Wet van 6 maart 2024 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht (Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht)

Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regeling van het bewijsrecht te wijzigen om de geschiloplossing te vergemakkelijken en procedures sneller en efficiënter te laten verlopen en in verband daarmee enkele andere wetten aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel

III

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.

Artikel

IV

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Artikel

V

Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.

Artikel

VI

Wijzigt de Onteigeningswet.

Artikel

VII

Wijzigt de Uitvoeringswet Bewijsverdrag.

Artikel

VIII

Wijzigt de Uitvoeringswet Bewijsverkrijgingsverordening.

Artikel

IX

Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905.

Artikel

X

Wijzigt de Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954.

Artikel

XI

Wijzigt de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

Artikel

XIIa

Ten aanzien van de verdere behandeling door een rechtbank, een gerechtshof of de Hoge Raad van zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet met een dagvaarding aanhangig zijn dan wel met een verzoekschrift zijn ingediend, blijft het recht zoals dat gold vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing.

Artikel

XIIb

Deze wet wordt geëvalueerd vijf jaar na inwerkingtreding.

Artikel

XIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

XIV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius