Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 januari 2024, nr. 2023-0000586968, tot vaststelling van de Beleidsregel inzake het handhavings- en sanctioneringskader van artikel 6 van de Arbeidsomstandighedenwet
In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen overtredingen:
a)
een zware overtreding, oftewel een overtreding die in tabel 1 of 2 van bijlage 1 als ZO is aangemerkt en waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven onder meer als de overtreding is opgenomen in tabel 3 of 4 van bijlage 1;
b)
een overtreding met directe boete, oftewel een overtreding die in tabel 1 of 2 van bijlage 1 als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven onder meer als de overtreding is opgenomen in tabel 5 of 6 van bijlage 1; en
c)
een overige overtreding, oftewel een overtreding die in tabel 1 of 2 van bijlage 1 als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing of een kennisgeving van een eis tot naleving wordt gegeven, of een eis tot naleving wordt gesteld, en waarop tot boeteoplegging wordt overgegaan indien:
1°.
na ommekomst van de gegeven hersteltermijn de overtreding niet ongedaan is gemaakt; of
2°.
nadat een overtreding van dezelfde of soortgelijke verplichting of verbod opnieuw wordt geconstateerd al dan niet tijdens de hersteltermijn van de eerdere overtreding.
De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. Meerdere overtredingen van hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel, zijn aparte beboetbare feiten.
Artikel
4
Correctie boetenormbedrag voor werknemersgrootte
1
De boetenormbedragen, als bedoeld in artikel 2, zijn uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boetes voor werkgevers met 150 of meer werknemers.
2
In de overige gevallen geldt het volgende:
a.
voor zelfstandigen wordt het boetenormbedrag 10 procent;
b.
bij werkgevers die de arbeid zelf verrichten of werkgevers met minder dan 10 werknemers wordt het boetenormbedrag 25 procent;
c.
bij werkgevers met 10 of meer maar minder dan 40 werknemers wordt het boetenormbedrag 40 procent.
d.
bij werkgevers met 40 of meer maar minder dan 70 werknemers wordt het boetenormbedrag 55 procent.
e.
bij werkgevers met 70 of meer maar minder dan 100 werknemers wordt het boetenormbedrag 70 procent.
f.
bij werkgevers met 100 of meer maar minder dan 150 werknemers wordt het boetenormbedrag 85 procent.
3
Het boetenormbedrag, al dan niet overeenkomstig het tweede lid op werkgeversgrootte gecorrigeerd, wordt gebruikt voor eventuele verdere boeteberekening.
4
Overtredingen kunnen naast de werkgever worden begaan door de opdrachtgever, de ontwerpende partij en de uitvoerende partij, als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Alle vier de partijen worden niet gecorrigeerd naar het aantal werknemers als de overtreding naast door de werkgever ook door een van de andere partij is begaan.
5
Voor de boeteberekening van overtredingen geconstateerd op locaties, vestigingen of in filialen, wordt als werknemersgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd die in Nederland werkzaam zijn.
Artikel
5
Verhogingsgronden boetenormbedrag
Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn en leiden tot verhoging van het al dan niet op werkgeversgrootte gecorrigeerde boetenormbedrag:
a.
bij een arbeidsongeval dat leidt tot de dood wordt het boetenormbedrag van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen per omgekomen persoon vermenigvuldigd met vijf;
b.
bij een arbeidsongeval dat leidt tot al dan niet blijvend letsel of een ziekenhuisopname als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet worden de boetenormbedragen van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen per gewonde persoon vermenigvuldigd met vier;
c.
in het geval van een zwaar ongeval, wordt het boetenormbedrag van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen vermenigvuldigd met drie.
d.
in het geval van een zware overtreding (ZO), wordt het boetenormbedrag van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen vermenigvuldigd met twee.
Als het boetenormbedrag, als opgenomen in tabel 1 of 2 van bijlage 1, van de volgende overtreding binnen dezelfde boetecategorie valt als het boetnormbedrag, als opgenomen in tabel 1 of 2 van bijlage 1, van de eerste overtreding. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van deze overtredingen zijn:
a.
< € 100.000;
b.
€ 100.000 – € 199.000;
c.
€ 200.000 – € 399.999;
d.
€ 400.000 – € 599.999;
e.
> € 600.000
3
Bij de vaststelling of sprake is van recidive van overtredingen van dezelfde of soortgelijke verplichtingen en verboden wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.
Een overtreding bij een bedrijf of inrichting, die zowel onder de Seveso-paragraven van het Besluit activiteiten leefomgeving valt als onder het Arbeidsomstandighedenbesluit, betreft ook recidive al is de overtreding de eerste keer via het Omgevingsbesluit en de volgende keer via het Arbeidsomstandighedenbesluit of andersom gehandhaafd.
De Minister maakt het handhavingsbeleid Seveso en Arie-regeling bekend. Dit handhavingsbeleid is uniform en gelijk voor alle bedrijven die vallen onder genoemde bepalingen. Ook zorgt de Minister dat de Seveso-handhavingsstrategie van de Seveso-toezichthouders op het handhavingsbeleid aansluit.
Artikel
9
Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
10
Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Artikel 6.
Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.Van Gennip
ZO staat voor een zware overtreding, ODB voor een overtreding met een directe boete en OO voor een overige overtreding.
Indien er in tabel 1 of 2 naast OO zowel ZO en/of ODB staat aangegeven, dan kunnen in tabel 3, 4, 5 of 6 de ZO en ODB overtredingen specifiek benoemd zijn voor de Seveso-paragraven of de Arie-regeling.
Het niet treffen van een maatregel die een zwaar ongeval kan voorkomen of de gevolgen kan beperken, zoals bedoeld in artikel 4.9 eerste lid Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 2.5 derde lid Arbeidsomstandighedenbesluit, kan resulteren in ernstig gevaar voor personen. Wanneer er sprake is van een situatie waarbij ernstig gevaar voor personen zoals werknemers, zelfstandige of derden kan ontstaan, doordat er werkzaamheden plaatsvinden, die een situatie kunnen creëren wat een zwaar ongeval kan veroorzaken, kan de toezichthouder naast een stillegging als bedoeld in artikel 28 van de Arbeidsomstandighedenwet, direct een bestuurlijke boete opleggen als het een ZO of ODB betreft al dan niet beschreven in tabel 3, 4, 5 of 6 van bijlage 1.
In overleg met het Openbaar Ministerie kan worden bepaald dat in plaats van een bestuurlijke boete er een proces-verbaal wordt opgemaakt.
De in tabel 2 van bijlage 2 opgenomen boetenormbedragen worden gebruikt voor de verdere boeteberekening voor deze artikelen waarna vervolgens de correctie op werknemersgrootte, als bepaald in artikel 4, of verhoging van het boetenormbedrag, als bepaald in artikel 5, kan plaatsvinden.
Tabel 1 Boete- en tarieflijst per artikel, lid en onderdeel daarvan van het Besluit activiteiten leefomgeving
4.4
2
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
4.5
1
€ 250.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 15.000,–
ODB
b
€ 15.000,–
ODB
c
€ 15.000,–
ODB
d
€ 15.000,–
ODB
e
€ 15.000,–
ODB
f
€ 15.000,–
ODB
3
€ 150.000,–
ODB
4.6
1
a
€ 150.000,–
ODB
b
€ 150.000,–
ODB
c
€ 150.000,–
ODB
d
€ 150.000,–
ODB
e
€ 15.000,–
ODB
f
€ 15.000,–
ODB
4.7
1
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 150.000,–
ODB
b
€ 150.000,–
ODB
c
€ 150.000,–
ODB
d
€ 150.000,–
ODB
e
€ 150.000,–
ODB
f
€ 50.000,–
ODB
2
€ 250.000,–
ODB/OO
4.9
1
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
2
€ 500.000,–
ODB
4.10
1
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
2
a
€ 250.000,–
ODB/OO
b
€ 250.000,–
ODB/OO
c
€ 250.000,–
ODB/OO
3
a
€ 250.000,–
ODB/OO
b
€ 250.000,–
ODB/OO
c
€ 250.000,–
ODB/OO
d
€ 250.000,–
ODB/OO
4.11
1
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
Onderdeel a van bijlage III van de richtlijn
€ 250.000,–
ODB/OO
Onderdeel b van bijlage III van de richtlijn
I
€ 150.000,–
ODB/OO
ii
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
iii
€ 250.000,–
ODB/OO
iv
€ 150.000,–
ODB/OO
v
€ 150.000,–
ODB/OO
vi1
€ 100.000,–
ODB/OO
vii
€ 100.000,–
ODB/OO
2
€ 100.000,–
ODB/OO
3
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 250.000,–
ODB/OO
b
€ 100.000,–
ODB/OO
c
€ 100.000,–
ODB/OO
4.12
1
€ 500.000,–
ODB/OO
2
€ 125.000,–
ODB/OO
4.13
1
€ 150.000,–
ODB/OO
2
€ 150.000,–
ODB/OO
4.14
1
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
2
Onderdeel 1 van bijlage II van de richtlijn
€ 100.000,–
ODB/OO
Onderdeel 2 van bijlage II van de richtlijn
€ 150.000,–
ODB/OO
Onderdeel 3 van bijlage II van de richtlijn
€ 250.000,–
ODB/OO
Onderdeel 4 van bijlage II van de richtlijn
€ 250.000,–
ODB/OO
Onderdeel 5 van bijlage II van de richtlijn
€ 150.000,–
ODB/OO
a
€ 250.000,–
ODB/OO
b
€ 500.000,–
ODB/OO
c
€ 250.000,–
ODB/OO
3
a
€ 500.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
c
€ 250.000,–
ODB/OO
4
€ 250.000,–
ODB/OO
4.15
1
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
2
€ 250.000,–
ODB/OO
3
€ 250.000,–
ODB/OO
a
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 50.000,–
ODB/OO
c
€ 100.000,–
ODB/OO
4
€ 250.000,–
ODB/OO
4.18
a
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
c
€ 250.000,–
ODB/OO
d
€ 250.000,–
ODB/OO
4.19
€ 500.000,–
ODB/OO
a
€ 50.000,–
ODB/OO
b
€ 200.000,–
ODB/OO
c
€ 200.000,–
ODB/OO
d
€ 50.000,–
ODB/OO
4.20
€ 250.000,–
ODB/OO
4.22
1
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
c
€ 150.000,–
ODB/OO
2
Bijlage IV van de richtlijn
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
1a
€ 150.000,–
ODB/OO
1b
€ 150.000,–
ODB/OO
1c
€ 150.000,–
ODB/OO
1d
€ 150.000,–
ODB/OO
1e
€ 150.000,–
ODB/OO
1f
€ 150.000,–
ODB/OO
1g
€ 150.000,–
ODB/OO
3
€ 250.000,–
ODB/OO
4
€ 150.000,–
ODB/OO
4.23
1
€ 250.000,–
ODB/OO
a
€ 125.000,–
ODB/OO
b
€ 125.000,–
ODB/OO
2
€ 150.000,–
ODB/OO
3
€ 500.000,–
ODB/OO
a
€ 100.000,–
ODB/OO
b
€ 100.000,–
ODB/OO
c
€ 100.000,–
ODB/OO
d
€ 100.000,–
ODB/OO
e
€ 100.000,–
ODB/OO
f
€ 100.000,–
ODB/OO
4.24
1
€ 100.000,–
ODB/OO
2
€ 100.000,–
ODB/OO
3
€ 100.000,–
ODB/OO
4
€ 100.000,–
ODB/OO
4.26
a
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
4.27
a
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
4.28
a
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
1 In onderdeel vi van bijlage III van de Seveso III richtlijn (2012/18/EU) zijn veiligheidprestatieindicatoren (safety performance indicators – SPI) opgenomen. In het Besluit activiteiten leefomgeving is het verplicht gesteld om te hebben aangezien alle elementen, die in de genoemde richtlijn staan opgenomen, verplicht zijn om te hebben.
De in tabel 2 van bijlage 2 opgenomen boetenormbedragen worden gebruikt voor de verdere boeteberekening voor deze artikelen waarna vervolgens de correctie op werknemersgrootte, als bepaald in artikel 4, of verhoging van het boetenormbedrag, als bepaald in artikel 5, kan plaatsvinden.
Tabel 2 Boete- en tarieflijst per artikel, lid en onderdeel daarvan van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling
Arbobesluit
2.5
1
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
2
a
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
b
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
3
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
4
€ 500.000,–
ODB
5
€ 250.000,–
ODB/OO
2.5a
1
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
2.5b
1
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
3
€ 250.000,–
ODB/OO
4
€ 250.000,–
ODB/00
2.5c
1
a
€ 500.000,–
ODB/OO
b
€ 250.000,–
ODB/OO
c
€ 250.000,–
ODB/OO
2
€ 125.000,–
ODB/OO
2.5d
1
a
€ 100.000,–
ODB/OO
b
€ 100.000,–
ODB/OO
c
€ 100.000,–
ODB/OO
d
€ 250.000,–
ODB/OO
e
€ 100.000,–
ODB/OO
f
€ 100.000,–
ODB/OO
2.5e
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
2.5g
2
€ 150.000,–
ODB/OO
2.5h
1
€ 250.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 15.000,–
ODB
b
€ 15.000,–
ODB
c
€ 15.000,–
ODB
d
€ 15.000,–
ODB
e
€ 15.000,–
ODB
f
€ 15.000,–
ODB
g
€ 15.000,–
ODB
h
€ 15.000,–
ODB
2
a (2.5h lid 1 sub a t/m c)
€ 15.000,–
ODB/OO
a (2.5h lid 1 sub d t/m h)
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
c
€ 150.000,–
ODB/OO
d
€ 150.000,–
ODB/OO
2.5i
1
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 150.000,–
ODB
b
€ 150.000,–
ODB
c
€ 150.000,–
ODB
d
€ 150.000,–
ODB
e
€ 150.000,–
ODB
2
€ 250.000,–
ODB
Arboregeling
2.0
a
€ 250.000,–
ODB/OO
b
€ 250.000,–
ODB/OO
c
€ 250.000,–
ODB/OO
d
€ 250.000,–
ODB/OO
2.0a
1
a
€ 250.000,–
ODB/OO
b
€ 100.000,–
ODB/OO
c
€ 100.000,–
ODB/OO
2
€ 100.000,–
ODB/OO
3
€ 100.000,–
ODB/OO
2.0b
1
€ 500.000,–
ODB/OO
2
Bijlage Ia
€ 250.000,–
ODB/OO
1
€ 150.000,–
ODB/OO
2
€ 50.000,–
ODB/OO
3
€ 100.000,–
ODB/OO
2.0c
Bijlage Ib
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 250.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
c
€ 500.000,–
ZO/ODB/OO
d
€ 250.000,–
ODB/OO
e
€ 150.000,–
ODB/OO
f
€ 150.000,–
ODB/OO
g
€ 100.000,–
ODB/OO
h
€ 100.000,–
ODB/OO
2.0d
Bijlage Ic
€ 900.000,–
ZO/ODB/OO
a
€ 150.000,–
ODB/OO
b
€ 150.000,–
ODB/OO
c
€ 150.000,–
ODB/OO
d
€ 150.000,–
ODB/OO
e
€ 150.000,–
ODB/OO
f
€ 150.000,–
ODB/OO
g
€ 150.000,–
ODB/OO
Tabel 3 ZO overtredingen voor de Seveso-paragraven
Het plaatsvinden van een zwaar ongeval en de partijen, als bepaald in artikel 4.4, eerste lid van het Bal zijn niet voldoende betrokken bij het opstellen of naleven van de Seveso-bepalingen.
Het volledig ontbreken van de gegevens van de kennisgeving waardoor niet beoordeeld kan worden of en welke bepalingen van paragraaf 4.2 Seveso-inrichting van toepassing zijn op de werkgever.
Het veiligheidsbeheerssysteem is niet afgestemd op de gevaren, de industriële werkzaamheden en de complexiteit van de organisatie of is niet op de evaluatie van de risico’s gebaseerd.
Het volledig ontbreken van het veiligheidsbeheerssysteem.
Het volledig ontbreken van de bepalingen uit bijlage III van de Seveso-richtlijn en de uitwerking daarvan.
Het niet zorgdragen dat de procedures voor de systematische identificatie van de gevaren van zware ongevallen aanwezig zijn.
Het veiligheidsbeheerssysteem is niet afgestemd op de gevaren, de industriële werkzaamheden en de complexiteit van de organisatie of is niet op de evaluatie van de risico’s gebaseerd.
Het plaatsvinden van een zwaar ongeval en het niet voldoende betrokken zijn bij het opstellen of naleven van de bepalingen van andere werkgever, of de in het bedrijf of de inrichting werkzame zelfstandige of werkgever die de arbeid zelf verricht.
Het niet melden of volledig ontbreken van de gegevens van de melding waardoor niet beoordeeld kan worden welke bepalingen van hoofdstuk twee, paragraaf twee van toepassing zijn op de werkgever.
De beoordelingssystematiek is op de volgende drie aspecten gestoeld:
1.
Gedocumenteerd
Er is sprake van een deugdelijke en volledige beschrijving van een maategel:
–
Deugdelijk betekent helder, inzichtelijk, goed leesbaar en actueel;
–
Volledig betekent dat alle relevante aspecten zijn benoemd.
2.
Geschikt
Technische onderdelen voldoen minimaal aan de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening naast de stand der techniek. De maatregelen zijn geschikt als de stand der wetenschap en techniek toegepast wordt en als deze al jaren gelijk is dan is geschikt ook ‘state of the art’ en ‘safe by design’, ook als dit nog nergens of op weinig plekken in gebruik is.
De maatregelen zijn passend voor de aangetroffen situatie, waarbij technische maatregelen altijd voor procedurele en organisatorische maatregelen gaan als bepaald in artikel 4.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Organisatorische en procedurele onderdelen voldoen ook aan de stand van de wetenschap of techniek en zijn eveneens passend voor de situatie. Daarbij wordt goed rekening gehouden met de individuele situatie van werknemers.
3.
Geïmplementeerd
Er wordt gewerkt zoals beschreven is en de werknemers, zelfstandigen en/of derden lopen hierdoor geen risico of gevaar of dit wordt zo klein mogelijk gemaakt als het risico niet geheel weggenomen kan worden. Er is sprake van een goed functionerende managementloop en verbeteractiviteiten op alle onderdelen. Deze zijn structureel en onlosmakelijk aan de bedrijfsvoering verbonden. De gekozen maatregelen die geïmplementeerd zijn, zijn de geschikte maatregelen om het risico weg te nemen of zo klein mogelijk te maken. Deze zijn op een juiste manier in gebruik of geïnstalleerd en gedocumenteerd.
Een niet geschikte of niet goed geïmplementeerde maatregel, die wel goed gedocumenteerd is, kan maximaal als matig beoordeeld worden op het aspect gedocumenteerd. Het niet goed documenteren van maatregelen wordt meestal gehandhaafd als een overtreding van het veiligheidsbeheerssysteem.
Indien een geschikte maatregel onjuist geïmplementeerd of gedocumenteerd is, dan wordt de geschiktheid, implementatie en documentatie maximaal op matig beoordeeld. Indien een maatregel geschikt is, maar niet toegepast of in gebruik is, dan is de beoordeling van de maatregel altijd slecht op geschiktheid en maximaal matig op gedocumenteerd omdat de maatregel niet toegepast en in gebruik is.
Als een geschikte maatregel maar deels geïmplementeerd is en er door deze beperkte implementatie geen grote risico’s kunnen ontstaan, dan zal de beoordeling voor geschikt, geïmplementeerd en gedocumenteerd maximaal matig zijn. Als er wel een groot risico door kan ontstaan, dan is de beoordeling op geschikt, geïmplementeerd en gedocumenteerd slecht omdat de gezondheid en veiligheid van de personen hierdoor alsnog in gevaar kan komen of het risico op een zwaar ongeval verhoogd kan zijn.
Indien een ongeschikte maatregel voldoende geïmplementeerd of gedocumenteerd is, dan is de beoordeling op geïmplementeerd altijd slecht en gedocumenteerd maximaal matig. Bij een deels geschikte maatregel, dan is de beoordeling op geïmplementeerd en gedocumenteerd maximaal matig. Als een ongeschikte of deels ongeschikte maatregel juist geïmplementeerd en/of gedocumenteerd is, dan kan de gezondheid en veiligheid van de werknemers, zelfstandigen en derden hierdoor alsnog in gevaar komen of het risico op een zwaar ongeval verhoogd zijn, dus kan deze maatregel nooit als voldoende worden beoordeeld. Een ongeschikt maatregel betreft een maatregel die niet als voldoende wordt beoordeeld.
Tijdens een inspectie of bezoek van de toezichthouder wordt voor elke, volgens de toezichthouder, verkeerde, ontbrekende of onvolledige maatregel of element van het veiligheidsbeheersysteem een volledige beoordeling opgesteld.
Er wordt beoordeeld op de 3 bovenstaande aspecten (geïmplementeerd, geschikt en gedocumenteerd) en de toezichthouder geeft een oordeel namelijk voldoende (voorheen goed of redelijk), matig of slecht. Als door de toezichthouder alleen het oordeel voldoende wordt gegeven, dan zal er meestal geen overtreding geconstateerd zijn. Hierbij kan het wel zo zijn dat er wel een eis tot naleving of een waarschuwing wordt opgelegd omdat de situatie voldoende is maar niet goed genoeg. Dit gaat met name om situaties die voorheen als redelijk werden beoordeeld. Er is verbetering mogelijk om echt te voorkomen dat er een zwaar ongeval kan ontstaan of de veiligheid of gezondheid van personen direct of op de lange termijn geschaad kan worden.
Bij het oordeel slecht of matig wordt aan de beoordeling een waarde gekoppeld.
In tabel 1 van deze bijlage is per aspect met bijbehorend oordeel (matig of slecht) een waarde gekoppeld.
De waarde van alle drie de aspecten wordt bij elkaar opgeteld en door 16 gedeeld.
16 is de maximale uitkomst namelijk 3x slecht (2 + 6 + 8). De uitkomst van deze optelling is de correctiefactor waarmee de boetenormbedragen voor de overtreding wordt gecorrigeerd.
Omdat deze elementen op onderdelen, apart of gezamenlijk kunnen worden overtreden, is voor elk element een boetenormbedrag opgenomen in de tabel van bijlage 2. De overtreding gaat ook altijd over een maatregel waardoor een boeterapport over het overtreden van meerdere maatregelen gaat wat meerdere overtredingen zijn.
Een overtreding van een onderdeel van een element van het veiligheidsbeheerssysteem is meestal ook een overtreding van het treffen van alle maatregelen die nodig zijn als bepaald in artikel 4.9, eerste lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving en 2.5, derde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Andersom kan dit vaak ook het geval zijn dat een overtreding van het niet treffen van alle maatregelen die nodig zijn, ook een overtreding van het veiligheidsbeheerssysteem is.
De toezichthouder kan ervoor kiezen om in plaats van een overtreding van een onderdeel van een element van het veiligheidsbeheerssysteem een overtreding van artikel 4.9, eerste lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving of 2.5, derde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit te handhaven. Dit hangt af van de specifieke situatie ter plekke, wat er in het handhavingsbeleid is opgenomen en of het een systematische afwijking is. Een systematische afwijking betekent in elk geval dat deze vaker is of kan voorkomen mede omdat er geen goed managementsysteem of de PDCA-cyclus is of als deze niet volledig doorlopen is.
Een overtreding van een onderdeel van het element a tot en met h van het veiligheidsbeheerssysteem, wordt gezien als overtreding van het gehele element van het veiligheidsbeheerssysteem. Hierbij is het niet van belang dat er mogelijk wel aan de andere onderdelen van dat element wordt voldaan omdat het doel van het element wordt overtreden.
Als er meerdere onderdelen van het element worden overtreden, dan kunnen er meerdere overtredingen worden geconstateerd omdat er meerdere maatregelen niet goed zijn. Er kan dan ervoor worden gekozen om één beoordeling te maken van het slechtste onderdeel dat overtreden is als de maatregelen met elkaar verbonden zijn.
De in tabel 1 of 2 van bijlage 1 opgenomen boetenormbedragen worden in geval van overtreding gecorrigeerd met de vastgestelde correctiefactor als hiervoor beschreven.
Tabel 1 Beoordelingsystematiek
Gedocumenteerd
Matig
1
Slecht
2
Geschikt
Matig
3
Slecht
6
Geïmplementeerd
Matig
4
Slecht
8
In tabel 2 zijn voor elke mogelijke uitkomst de te hanteren boetenormbedragen voor deze artikelen vermeld.
Tabel 2 Tarieflijst artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikelen 2.5, derde lid en, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling