Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 15 december 2023, nr IENW/BSK-2023/363174, houdende vaststelling algemene regels voor inrichtingen en activiteiten (Regeling inrichtingen- en activiteiten BES)

Regeling inrichtingen en activiteiten BES

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

BESLUIT:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aaneengesloten bodembeschermende voorziening: vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert, waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht;

  • ADR-klasse: klasse waarin een gevaarlijke stof volgens de ADR valt vanwege het overheersende gevaar en het bijkomende gevaar;

  • agrarische bedrijfsstoffen: dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn, kuilvoer, bijvoedermiddelen die niet verpompbaar zijn, gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong en restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen, voor zover geen sprake is van inerte goederen;

  • appendages: bij machines of installaties behorende toestellen en onderdelen die dienen ter completering van deze machines of installaties;

  • bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is;

  • besluit: Besluit inrichtingen- en activiteitenbesluit BES;

  • bodembedreigende stoffen: bodembedreigende stoffen die de bodem kunnen verontreinigen als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, bij deze regeling;

  • bodembeschermende voorziening: lekbak, opvangbassin, aaneengesloten bodembeschermende voorziening, of andere lekdichte voorziening;

  • CMR-stoffen: stoffen opgenomen in de lijst met kankerverwekkende stoffen en processen als bedoeld in artikel 4.11 van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

  • dB(A): maat voor de geluidsterkte, gecorrigeerd naar de gevoeligheid van het menselijke oor;

  • dierlijke meststoffen: uitwerpselen van voor gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan;

  • emissiegrenswaarde: massa, gerelateerd aan een parameter, concentratie of niveau van een emissie die tijdens een of meer ga

  • IMDG: IMDG-Code International Maritime Dangerous Goods Code (MSC.406(96);

  • intrinsiek niet-bodembedreigende stoffen: stoffen als bedoeld in bijlage 1, onderdeel B, bij deze regeling;

  • kwetsbare objecten: woningen, gebouwen waarin minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten de gehele dag of een gedeelte van de dag verblijven, zoals, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en kinderopvanginstellingen, andere gebouwen waarin relatief grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven zoals kantoren en hotels, scholen, complexen met meer dan 5 winkels, supermarkten, warenhuizen en kampeer- en recreatieterreinen;

  • lichtbronnen: lichtbronnen waaronder wordt verstaan:

    • openbare verlichting;

    • terreinverlichting;

    • aanstraling van gebouwen en objecten;

    • verlichting van sportvelden;

    • terrasverlichting; reclameverlichting;

    • verlichting van installaties;

    • skybeamers;

    • sierverlichting;

    • verlichting op en van bedrijventerreinen;

  • lozen: het brengen van:

    • afvalwater of andere afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;

    • afvalwater op of in de bodem;

    • afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar afvalwaterstelsel;

  • grondstoffen: natuurlijke grondstoffen zoals (zoet) water, zand, mineralen en hout;

  • koelinstallatie: combinatie van met koudemiddel gevulde onderdelen die met elkaar zijn verbonden en die tezamen een gesloten koudemiddelcircuit vormen waarin het koudemiddel circuleert met het doel warmte op te nemen of af te staan;

  • natuurlijke koudemiddelen: kooldioxide, ammoniak of koolwaterstoffen niet zijnde een gefluoreerd broeikasgas voor zover toegepast als koudemiddel als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;

  • normaal kubieke meter: afgashoeveelheid bij 273,15 kelvin en 101,3 kilo pascal en betrokken op droge lucht;

  • onderhoud en inspectie: activiteiten, uitgezonderd terugwinning zoals bedoeld in artikel 2.13.2 en controles op lekkages overeenkomstig artikel 2.13.3 van deze regeling, die met zich brengen dat de circuits die gefluoreerde broeikasgassen bevatten of daartoe ontworpen zijn, worden geopend, met name het toevoegen aan het systeem van gefluoreerde broeikasgassen, het verwijderen van één of meer onderdelen van het circuit of de apparatuur, het opnieuw monteren van twee of meer onderdelen van het circuit of de apparatuur, alsook het repareren van lekkages;

  • opslagvoorziening: vaste ruimte bestemd voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen uitgevoerd als een brandcompartiment met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van 60 minuten (60 WBDBO);

  • openbaar afvalwaterstelsel: een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, in beheer bij het bestuurscollege of een rechtspersoon die door het eilandsraad met het beheer is belast;

  • oplosmiddelen: oplosmiddelen die worden gebruikt bij het chemisch reinigen van textiel;

  • ondergronds: geheel of gedeeltelijk in de bodem gelegen of ingeterpt;

  • PER: tetrachlooretheen;

  • standaardbrandstoffen: propaan, butaan en vloeibare brandstoffen, inclusief biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;

  • synthetische koudemiddelen: gefluoreerde broeikasgassen; fluorkoolwaterstoffen (HFK’S) voor zover toegepast als koudemiddel als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;

  • terugwinning: verzamelen en opslaan van gefluoreerde broeikasgassen uit producten, waaronder houders, en apparatuur gedurende het onderhoud of de service, dan wel voorafgaand aan de verwijdering van de producten of de apparatuur;

  • UN nummer: stofidentificatienummer tijdens vervoer;

  • vloeistofdichte bodembeschermende voorziening: vloer, verharding of constructie waardoor stoffen niet in de bodem terecht kunnen komen;

  • werkvoorraad: voorraad verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen als bedoeld in voorschrift 3.1.3 van PGS 15;

  • zee: zee als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet maritiem beheer BES;

  • zuiveringstechnisch werk: voor de zuivering van afvalwater bestemd werk dat in beheer is bij het bestuurscollege of bij een rechtspersoon die door de eilandsraad met het beheer is belast;

  • zuiveringsvoorziening: werk voor het zuiveren van afvalwater dat geen zuiveringstechnisch werk is.

Artikel

1.2

Normadressaat

Aan de hoofdstukken 2 tot en met 3 wordt voldaan door degene die een inrichting type I of type II opricht, in werking heeft, verandert of de werking daarvan verandert of de inrichting beëindigt.

Hoofdstuk

2

Kwaliteitscriteria bedrijfsbranche overschrijdend

Afdeling

2.1

Kwaliteitscriteria afvalstoffen

Artikel

2.1.1

Omgaan met afvalstoffen

Artikel

2.1.3

Verwijderd asbest

Verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product, niet zijnde grond, bodem of sloopschepen, wordt aangeboden aan een door het bestuurscollege aangewezen inzameldienst.

Afdeling

2.2

Kwaliteitscriteria afvalwater

Artikel

2.2.1

Lozingsroute

Artikel

2.2.2

Bescherming van de werking van het openbare afvalwaterstelsel en zuiveringsvoorzieningen

Artikel

2.2.3

Lozen van afvalwater van een bodembeschermende voorziening

Afdeling

2.3

Kwaliteitscriteria bodem

Artikel

2.3.1

Preventieve bodembescherming algemeen

Artikel

2.3.2

Bodembescherming ondergrondse tanks

Artikel

2.3.3

Preventie bodemerosie

Handelingen aan, op of in de bodem die erosie bevorderen, worden vermeden.

Afdeling

2.4

Kwaliteitscriteria licht

Artikel

2.4.1

Voorkomen en beperken van lichthinder

Ter bescherming en bevordering van de duisternis en het donkere landschap wordt ter voorkoming van lichthinder het gebruik van lichtbronnen tot een aanvaardbaar niveau beperkt.

Afdeling

2.5

Kwaliteitscriteria geluid

Artikel

2.5.1

Voorkomen en beperken geluidhinder

Ter voorkoming en beperking van geluidhinder worden luide werkzaamheden zoveel mogelijk binnen een gebouw van de inrichting uitgevoerd, waarbij de deuren en ramen zo mogelijk gesloten blijven.

Artikel

2.5.2

Grenswaarden geluid

Ter verkoming van geluidhinder worden de onderstaande grenswaarden niet overschreden:

Landelijke omgeving, stille recreatie/ agrarisch/kunuku-gebied

40 dB(A)

35 dB(A)

Woongebied buiten de bebouwde kom

45 dB(A)

40 dB(A)

Woongebied in bebouwde kom (gemengd gebied)

50 dB(A)

45 dB(A)

Centrum (gebied met woon- en werkfuncties)

55 dB(A)

50 dB(A)

Bedrijventerrein/zware bedrijven

65 dB(A)

60 dB(A)

Afdeling

2.6

Kwaliteitscriteria geur

Artikel

2.6.1

Voorkomen en beperken geurhinder

Geurhinder bij kwetsbare objecten wordt voorkomen en voor zover dat niet mogelijk is tot een aanvaardbaar niveau beperkt.

Afdeling

2.7

Kwaliteitscriteria trilling

Artikel

2.7.1

Preventie trillinghinder

Ten behoeve van het beperken van trillinghinder wordt apparatuur voorzien van doeltreffende dempers.

Afdeling

2.8

Kwaliteitscriteria energiegebruik

Artikel

2.8.1

Energiebesparende maatregelen

Afdeling

2.9

Kwaliteitscriteria externe veiligheid

Artikel

2.9.1

Verpakking gevaarlijke stoffen

Artikel

2.9.2

Opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking

Artikel

2.9.3

Verladen van gevaarlijke stoffen

Artikel

2.9.4

Brandvrij houden van de omgeving van een opslagvoorziening

Een opslagvoorziening met gevaarlijke stoffen wordt tot op ten minste 3 meter afstand van deze voorziening zorgvuldig vrijgehouden van begroeiing en brandbare stoffen, zoals textiel, papier en hout.

Artikel

2.9.5

Gebruik van gasflessen

Artikel

2.9.6

Opslag van gasflessen

Afdeling

2.10

Kwaliteitscriteria brandveiligheid

Artikel

2.10.1

Blusmiddelen

Artikel

2.10.2

Onderhoud en inspectie

Afdeling

2.11

Kwaliteitscriteria lucht

Artikel

2.11.1

Stofemissies

Afdeling

2.12

Kwaliteitscriteria zuinig gebruik grondstoffen

Artikel

2.12.1

Beperken gebruik van grondstoffen

Afdeling

2.13

Kwaliteitscriteria installaties

§

2.13.1

Koelinstallaties

Artikel

2.13.1

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op een koelinstallatie met een inhoud van tenminste:

  • a.

    10 kilogram kooldioxide;

  • b.

    5 kilogram koolwaterstoffen;

  • c.

    1 kilogram synthetische koudemiddelen; of

  • d.

    10 kilogram en ten hoogste 1.500 kilogram ammoniak.

Artikel

2.13.2

Onderhoud en inspectie koelinstallaties

Artikel

2.13.3

Lekkage en het voorkomen van emissies

§

2.13.2

Stookinstallaties

Artikel

2.13.4

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van een kleine standaard stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 1 MWth gestookt op standaardbrandstoffen.

Artikel

2.13.5

Opstarten en stilleggen

Ten behoeve van een beperking van emissies in de lucht wordt de periode van het opstarten of stilleggen van een stookinstallatie zo kort mogelijk gehouden.

Artikel

2.13.6

Emissiegrenswaarden kleine stookinstallaties

Het rookgas van een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 1 MWth voldoet aan de volgende emissiegrenswaarden:

Brandstof in vloeibare vorm

stookinstallatie groter dan 0,4 MWth

120

200

20

Verbrandings-motor

150

65

20

Gasturbine

50

75

5

Brandstof in gasvorm

stookinstallatie groter dan 0,4 MWth

140

Verbrandings-motor

115

Gasturbine

50

15

Artikel

2.13.7

Vrijstelling emissiegrenswaarden

De emissiegrenswaarden, bedoeld in artikel 2.13.6, gelden niet voor:

  • a.

    een stookinstallatie die minder dan 500 uren per jaar in bedrijf is, met uitzondering van een dieselmotor die wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit als het openbare net beschikbaar is en geen geplande bedrijfsnoodzakelijke test wordt verricht;

  • b.

    een stookinstallatie waar de gasvormige producten van het stookproces worden gebruikt voor het direct verwarmen, drogen of anderzijds behandelen van voorwerpen of materialen.

Artikel

2.13.8

Berekening emissiegrenswaarden

Artikel

2.13.9

Meting emissiegrenswaarden

§

2.13.3

Natte koeltoren

Artikel

2.13.10

Onderzoek risico’s legionellabesmetting

§

2.13.4

In werking hebben van een installatie voor het doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater

Artikel

2.13.11

Beperken geurhinder

Bij het in werking hebben en bij onderhoudswerkzaamheden van een installatie voor het doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater worden zodanige maatregelen getroffen dat geurhinder bij gevoelige gebouwen zoveel mogelijk wordt voorkomen, dan wel als dit niet mogelijk is tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt.

Hoofdstuk

3

Kwaliteitscriteria activiteiten bedrijfsbranches

Afdeling

3.1

Kwaliteitscriteria activiteiten vaartuigen

§

3.1.1

Onderhouden, repareren of afspuiten vaartuigen

Artikel

3.1.1

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het onderhouden, repareren of afspuiten van vaartuigen.

Artikel

3.1.2

Afspuiten vaartuigen

Artikel

3.1.3

Gedragsvoorschriften

§

3.1.4

Afleveren vloeibare brandstoffen aan vaartuigen

Artikel

3.1.4

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen.

Artikel

3.1.5

Bescherming oppervlaktewaterlichaam

Afdeling

3.2

Kwaliteitscriteria sport en recreatie

§

3.2.1

Jachthaven

Artikel

3.2.1

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van gelegenheid tot het afmeren van vaartuigen in een jachthaven met minimaal 10 ligplaatsen.

Artikel

3.2.2

In te nemen afvalstoffen vaartuigen

Ten behoeve van een doelmatig beheer van afvalstoffen worden van gebruikers van de jachthaven in ieder geval de volgende afvalstoffen ingenomen:

  • a.

    afgewerkte olie en smeervet van onderhoud aan vaartuigen;

  • b.

    oliehoudende en vethoudende afvalstoffen van onderhoud aan vaartuigen;

  • c.

    afvalstoffen van reparatiewerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden aan vaartuigen;

  • d.

    bilgewater;

  • e.

    huishoudelijk afvalwater; en

  • f.

    de inhoud van chemische toiletten.

Artikel

3.2.3

Lozen van afvalwater

§

3.2.2

Zwem- en badwater

Artikel

3.2.4

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een badinrichting.

Artikel

3.2.5

Algemene bepalingen badinrichtingen

De gezondheid van de gebruikers van een badinrichting wordt zoveel mogelijk beschermd door in ieder geval zorg te dragen voor:

  • a.

    voldoende helderheid van het bad- en zwemwater door adequate waterbehandeling inclusief filtratie;

  • b.

    een goede hygiënische kwaliteit door een combinatie van circulatie van zwem- en badwater, behandeling inclusief desinfectie en toepassing van een desinfecterend residu in het water;

  • c.

    een zodanige kwaliteit van het zwem- en badwater dat overdracht van infectieziekten wordt voorkomen;

  • d.

    een zo gering mogelijke aanwezigheid van desinfectiebijproducten.

Afdeling

3.3

Kwaliteitscriteria dienstverlening en zorg

§

3.3.1

Tandheelkundige bewerkingen met amalgaam

Artikel

3.3.1

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op tandheelkundige bewerkingen met amalgaam.

Artikel

3.3.2

Lozen van afvalwater

§

3.3.3

Chemisch reinigen textiel

Artikel

3.3.3

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het chemisch reinigen van textiel.

Artikel

3.3.4

Bodembescherming

Artikel

3.3.5

Lozen van afvalwater

Artikel

3.3.6

Lucht

Er worden uitsluitend tetrachlooretheen of niet-gechloreerde alifatische koolwaterstoffen gebruikt.

Afdeling

3.4

Kwaliteitscriteria agrarisch

§

3.4.1

Opslag vaste dierlijke meststoffen

Artikel

3.4.1

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van dierlijke meststoffen met een totaal volume van meer dan 3 kubieke meter.

Artikel

3.4.2

Bodembescherming

Artikel

3.4.3

Lozen van afvalwater

Hoofdstuk

4

Overgangsbepalingen

Artikel

4.1

Dit hoofdstuk is van toepassing op degene die een inrichting type I en een inrichting type II drijft.

Paragraaf

4.1

Overgangsrecht Bonaire en Sint Eustatius

Artikel

4.1.1

Overgangsrecht met betrekking tot een zuiveringsvoorziening voor afvalwater

Artikel 2.2.1, vierde lid, is met betrekking tot het lozen van huishoudelijk afvalwater op een zuiveringsvoorziening niet van toepassing tot 1 januari 2029.

Artikel

4.1.2

Overgangsrecht met betrekking tot vetafscheiders

Artikel 2.2.2, derde lid, is met betrekking tot het voorafgaand aan het lozen van vethoudend afvalwater toepassen van een vetafscheider en slibvangput niet van toepassing tot 1 januari 2026, indien dat lozen plaatsvindt buiten een rioleringsgebied op Bonaire en het gehele eilandsgebied op Sint Eustatius.

Artikel

4.1.3

Overgangsrecht met betrekking tot een aaneengesloten bodembeschermende voorziening

Artikel

4.1.4

Overgangsrecht met betrekking tot slibvangputten en olieafscheiders

Artikel

4.1.5

Overgangsrecht met betrekking tot energiebesparende maatregelen

Artikel 2.8.1, eerste lid, is met betrekking tot te nemen energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder niet van toepassing tot 1 januari 2026.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5.1

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inrichtingen en activiteiten BES.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A.Heijnen

Bijlage

1

Niet limitatieve lijst van voorbeelden van veel voorkomende bodembedreigende stoffen

Onderdeel

A

Bodembedreigende stoffen:

1

Organische (vloei) stoffen, waterige oplossingen of emulsies daarvan:

  • alcohol(en);

  • polyolen;

  • amines;

  • amides;

  • anilines;

  • nitro-verbindingen;

  • perfluor-verbindingen;

  • ketonen;

  • aldehyden;

  • ethers;

  • esters;

  • zuren;

  • aromaten;

  • fenolen;

  • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK);

  • halogeenkoolwaterstoffen (vluchtig en niet-vluchtig);

  • bestrijdingsmiddelen;

  • oplos-, ontvettings-, ontlakkings- en reinigingsmiddelen, metaalbewerkingsvloeistoffen;

  • lakken, verven en inkten;

  • oliën en vetten (bv. boor- en snijolie, walsolie, slijpolie, smeerolie, thermische olie, hydraulische olie, spijsolie);

  • houtverduurzamingsmiddelen, creosootolie, carboleum, naftaleen;

  • vaste brandstoffen (o.a. steenkool);

  • vloeibare brandstoffen;

  • ureum;

  • gascondensaat.

2

Anorganische (vloei-)stoffen, waterige oplossingen of emulsies daarvan:

  • zouten van:

    • zware metalen/kationen, o.a. chroom, cobalt, nikkel, koper, zink, arseen, molybdeen, cadmium, tin, barium, kwik, lood;

    • anionen, o.a. fluoride, cyanide, sulfide, thiocyanaat, bromide, fosfaat, nitraat, chloride (wegenzout);

  • complexvormende stoffen, o.a. ammonium, EDTA;

  • zuren o.a. zoutzuur, fosforzuur, zwavelzuur, salpeterzuur;

  • basen o.a. ammonia(k), loog;

  • stoffen bedoeld voor de oppervlaktebehandeling van metalen (zoals galvaniseer- en beitsvloeistoffen);

  • houtverduurzamingsmiddelen (wolmanzout);

  • bestrijdingsmiddelen.

3

Mineralen en ertsen:

  • ijzererts, bauxiet, ilmeniet, jarosiet, fosfaaterts, chilisalpeter,etc.;

  • zwavel.

4

Agrarische bedrijfsstoffen:

  • mest (vaste, vloeibare en korrels);

  • kuilvoer;

  • vaste bijproducten;

  • gebruikt substraatmateriaal en plantaardig restmateriaal, met uitzondering van hout- en snoeiafval.

5

Hieronder met name genoemde stoffen/afvalmaterialen:

  • (kunst)harsen;

  • influent, primair slib en vergist zuiveringsslib van rwzi’s;

  • dierlijk- of slachtafval;

  • pulpafval uit agrarische producten- en voedings- en genotmiddelenindustrie;

  • GFT-afval;

  • niet-gescheiden afval, o.a. vast huishoudelijk, bouw-, sloop- en schrootafval, shreddermateriaal, vloeistofhoudende sloopauto’s, autowrakken, kunststof (landbouwfoliën/of gebruikt verpakkingsmateriaal);

  • vliegas;

  • verontreinigd straalgrit;

  • boorspoeling en boorgruis;

  • verontreinigd straalgrit;

  • boorspoeling en boorgruis;

  • emailslib.

Onderdeel

B

Intrinsiek niet-bodembedreigende stoffen

Met intrinsiek wordt bedoeld de stof als zodanig. Om als (intrinsiek) niet-bodembedreigend te worden aangemerkt, staat van een stof bij voorbaat vast dat zij bij bedrijfsmatig gebruik niet tot een bodemverontreiniging kan leiden. Aangemerkt als intrinsiek niet-bodembedreigende stof, voor zover de stoffen niet verontreinigd of gemengd zijn met andere stoffen, worden:

  • afvloeiend hemelwater, niet afkomstig van een bodembeschermende voorziening;

  • niet verontreinigd zoet oppervlaktewater;

  • waterige oplossingen, getoetst als grondwater, waarin de streefwaarde (van alle stoffen 1 als vastgesteld in de vigerende Circulaire bodemsanering) niet wordt overschreden;

  • gassen (stoffen die boven/bij 0 °C gasvormig zijn);

  • bouwstoffen: materiaal waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium of aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, uitgezonderd vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie, dat is bestemd om te worden toegepast;

  • A-hout en ongeshredderd B-hout;

  • snoeihout;

  • banden van voertuigen;

  • autowrakken waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een autodemontagebedrijf;

  • straatmeubilair;

  • tuinmeubilair;

  • aluminium, ijzer en roestvrij staal;

  • kunststof tenzij het lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, bestrijdingsmiddelen of gevaarlijke stoffen zijn;

  • kunststofgeïsoleerde kabels tenzij het oliedrukkabels

    (o.a. kabelolie houdende hoogspanningskabels), gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels zijn;

  • papier en karton;

  • textiel en tapijt, en

  • vlakglas.

Zowel de drijver van de inrichting als het bevoegd gezag kunnen aangeven dat een stof niet bodembedreigend is.

Bijlage

2

Gereguleerde stoffen

Groep VIII

CHFCl2

HCFC-21

Dichloorfluormethaan

0,040

CHF2Cl

HCFC-22

Chloordifluormethaan

0,055

CH2FCl

HCFC-31

Chloorfluormethaan

0,020

C2HFCl4

HCFC-121

Tetrachloorfluorethaan

0,040

C2HF2Cl3

HCFC-122

Trichloordifluorethaan

0,080

C2HF3Cl2

HCFC-123

Dichloortrifluorethaan

0,020

C2HF4Cl

HCFC-124

Chloortetrafluorethaan

0,022

C2H2FCl3

HCFC-131

Trichloorfluorethaan

0,050

C2H2F2Cl2

HCFC-132

Dichloordifluorethaan

0,050

C2H2F3Cl

HCFC-133

Chloortrifluorethaan

0,060

C2H3FCl2

HCFC-141

Dichloorfluorethaan

0,070

CH3CFCl2

HCFC-141b

1,1-Dichloor-1-fluorethaan

0,110

C2H3F2Cl

HCFC-142

Chloordifluorethaan

0,070

CH3CF2Cl

HCFC-142b

1-Chloor-1,1-difluorethaan

0,065

C2H4FCl

HCFC-151

Chloorfluorethaan

0,005

C3HFCl6

HCFC-221

Hexachloorfluorpropaan

0,070

C3HF2Cl5

HCFC-222

Pentachloordifluorpropaan

0,090

C3HF3Cl4

HCFC-223

Tetrachloortrifluorpropaan

0,080

C3HF4Cl3

HCFC-224

Trichloortetrafluorpropaan

0,090

C3HF5Cl2

HCFC-225

Dichloorpentafluorpropaan

0,070

CF3CF2CHCl2

HCFC-225ca

3,3-Dichloor-1,1,1,2,2-pentafluorpropaan

0,025

CF2ClCF2CHClF

HCFC-225cb

1,3-Dichloor-1,1,2,2,3-pentafluorpropaan

0,033

C3HF6Cl

HCFC-226

Chloorhexafluorpropaan

0,100

C3H2FCl5

HCFC-231

Pentachloorfluorpropaan

0,090

C3H2F2Cl4

HCFC-232

Tetrachloordifluorpropaan

0,100

C3H2F3Cl3

HCFC-233

Trichloortrifluorpropaan

0,230

C3H2F4Cl2

HCFC-234

Dichloortetrafluorpropaan

0,280

C3H2F5Cl

HCFC-235

Chloorpentafluorpropaan

0,520

C3H3FCl4

HCFC-241

Tetrachloorfluorpropaan

0,090

C3H3F2Cl3

HCFC-242

Trichloordifluorpropaan

0,130

C3H3F3Cl2

HCFC-243

Dichloortrifluorpropaan

0,120

C3H3F4Cl

HCFC-244

Chloortetrafluorpropaan

0,140

C3H4FCl3

HCFC-251

Trichloorfluorpropaan

0,010

C3H4F2Cl2

HCFC-252

Dichloordifluorpropaan

0,040

C3H4F3Cl

HCFC-253

Chloortrifluorpropaan

0,030

C3H5FCl2

HCFC-261

Dichloorfluorpropaan

0,020

C3H5F2Cl

HCFC-262

Chloordifluorpropaan

0,020

C3H6FCl

HCFC-271

Chloorfluorpropaan

0,030