In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
eigen cliënt: een eigen cliënt is een cliënt met een Wlz-indicatie die verblijf en behandeling ontvangt bij een Wlz-zorgaanbieder met een eigen tandartspraktijkruimte.
externe cliënt: een externe cliënt is een cliënt met een Wlz-indicatie die verblijf en behandeling ontvangt bij een andere Wlz-zorgaanbieder dan de Wlz-zorgaanbieder met een eigen tandartspraktijkruimte.
materiaal- en/of techniekkosten: de kosten van tandtechniek die noodzakelijk zijn voor de behandeling en extra zijn ingekocht door de zorgaanbieder en de kosten van de materialen die specifiek toe te rekenen zijn aan de betreffende prestatie. Hier worden expliciet niet de verbruiksmaterialen bedoeld.
Voor overige begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden, maar niet hierboven vermeld staan, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.
Artikel
2
Doel van de beleidsregel
Het doel van deze beleidsregel is om Wlz-zorgaanbieders met een eigen tandartspraktijkruimte de mogelijkheid te bieden om de kosten te declareren van:
–
het gebruik van de tandartspraktijkruimte in verband met de behandeling van een externe cliënt door de tandarts;
–
intraveneuze sedatie of narcose voor externe én eigen cliënten.
Artikel
3
Reikwijdte
Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.
Artikel
4
Prijspeil
Het in artikel 5 genoemde bedrag voor de prestatie ‘Gebruik tandartspraktijkruimte’ (G013) is inclusief de definitieve indexen 2023 en de voorlopige indexen 2024.
Artikel
5
Prestaties en tarieven
Gebruik tandartspraktijkruimte
G013
€ 84,58
Intraveneuze sedatie of narcose voor Wlz-zorgaanbieders
G201
Werkelijke kosten per uur
De hierboven gepresenteerde prestatie voor gebruik van de tandartspraktijkruimte (met bijbehorende NZa-code G013) kan door de Wlz-zorgaanbieder in rekening worden gebracht bij de Wlz-zorgaanbieder waar de door hen behandelde externe cliënt verblijft. Dit kan alleen als de cliënt een indicatie voor verblijf met behandeling heeft. Deze prestatie is alleen van toepassing bij de behandeling van externe cliënten.
Het G201 tarief is in tegenstelling tot de prestatie G013 ook van toepassing op de eigen cliënten van een Wlz-zorgaanbieder met tandartsprakrijk (mits aangevraagd, zie artikel 6). Deze kosten kunnen voor zowel externe als eigen cliënten door de Wlz-zorgaanbieder rechtstreeks bij het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder worden gedeclareerd.
De door de NZa in de tariefbeschikking vastgestelde tarieven zijn vaste tarieven.
Artikel
6
Wijze van declareren
Wlz-zorgaanbieders met een tandartspraktijk ingericht voor het verlenen van tandheelkundige hulp kunnen de in artikel 5 genoemde prestaties leveren en op de volgende wijze declareren:
–
Bij tandheelkundige hulp die wordt verleend aan externe cliënten kan de Wlz-zorgaanbieder een deel van de praktijkkosten via één prestatie (Gebruik tandartsruimte – G013) declareren bij de zorgaanbieder van de externe cliënt.
–
Intraveneuze sedatie of narcose.
De Wlz-zorgaanbieder kan de kosten van intraveneuze sedatie of narcose declareren via het G201-tarief, zowel voor eigen als voor externe cliënten voor zover deze kosten niet voor rekening komen van het ziekenhuis of de anesthesist. Deze kosten kunnen door de Wlz-zorgaanbieder rechtstreeks bij het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder worden gedeclareerd.
–
Voordat de Wlz-zorgaanbieder de in artikel 5 genoemde G-tarieven kan declareren, moeten deze via het budget-/herschikkingsformulier Wlz of nacalculatieformulier Wlz bij de NZa zijn aangevraagd en vermeld zijn op de tariefbeschikking van de Wlz-zorgaanbieder. De aanvraag voor het G201-tarief dient een overzicht te bevatten van de verwachte jaarlijkse meerkosten (uitgesplitst naar kapitaallasten, loon- en materiële kosten) die betrekking hebben op het narcose-deel van de behandeling én het aantal uren narcosebehandeling per jaar. Het uurtarief wordt berekend door de totale verwachte werkelijke kosten te delen door het aantal begrote behandeluren.
Artikel
7
Onderdelen ter vaststelling van de tariefopbouw
Het tarief voor Gebruik tandartspraktijkruimte (G013) is opgebouwd uit de onderstaande posten:
–
Formatie ondersteunend tandheelkundig team en klinisch psycholoog;
–
Verbruiksmaterialen, bij- en nascholing ondersteunend tandheelkundig team en overige kosten (te weten: telefoon, porti, wachtkamer, kantoor, verzekeringen, accountant, representatie, textiel, vervoer en preventief hygiënische maatregelen);
–
Huisvesting (energie en schoonmaakkosten), rente, afschrijvingen (overige investeringen) en onderhoud.
Het tarief is exclusief honorarium van de tandarts. Deze kosten kan de mondzorgverlener via het U25-tarief rechtstreeks bij het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder in rekening brengen. Daarnaast is het tarief exclusief materiaal- en/of techniekkosten (extra-orale voorzieningen en implantaatkosten) en kosten van bepaalde röntgenopnamen. Deze kosten kunnen in rekening worden gebracht bij het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder. Ook is het tarief exclusief intraveneuze sedatie en narcose. Daarvoor geldt de prestatie G201.
Als de Wlz-zorgaanbieder tandtechnische werkstukken (zelf) vervaardigt, is hij verplicht om aan het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder de materiaal- en/of techniekkosten te specificeren conform de Beleidsregel tandtechniek in eigen beheer, met kenmerk BR/REG-21127 of de opvolger hiervan, van de NZa.
Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel
Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel
De Beleidsregel Wlz-zorgaanbieders met tandartspraktijk 2023, met kenmerk BR/REG-23123a, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.