Artikel
I
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De ondernemer die in Nederland is gevestigd en die met ingang van 1 januari 2025 de vrijstelling, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van artikel I, wil toepassen, doet hiervan melding bij de inspecteur uiterlijk op 3 december 2024. De melding geschiedt op een door de inspecteur voorgeschreven wijze en bevat ten minste de jaaromzet in Nederland tijdens het kalenderjaar 2024 tot het tijdstip waarop de melding wordt gedaan. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de gestelde voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
De ondernemer die in Nederland is gevestigd, komt in het kalenderjaar 2025 niet in aanmerking voor de vrijstelling, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel komt te luiden na de inwerkingtreding van artikel I, indien de jaaromzet in Nederland in het kalenderjaar 2024 meer dan € 20.000 bedraagt.
De ondernemer die in Nederland is gevestigd en die op 31 december 2024 de vrijstelling toepast, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel luidde op die datum, wordt geacht de melding, bedoeld in het eerste lid, te hebben gedaan.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2025, met uitzondering van artikel II, dat in werking treedt met ingang van 1 oktober 2024.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie Richtlijn kleineondernemersregeling.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.