Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 27 maart 2024, nr. OVO/43595480, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor techniekonderwijs in het vmbo (Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028)

Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

Artikel

1.3

Te subsidiëren activiteiten

Artikel

1.4

Cofinanciering

Artikel

1.5

Penvoerderschap

Artikel

1.6

Subsidieaanvraag

Artikel

1.7

Beoordeling subsidieaanvraag

Artikel

1.8

Beoordeling activiteitenplan

Artikel

1.9

Besluitvorming en gewijzigde aanvraag

Artikel

1.10

Algemene verplichtingen subsidie

Artikel

1.11

Verplichtingen voortgangsrapportage

Artikel

1.12

Begroting

Artikel

1.13

Besteding subsidie

Artikel

1.14

Verlening en betaling subsidie

Artikel

1.15

Verantwoording

Hoofdstuk

2

Techniekregio

Artikel

2.1

Techniekregio

Artikel

2.2

Subsidieplafond techniekregio

Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekregio’s is op grond van deze subsidieregeling in totaal een bedrag van € 368.640.080,– beschikbaar.

Artikel

2.3

Subsidiebedrag

Artikel

2.4

Toekenning subsidie

Indien een aanvraag op alle criteria zoals bedoeld in bijlage 1 als voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd.

Artikel

2.5

Vooraanmelding subsidieaanvraag

Hoofdstuk

3

Techniekluwe regio

Artikel

3.1

Techniekluwe regio

Artikel

3.2

Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekluwe regio’s is op grond van deze subsidieregeling in totaal een bedrag van € 20.000.000,– beschikbaar.

Artikel

3.3

Subsidiebedrag

De subsidie voor een techniekluwe regio bestaat uit een bedrag dat wordt vastgesteld aan de hand van de in de bijlage 4 bij deze regeling opgenomen tabel.

Artikel

3.4

Toekenning subsidie

Indien een aanvraag op alle criteria zoals bedoeld in bijlage 1 als voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd.

Artikel

3.5

Vooraanmelding subsidieaanvraag

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4.1

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

4.2

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

4.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, M.L.J. Paul

Bijlage

1

Beoordelingskaders subsidieaanvraag

Deze bijlage behoort bij artikel 1.7 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.

1) Het in regioverband gezamenlijk vormgegeven van een toekomstbestendig en dekkend technisch onderwijsaanbod dat past bij de regionale arbeidsmarktbehoefte.

A. De aanvraag bevat een regiovisie bestaand uit een afbakening van de regio, een regionale analyse, en aandacht voor binnen de regio belangrijk thema’s.

1. In de regionale visie is een onderbouwde keuze gemaakt voor de afbakening van de regio.

2. De regionale visie bevat een overzicht van de relevante partijen in de regio en in de desbetreffende sector (o.a. scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, en bedrijven) inclusief een aanduiding met wie wordt samengewerkt voor de uitvoering van dit plan.

3. De regiovisie beschrijft op hoofdlijnen hoe er aandacht zal worden besteed aan de binnen de regio belangrijke thema’s waaronder in ieder geval de volgende drie thema’s: (1) het aantrekken en ontwikkelen van technisch schoolpersoneel, (2) het tegengaan van genderstereotyperingen en bevorderen van inclusie in de techniek, en (3) het ontwikkelen en toepassen van technologie in het kader van duurzaamheid. Er wordt in ieder geval omschreven waar de regio nu staat op deze thema’s en waar ze aan het einde van de subsidieperiode willen staan.

4. De regionale analyse bevat een overzicht van het huidige aanbod van technisch vmbo (inclusief technologisch vormgegeven andere profielen en techniekonderwijs in de theoretische leerweg), de instroomcijfers in het technisch vmbo, de aansluiting met het mbo (inclusief de technische opleidingen in het mbo en de doorstroomcijfers naar het technisch mbo op profielniveau) en de vraag van de arbeidsmarkt.

5. De regionale analyse is onderbouwd met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de regionale (toekomstige) arbeidsmarkt.

6. De regionale analyse is onderbouwd met kwantitatieve gegevens van de verwachte ontwikkeling in leerlingenaantallen voor de komende tien jaar.

7. De regionale analyse bouwt waar mogelijk voort op bestaande regionale en sectorale agenda’s.

B. De regiovisie bevat het beoogde onderwijsaanbod voor het technisch onderwijs in het vmbo.

1. Er worden heldere doelen gesteld voor het beoogde onderwijsaanbod in de regio die in de loop van vier jaar moeten worden bereikt. Deze doelen zijn op vestigingsniveau en per leerweg en profiel. Deze doelen betreffen de vijf technische profielen en waar mogelijk ook technische keuzevakken, technische modules of technische praktijkgerichte programma’s.

2. Deze beoogde doelen zijn gerelateerd aan het huidige onderwijsaanbod, het aanbod van het mbo, de arbeidsmarktanalyse over de periode 2025 tot en met 2028 en de verwachte leerlingenaantallen over de periode 2025 tot en met 2035.

3. Er wordt beschreven dat in de regio sprake is van een goede balans tussen een dekkend en bereikbaar onderwijsaanbod enerzijds en doelmatigheid anderzijds waarbij via samenwerking een optimale inzet van de beschikbare middelen wordt bereikt.

2) Doorontwikkeling kwaliteit van het techniekonderwijs in het beroepsgericht vmbo in de regio.

A. De aanvraag bevat een analyse van de huidige kwaliteit van het technisch vmbo-aanbod en een plan op hoofdlijnen om de verbetering van de kwaliteit van dit aanbod te bereiken.

1. De analyse van de huidige kwaliteit van het techniekonderwijs is realistisch en voldoende onderbouwd.

2. Het beoogd effect van de doorontwikkeling is helder geformuleerd.

3. Het plan op hoofdlijnen betreft niet alleen de verbetering van de kwaliteit binnen de vijf technische profielen, maar ook indien van toepassing op die van technologisch vormgegeven andere profielen, technische keuzevakken, technische praktijkgerichte programma’s of technisch onderwijs in de theoretische leerweg.

4. Het plan op hoofdlijnen heeft een duidelijke koppeling met de regiovisie en de behaalde resultaten in het kader van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024.

3) Uitvoerbaarheid en haalbaarheid.

A. Het plan bevat een samenwerkingsovereenkomst met daarin de inrichting van een deskundige en duurzame organisatie die zorg draagt voor sturing op een efficiënte inzet en verantwoording van middelen, samenwerking, planning, evaluatie, communicatie en overdracht van het penvoerderschap.

1. De samenwerkingsovereenkomst is ondertekend door alle partijen die deelnemen aan de betreffende Sterk Techniekonderwijs-regio, inclusief de machtiging van penvoerderschap. Dit moeten minimaal de partijen zijn, bedoeld in artikel 2.1 (in het geval van een techniekregio) of artikel 3.1 (in het geval van een techniekluwe regio) maar mogen ook andere partners zijn, zoals de lokale overheid. De regio draagt via de penvoerder verantwoordelijkheid dat de ondertekende partijen tekenbevoegd zijn.

2. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de manier waarop de samenwerking binnen de regio wordt georganiseerd, en hoe de benodigde expertise op scholen zelf kan worden opgebouwd en kan beklijven.

B. Aansluiting reeds lopende regionale trajecten.

1. Het plan bevat een beschrijving van de aansluiting van dit plan op en zo mogelijk versterking van eventuele reeds lopende regionale trajecten met overeenkomstige doelen (zoals Regionaal Investeringsfonds mbo, bètatechniek-netwerken, trajecten in het kader van versterking beroepsonderwijs), en maakt aannemelijk dat het plan niet leidt tot dubbele bekostiging van dezelfde activiteiten.

2. Indien een vestiging of bedrijf in de regio ook mede een subsidieaanvraag heeft ondertekend in het kader van andere regionale samenwerkingen buiten Sterk Techniekonderwijs om, dient ook het projectnummer van de andere subsidieaanvraag aangegeven te worden.

4) Een activiteitenplan voor de periode 2025–2028 op hoofdlijnen.

A. Het plan bevat een activiteitenplan voor de periode 2025 tot en met 2028 op hoofdlijnen, waarbij per jaar globaal wordt aangegeven welke activiteiten zullen worden georganiseerd.

1. Het activiteitenplan bevat een overzicht van welke activiteiten de regio per jaar gaat uitvoeren.

2. Uit dit activiteitenplan blijkt hoe gestimuleerd en gefaciliteerd zal worden dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met de techniek.

3. Het activiteitenplan sluit aan bij de ingediende regiovisie.

4. Bij het indienen van de uitgewerkte activiteitenplannen voor twee jaar in begin 2025 en eind 2026, als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onderdeel a, en artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, moeten deze activiteiten uitgewerkt en waar nodig herijkt worden.

5) Voldoende onderbouwde en sluitende begroting.

A. Het plan bevat een realistische meerjarenbegroting op hoofdlijnen van de kosten en baten.

1. De begroting betreft een overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

2. Het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd is niet hoger dan het bedrag dat aan de Sterk Techniekonderwijs-regio is toegewezen in bijlage 3 of 4.

3. De begroting die bij de aanvraag word ingediend, is sluitend.

4. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt in intern en extern personeel. Intern personeel is personeel dat bij de school in dienst is. Voor deze personeelskosten wordt conform de gemiddelde personeelslast een maximaal intern uurloon gerekend. Extern personeel is personeel dat niet bij de school in dienst is. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur, inclusief BTW.

5. De begroting moet ten minste globaal zijn. Hiermee wordt bedoeld dat de begroting minimaal onderscheid maakt in maatregelen en kostensoorten (bijvoorbeeld loonkosten of materiaal) en bij dit onderscheid een zo realistisch mogelijke schatting maakt op basis van aantallen maal gemiddelde kosten van de onderbouwing van deze kosten. De begroting is uitgesplitst per jaar, waarbij de inschattingen van de bedragen per jaar van elkaar mogen verschillen.

6. De cofinanciering van minimaal 10% is aangegeven en volgens de kaders van de regeling geregeld zoals beschreven in artikel 1.4.

7. De meerjarenbegroting moet bij het indienen van de uitgewerkte activiteitenplannen uitgewerkt en indien nodig herijkt worden.

Bijlage

2

Beoordelingskader activiteitenplan

Deze bijlage behoort bij artikel 1.8 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.

1) In regioverband gezamenlijk vormgegeven van een toekomstbestendig en dekkend technisch onderwijsaanbod dat past bij de regionale arbeidsmarktbehoefte.

A. Het activiteitenplan sluit aan bij de al ingediende regiovisie en de lessen getrokken uit de evaluatie van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 of uit de uitvoering van de plannen in 2025 en 2026.

1. Het uitgewerkte activiteitenplan sluit aan bij en is congruent met de al ingediende regiovisie.

2. De regio heeft de mogelijkheid om een herziende versie van de regiovisie in te dienen, zolang deze blijft voldoen aan de eisen beschreven aan een regiovisie in de beoordelingskader van bijlage 1.

3a. Voor het activiteitenplan 2025–2026: Uit het uitgewerkte activiteitenplan blijkt hoe de relevante lessen getrokken uit de eigen evaluatie van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 zijn verwerkt in de activiteiten.

3b. Voor het activiteitenplan 2027–2028: Uit het uitgewerkte activiteitenplan blijkt hoe de relevante lessen getrokken uit de eerste periode van deze regeling (2025–2026) zijn verwerkt in de activiteiten.

4. Het activiteitenplan werkt uit hoe er aandacht zal worden besteed aan de binnen de regio belangrijke thema’s waaronder in ieder geval de volgende drie thema’s: (1) het aantrekken en ontwikkelen van technisch schoolpersoneel; (2) het tegengaan van genderstereotyperingen en bevorderen van inclusie in de techniek; en (3) het ontwikkelen en toepassen van technologie in het kader van duurzaamheid. Er wordt over deze thema’s omschreven waar de regio aan het begin van de subsidieperiode stond, waar ze nu staat, waar ze aan het einde van de subsidieperiode wil staan, en waarom er op de gekozen manier aandacht aan zal worden besteed.

5. Het activiteitenplan bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is gevraagd.

B. Het activiteitenplan bevat activiteiten voor de transitie van het huidige naar het beoogde onderwijsaanbod of het in stand houden van het huidige en beoogde onderwijsaanbod.

1. Het activiteitenplan bevat concrete, realistische en toekomstbestendige acties om het beoogde onderwijsaanbod te bereiken. Het maakt duidelijk hoe de gestelde doelen wat betreft het beoogde onderwijsaanbod worden gerealiseerd.

2. Deze acties sluiten aan bij de gestelde doelen voor het beoogde onderwijsaanbod in de regio zoals opgesteld in de subsidieaanvraag.

3. Er wordt een beschrijving gegeven van de mijlpalen die gedurende twee jaar moeten worden bereikt om de doelstellingen te behalen alsmede een omschrijving van de activiteiten die worden verricht om de mijlpalen te verwezenlijken. Deze mijlpalen moeten passen bij de doelen die zijn gesteld in de regiovisie.

2) Doorontwikkeling van de kwaliteit van het techniekonderwijs in het beroepsgericht vmbo in de regio.

A. Het activiteitenplan sluit aan op de analyse van de verbetering of het in stand houden van de huidige kwaliteit van het technisch onderwijs in het vmbo en presenteert een plan om dat doel te bereiken. Deze moet passend zijn bij de regionale visie en een duidelijke koppeling hebben met de behaalde resultaten in het kader van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024.

1. Het plan bevat concrete, realistische en toekomstbestendige acties om het doel ter verbetering van techniekonderwijs geformuleerd in de subsidieaanvraag te bereiken.

2. Het plan betreft niet alleen de verbetering van kwaliteit binnen de vijf technische profielen, maar ook indien van toepassing op die van technologisch vormgegeven andere profielen, technische keuzevakken, technische praktijkgerichte programma’s, of technisch onderwijs in de theoretische leerweg op korte maar ook op (midden) lange termijn.

3. Het plan omvat maatregelen om te komen tot innovatie van het technisch onderwijs en de wijze waarop het onderwijs zal vernieuwen om technische ontwikkelingen te volgen.

3) Stimuleren en faciliteren dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met de techniek.

A. Het activiteitenplan beschrijft hoe gestimuleerd en gefaciliteerd zal worden dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met de techniek.

1. Uit dit activiteitenplan blijkt hoe gestimuleerd en gefaciliteerd zal worden dat alle leerlingen in alle leerwegen van het vmbo, zowel in de onderbouw als in de bovenbouw, in aanraking kunnen komen met de techniek.

2. De aanraking met techniek kan gebeuren in of in samenwerking met de vijf harde techniekprofielen, maar ook in of in samenwerking met technische keuzevakken, technische modules, technische praktijkgerichte programma’s of andere vormen van techniekonderwijs.

4) Uitvoerbaarheid en haalbaarheid.

A. Het activiteitenplan beschrijft de activiteiten van de partners die in de samenwerkingsovereenkomst samen verantwoordelijk zijn voor de inrichting van een deskundige en duurzame organisatie die zorg draagt voor sturing op een efficiënte inzet en verantwoording van middelen, samenwerking, planning, evaluatie en communicatie.

1. Het activiteitenplan bevat een beschrijving van de manier waarop de samenwerking wordt georganiseerd en hoe de benodigde expertise op scholen zelf kan worden opgebouwd en kan blijven.

2. Het activiteitenplan maakt aannemelijk dat de regio gezamenlijk optrekt, van elkaar leert, gebruik maakt van elkaars expertise en – waar dat nodig is – gebruik maakt van elkaars voorzieningen.

3. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verantwoordelijkheden van iedere partij en de activiteiten die iedere partij gaat uitvoeren.

B. Het activiteitenplan bevat doelstellingen, beoogde resultaten en een activiteitenplanning die uitvoerbaar zijn en haalbaar in de tijd.

1. Het activiteitenplan bevat een realistische en onderbouwde activiteitenplanning.

2. Het activiteitenplan bevat een duiding van mogelijke risico’s op de uitvoering, bijbehorende beheersmaatregelen en de evaluatie van de voortgang van het plan.

5) Voldoende onderbouwde en sluitende begroting over de betreffende twee jaar.

A. Het activiteitenplan bevat een realistisch uitgewerkte meerjarenbegroting van de kosten en baten.

1. De begroting is inzichtelijk en evenwichtig.

2. Deze begroting is de uitgewerkte en herijkte versie van de twee betreffende jaren van de begroting op hoofdlijnen ingediend bij de subsidieaanvraag.

3. De begroting bevat per activiteit een overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager voor zover deze betrekking hebben op de betreffende periode.

4. De begrotingsposten zijn ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.

5. De begroting die bij de wordt ingediend, is sluitend.

6. De begroting maakt inzichtelijk hoe de middelen verdeeld worden over de betrokken partijen en wat de omvang van de kosten voor de overhead is.

B. Doelstellingen worden op zo efficiënt mogelijke manier bereikt.

1. Uit het activiteitenplan blijkt dat de middelen (geld, tijd en mankracht) zo economisch mogelijk worden ingezet om maximale resultaten te bereiken.

2. De kosten van overhead worden zo laag mogelijk gehouden.

3. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt in intern en extern personeel. Intern personeel is personeel dat bij de school in dienst is. Voor deze personeelskosten wordt conform de gemiddelde personeelslast VO een maximaal intern uurloon gerekend. Extern personeel is personeel dat niet bij de school in dienst is. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur, inclusief BTW.

C. Het activiteitenplan toont aan dat en hoe de vereiste cofinanciering door het bedrijfsleven vorm wordt gegeven.

1. De cofinanciering van minimaal 10% is weergegeven en volgens de kaders van de regeling geregeld zoals beschreven in artikel 1.4.

2. Het activiteitenplan bevat een beschrijving van de inbreng van de bedrijven gekoppeld aan de activiteiten van de regio dat overeenkomt met de beschrijving van de cofinanciering. Dit betekent dat de inbreng van bedrijven niet alleen aan de inkomsten kant staat (hoe wordt de cofinanciering betaald), maar ook aan de uitgaven kant (hoe besteed de regio de ingekomen cofinanciering).

Bijlage

3

Subsidiebedragen per techniekregio

Deze bijlage behoort bij artikel 2.3 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.

STO19001

€ 3.131.316,00

STO19002

€ 3.735.328,00

STO19003

€ 4.998.920,00

STO19004

€ 12.198.012,00

STO19005

€ 1.837.292,00

STO19007

€ 6.906.096,00

STO19008

€ 5.395.868,00

STO19009

€ 4.068.620,00

STO19010

€ 2.948.168,00

STO19011

€ 7.033.484,00

STO19012

€ 2.543.200,00

STO19013

€ 8.440.248,00

STO19014

€ 3.350.640,00

STO19015

€ 3.702.800,00

STO19016

€ 3.064.000,00

STO19017

€ 19.129.636,00

STO19018

€ 2.272.976,00

STO19019

€ 3.588.340,00

STO19020

€ 6.173.288,00

STO19021

€ 2.134.592,00

STO19022

€ 1.823.888,00

STO19023

€ 4.927.452,00

STO19024

€ 3.727.208,00

STO19025

€ 18.112.356,00

STO19026

€ 3.946.492,00

STO19027

€ 3.822.748,00

STO19029

€ 3.290.024,00

STO19030

€ 4.701.252,00

STO19031

€ 5.674.516,00

STO19032

€ 3.330.004,00

STO19033

€ 1.796.136,00

STO19034

€ 2.574.992,00

STO19035

€ 3.732.028,00

STO19036

€ 1.748.452,00

STO19037

€ 5.364.560,00

STO19038

€ 6.588.480,00

STO19040

€ 8.138.240,00

STO19041

€ 12.048.412,00

STO19042

€ 2.058.404,00

STO19043

€ 8.335.924,00

STO19044

€ 3.624.052,00

STO19045

€ 2.065.840,00

STO19046

€ 9.076.048,00

STO19047

€ 8.217.716,00

STO19048

€ 4.182.560,00

STO19049

€ 1.398.760,00

STO19050

€ 4.304.916,00

STO19051

€ 7.430.912,00

STO19052

€ 1.523.960,00

STO19053

€ 2.399.832,00

STO19054

€ 3.852.080,00

STO19055

€ 1.850.000,00

STO19056

€ 7.113.012,00

STO19057

€ 6.612.320,00

STO19058

€ 3.290.108,00

STO19059

€ 5.149.980,00

STO19060

€ 9.878.740,00

STO19061

€ 6.216.500,00

STO19062

€ 1.737.856,00

STO19063

€ 6.053.580,00

STO19065

€ 2.921.748,00

STO19066

€ 9.624.424,00

STO19067

€ 1.573.236,00

STO19068

€ 6.571.308,00

STO19069

€ 3.242.580,00

STO19070

€ 3.853.300,00

STO19071

€ 4.694.420,00

STO19072

€ 3.250.076,00

STO19073

€ 4.927.452,00

STO19074

€ 5.955.932,00

STO19075

€ 1.945.048,00

STO19077

€ 5.015.596,00

STO19078

€ 6.691.796,00

Totaal beschikbaar bedrag

€ 368.640.080,00

Bijlage

4

Subsidiebedragen per techniekluwe regio

Deze bijlage behoort bij artikel 3.3 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.

STO19006

€ 4.000.000,00

STO19028

€ 4.000.000,00

STO19039

€ 4.000.000,00

STO19064

€ 4.000.000,00

STO19076

€ 4.000.000,00

Totaal beschikbaar bedrag

€ 20.000.000