Wet van 20 december 2023 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2024)

Belastingplan 2024

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van. Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is fiscale maatregelen te treffen die voortvloeien uit de koopkrachtbesluitvorming voor het jaar 2024 en dat het ook in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2024 en volgende jaren wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

II

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

III

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

V

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VIa

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VIb

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VIc

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VId

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VIe

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VIf

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

VII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

X

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

XII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

XIIa

Voor de werknemer die over het laatste loontijdvak van 2023 een vergoeding genoot waarop artikel 31a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat op 31 december 2023 luidde van toepassing was, blijft artikel 2.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals dat op 31 december 2024 luidde van toepassing tot en met uiterlijk 31 december 2026. Indien de werknemer, bedoeld in de eerste zin, op enig moment na 31 december 2023 na een onderbreking opnieuw als ingekomen werknemer wordt aangemerkt, is de eerste zin slechts tot de onderbreking van toepassing.

Artikel

XIII

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel

XIIIa

Wijzigt de Wet bankenbelasting.

Artikel

XIV

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

Artikel

XIVa

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

Artikel

XV

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Artikel

XVI

Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel

XVII

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel

XVIII

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel

XIX

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel

XX

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel

XXI

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel

XXII

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel

XXIII

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIV

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

XXIVa

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVb

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVc

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVd

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVe

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVf

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVg

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVh

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXIVi

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

XXV

Wijzigt de Wet op de accijns.

Artikel

XXVI

Wijzigt de Wet op de accijns.

Artikel

XXVII

Wijzigt de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit.

Artikel

XXVIII

Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel

XXVIIIa

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

XXIX

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel

XXIXa

Wijzigt de Wet op de kansspelbelasting.

Artikel

XXX

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel

XXXI

Wijzigt de Mijnbouwwet.

Artikel

XXXII

Wijzigt het Belastingplan 2023.

Artikel

XXXIIa

Wijzigt de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord.

Artikel

XXXIV

Na toepassing van de artikelen II, onderdeel A, III, IV, onderdeel A, V, onderdeel A en VI, onderdeel A, of de artikelen VIII, IX, X, XI en XII worden de bedragen in kolom III van de tabellen in de artikelen 2.10, eerste lid, en 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, onderscheidenlijk in de artikelen 20a, eerste lid, en 20b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, bij ministeriële regeling gewijzigd in de bedragen die na toepassing van die artikelen voortvloeien uit de aan het begin van de betreffende jaren in de kolommen I en II van die tabellen vermelde bedragen en de in de kolom IV van die tabellen vermelde percentages.

Artikel

XXXV

Voor zover de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met inachtneming van artikel XXXVA, bij het begin van de kalenderjaren 2024 tot en met 2034 worden toegepast op het in artikel 8.14a, tweede lid, Wet IB 2001 als tweede vermelde bedrag, worden met overeenkomstige toepassing van die artikelen gewijzigd:

Artikel

XXXVa

Artikel

XXXVI

Bij de toepassing van artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2024 met betrekking tot het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag wordt dat bedrag berekend door het vóór toepassing van artikel I, onderdeel S, in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen met 1,094941 en vervolgens te verhogen met het in artikel I, onderdeel S, vermelde bedrag.

Artikel

XXXVII

Met betrekking tot een gebouw in eigen gebruik dat vóór 1 januari 2024 reeds tot het ondernemingsvermogen of resultaatvermogen van de belastingplichtige behoorde en waarop de belastingplichtige reeds vóór 1 januari 2024 heeft afgeschreven doch nog niet over drie volledige jaren heeft kunnen afschrijven, vindt de in artikel I, onderdeel H, opgenomen wijziging van artikel 3.30a, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor het eerst toepassing met ingang van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin die periode van drie volledige jaren is geëindigd.

Artikel

XXXVIIa

Artikel 31a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat luidde op 31 december 2023 en de daarop berustende bepalingen zoals die luidden op 31 december 2023 blijven van toepassing op een werknemer die uiterlijk over het laatste loontijdvak van 2023 een vergoeding genoot waarop artikel 31a, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat luidde op 31 december 2023 van toepassing was. Indien de werknemer, bedoeld in de eerste zin, op enig moment na 31 december 2023 na een onderbreking opnieuw als ingekomen werknemer wordt aangemerkt, is de eerste zin slechts tot de onderbreking van toepassing.

Artikel

XXXVIII

Artikel

XXXIXa

Artikel 27a van de Wet op de accijns vindt bij het begin van het kalenderjaar 2024 geen toepassing op de bedragen, genoemd in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, tweede bedrag, onderdeel b, tweede bedrag, en onderdeel d, van die wet.

Artikel

XLI

Ingeval de samenloop van wetten die in 2023 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in één of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Artikel

XLII

Artikel

XLIII

Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2024.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag
De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij
De Staatssecretaris van Financiën, A. de Vries
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius