Artikel
I
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
De wederverkoper waarvan het verzoek door de inspecteur is ingewilligd, bedoeld in artikel 28c, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, en die tot en met 31 december 2024 ter zake van een levering in aanmerking zou komen voor de toepassing van artikel 28c, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel luidde op die datum, maar ter zake van die levering vanaf 1 januari 2025 niet meer in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 28c, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, kan de belasting die hij ingevolge artikel 28e, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet in aftrek heeft gebracht alsnog in aftrek brengen in het eerste belastingtijdvak van het kalenderjaar 2025.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2025, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2025.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.