Regeling van de Minister van Financiën van 21 november 2023, houdende regels over de begroting en de verantwoording van het Rijk voor het jaar 2024 en de door de Minister van Financiën vast te stellen bedragen (Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2024)

Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2024

§

1

Algemene bepalingen

§

2

Bijzondere bepalingen

Artikel

3

Afwijkingen

In bijzondere gevallen kan in overeenstemming met de Minister van Financiën worden afgeweken van de bepalingen van deze regeling.

§

3

Slotbepalingen

Artikel

4

Overgangsrecht

De Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat de bepalingen van deze regeling van toepassing blijven op de voorstellen van wet inzake de suppletoire begrotingsstaten en de slotverschillen inzake het begrotingsjaar 2023 voor zover deze wetsvoorstellen nog niet bij wet zijn vastgesteld.

Artikel

5

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.

Artikel

6

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2024.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage B, die via de website betreffende de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën (https://rbv.rijksfinancien.nl) openbaar wordt gemaakt.

De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag

Bijlage

A

Bij de regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2024 betreffende de door de minister van financiën vast te stellen bedragen

Gelet op artikel 1 van de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2024:

Comptabiliteitswet 2016 (CW 2016)

Het schriftelijk ter kennis brengen aan het parlement van het voornemen tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling, bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Comptabiliteitswet 2016:

4.7, derde lid, onder e, juncto

Meer dan

€ 0

• het oprichten, mede oprichten of het doen oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon.

4.7, eerste lid, onder a,

Het schriftelijk ter kennis brengen aan het parlement van het voornemen tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling, bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, van de Comptabiliteitswet 2016:

4.7, derde lid, onder e, juncto

Meer dan € 5.000.000

• het verstrekken van eigen vermogen, het overnemen van schuldtitels of aandelen of het overnemen van risico’s van financiële activa, indien dat overnemen bedoeld is ter versterking van de solvabiliteit van de privaatrechtelijke rechtspersoon.

4.7, eerste lid, aanhef, onder b tot en met d,

Bijlage

B

Gepubliceerd op https://rbv.rijksfinancien.nl.