76.775

€ 1.987.705

n.v.t.

€ 1.987.705

GGD West-Brabant

107.071

€ 2.772.068

n.v.t.

€ 2.772.068

GGD Hart voor Brabant

159.115

€ 4.119.487

€ 114.563

€ 4.234.050

GGD Brabant-Zuidoost

119.695

€ 3.098.904

n.v.t.

€ 3.098.904

GGD Zaanstreek/Waterland

44.645

€ 1.155.859

€ 91.969

€ 1.247.828

GGD Kennemerland

85.855

€ 2.222.786

€ 176.861

€ 2.399.647

GGD Hollands-Noorden

95.513

€ 2.472.832

n.v.t.

€ 2.472.832

GGD Gooi en Vechtstreek

39.083

€ 1.011.859

n.v.t.

€ 1.011.859

GGD Amsterdam

100.328

€ 2.597.492

€ 206.676

€ 2.804.168

GGD Twente

82.074

€ 2.124.896

€ 8.207

€ 2.133.103

GGD IJsselland

71.574

€ 1.853.051

n.v.t.

€ 1.853.051

GGD Regio Utrecht

182.932

€ 4.736.109

€ 146.346

€ 4.882.455

GGD Zeeland

65.974

€ 1.708.067

€ 60.696

€ 1.768.763

GGD Rotterdam-Rijnmond

140.950

€ 3.649.196

€ 290.357

€ 3.939.553

GGD Hollands-Midden

100.852

€ 2.611.058

€ 207.755

€ 2.818.813

GGD Haaglanden

139.256

€ 3.605.338

n.v.t.

€ 3.605.338

DGJ Zuid-Holland Zuid

64.902

€ 1.680.313

€ 133.698

€ 1.814.011

Totaal

2.373.000

€ 61.436.970

€ 1.890.470

€ 63.327.440