Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 december 2023, houdende de aanwijzing van de DAEB flexwoningen en regels over het verlenen van subsidie in de vorm van een garantie en het vaststellen van subsidie aan investeerders bij herplaatsing van flexwoningen (Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029)

Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • DAEB flexwoningen: een dienst van algemeen economisch belang die conform het Vrijstellingsbesluit DAEB voor deze regeling is opgericht, waarmee wordt beoogd een flexibele schil in de woningvoorraad te vormen ten behoeve van de versnelde huisvesting van de doelgroep.

    • artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en

    • het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen;

  • doelgroep: ontheemden en mensen die door hun inkomen of anderszins moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting;

  • flexwoning: bouwwerk ten behoeve van huisvesting van personen, geschikt voor verplaatsing en gebruik op een volgende locatie;

  • Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • ontheemde: persoon die vreemdeling is en tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022;

  • vrijstellingsbesluit DAEB: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

Artikel

2

Doel en activiteiten

Artikel

3

Dienst van algemeen economisch belang

Artikel

4

Plafond

Hoofdstuk

2

Subsidieverlening

Artikel

5

Voorwaarden

Artikel

6

Aanvraag subsidieverlening

Artikel

7

Rangschikking van de aanvragen

De Minister behandelt de ontvangen aanvragen op volgorde van binnenkomst.

Artikel

8

Verlening

De beschikking tot subsidieverlening bevat in ieder geval:

  • a.

    de locatie, het type flexwoning en de exploitatietermijn waartoe een subsidie wordt verleend;

  • b.

    de hoogte van de subsidieverlening en de berekening daarvan;

  • c.

    de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden; en

  • d.

    de wijze van verantwoording door de investeerder.

Artikel

9

Weigeringsgronden

De Minister wijst een aanvraag voor een subsidieverlening geheel of gedeeltelijk af, indien:

  • a.

    niet is voldaan aan het doel en activiteiten, bedoeld in artikel 2;

  • b.

    de verlening leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 4;

  • c.

    niet is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5; of

  • d.

    een gebruikte flexwoning beschikbaar en geschikt is om voor een nieuw project te worden gebruikt.

Artikel

10

Verplichtingen

Artikel

11

Verantwoording

Artikel

12

Intrekking

Artikel

13

Overdraagbaarheid

Hoofdstuk

3

Subsidievaststelling

Artikel

15

Voorwaarden

Artikel

16

Herplaatsingsladder

De herplaatsingsladder bestaat uit de volgende stappen:

  • a.

    de investeerder dient minimaal 24 maanden voordat de termijn, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, afloopt aan de Minister schriftelijk door te geven wanneer de flexwoning niet op de huidige locatie kan blijven staan;

  • b.

    de investeerder heeft een inspanningsverplichting om, onder begeleiding van de Minister, te zoeken naar een nieuwe locatie voor de flexwoning, waarbij de gemeente waarin het project is gerealiseerd moet worden betrokken; en

  • c.

    indien de inspanningsverplichting, bedoeld in onderdeel b, geen nieuwe locatie heeft opgeleverd, heeft de investeerder een inspanningsverplichting om, onder begeleiding van de Minister, te zoeken naar een nieuwe locatie voor de flexwoning in het regionale werkgebied in de zin van de Woningwet, de woningmarktregio, bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014, de eigen provincie of andere locaties in het land.

Artikel

17

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

18

Hoogte van de compensatie

Artikel

19

Fictieve boekwaarde

Artikel

20

Vaststelling

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

21

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.

Artikel

22

Vervaltermijn

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel

23

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen 2024–2029.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge

Bijlage

I

bij artikelen 5, 6 en 10

Bepalings-

methode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken

De milieuprestatie vergelijken, met als doel de uiteindelijke milieu-impact van een bouwwerk te verlagen

Geïntegreerde versie 1.1 (maart 2022) en de vigerende Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Bouwwerken’ versie 1.0

Bepalingsmethode | Stichting Nationale Milieudatabase (milieudatabase.nl) en Rekeninstrumenten (milieudatabase.nl)

5, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, onderdeel a.

6, derde lid, onderdeel d, onder 2°

Product Marktcombinatie 11, 12, 13 of 14

Onderscheiding in woningtypes en huurklassen met basiseisen voor concepten van grondgebonden, gestapelde, flexibel en onzelfstandige woningen

versie 3.0 van juli 2023

De Woonstandaard | conceptueelbouwen.nl

5, derde lid, onderdeel e, en vierde lid, onderdeel c

NTA 8800 rapport

Bepaling van de energieprestatie van gebouwen, waarmee aangetoond wordt of men voldoet aan de BENG-eisen

NTA 8800:2023

https://www.nen.nl/bouw/energieprestatie-en-duurzaamheid/energieprestatie

6, derde lid, onderdeel d, onder 1°

Losmaakbaar-heidsindex

Beschrijving van de mogelijkheden hoe losmaakbaarheid in bestaande duurzaamheids-

instrumenten geïntegreerd kan worden

v2.0

Circular Buildings - een meetmethodiek voor losmaakbaarheid v2.0 - Dutch Green Building Council (dgbc.nl)

6, derde lid, onderdeel d, onder 3°

NEN 2767 norm, met minimaal conditiescore 3, of de uitgangs-punten Kwaliteit in Balans

Instrument voor het meten van de fysieke kwaliteit van bouw- en installatiedelen van gebouwen en/of infrastructuur door een waarde toe te kennen, een combinatie aan te geven van de soorten gebreken (ernst, omvang en intensiteit) en een rangorde aan te brengen in de noodzaak van herstel

20 juni 2022

https://www.nen.nl/bouw/beheer-en-onderhoud/conditiemeting

10, tweede lid, onderdeel c