Regeling van de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 18 augustus 2023, nr.2023-0000495330 houdende regels over het verstrekken van subsidies voor inbedding van financiële educatie op mbo-instellingen ter preventie van geldzorgen (Subsidieregeling financiële educatie voor mbo-instellingen)

Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Toepasselijkheid Kaderregeling en benodigde formulieren

Artikel

3

Doel

Het doel van deze regeling is het creëren, ontwikkelen en bevorderen van structurele aandacht voor financiële educatie in onderwijsinstellingen.

Artikel

4

Subsidieplafond en het subsidiebedrag per aanvraag

Artikel

5

Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze regeling worden ingediend in het aanvraagtijdvak van:

Artikel

6

Projectperiode

Artikel

7

Subsidiabele activiteiten

Artikel

8

Subsidiabele kosten

Artikel

9

Niet subsidiabele kosten;

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de inkoop van gastlessen;

  • b.

    kosten die gemaakt zijn buiten de projectperiode, bedoeld in artikel 6;

  • c.

    naar oordeel van de minister onredelijke en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het project of een onderdeel daarvan; en,

  • d.

    externe kosten waarvoor geen factuur of betaalbewijs kan worden overlegd.

Artikel

10

Bevoorschotting

De minister verstrekt bij de beschikking van de subsidieverlening een voorschot tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

Artikel

11

Subsidieaanvraag

Artikel

12

Rangschikking

De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.

Artikel

13

Weigering van de subsidie

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35, van de Algemene wet bestuursrecht kan een aanvraag voor subsidie deels of geheel worden afgewezen:

  • a.

    indien de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten;

  • b.

    indien de activiteiten reeds geheel of gedeeltelijk uit andere middelen worden gefinancierd;

  • c.

    indien de mbo-instelling, vo-instelling of po-school ten behoeve waarvan de aanvraag is ingediend reeds eerder een subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling.

Artikel

14

Rapportageverplichting

Artikel

15

Inwerkingtreding en vervallen van de regeling

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

Niet opgenomen.