Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van het bevoegd gezag van een verticale scholengemeenschap of, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
-
bovenmatig publiek eigen vermogen: publieke eigen vermogen van een bevoegd gezag die boven het normatieve publieke eigen vermogen uitkomen;
-
energielasten: kosten die een bevoegd gezag maakt voor brandstof, elektriciteit, water, gas, inclusief de daarbij behorende BTW en milieuheffingen;
-
jaarrekening: jaarrekening als bedoeld in artikel 316, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-
Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
-
minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
-
normatieve publieke eigen vermogen: publiek vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen.
-
school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van een school voor praktijkonderwijs, voorbereidend beroepsonderwijs of mavo die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap of, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
-
totale lasten: lasten als bedoeld in artikel 362, derde lid, Burgerlijk Wetboek, boek 2;
-
verticale scholengemeenschap: verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs