Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 5 april 2024, nr. IENW/BSK-2024/91785, houdende regels voor het verstrekken van een rijksbijdrage voor schoon en emissieloos bouwen (Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden)

Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: gemeente, provincie of waterschap;

  • bouwmachine:

    • a.

      bouwwerktuig:

      • 1°.

        mobiele machine;

      • 2°.

        vervoerbare industriële uitrusting; of

      • 3°.

        voertuig, niet bestemd voor personen- of goederenvervoer over de weg; en

      • 4°.

        welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel A; of

    • b.

      hulpfunctie:

      • 1°.

        machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig of een drijvend werktuig; en

      • 2°.

        welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel B; of

    • c.

      bouwvoertuig:

      • 1°.

        voertuig met de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3 en met de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF en indien het voertuigcategorie N2 betreft vanaf een gewicht van 4.250 kg; en

      • 2°.

        welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel C; en

    • d.

      indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch vermogen van 8 kilowatt of hoger; en

    • e.

      bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht;

  • bouwwerkzaamheden: werkzaamheden die zich richten op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan, met inbegrip van werkzaamheden gericht op de inrichting van de openbare ruimte in de directe omgeving van een onroerende zaak, met uitzondering van groenonderhoud;

  • CPV-code: Common Procurement Vocabulary, de code voor alle mogelijke soorten overheidsopdrachten voor diensten, leveringen en werken, die aanbestedende diensten gebruiken bij Europese aanbestedingen;

  • emissieloos: zonder uitlaatemissie van NOx, roetdeeltjes en broeikasgassen, uitgezonderd CO2 die vrijkomt bij gebruik van niet fossiele waterstofdragers in een brandstofcel;

  • inzetdag: dag waarbij een bouwmachine voor minimaal twee uur per etmaal wordt ingezet;

  • inzetplan emissieloos materieel: een opgave van de voor de bouwwerkzaamheid in te zetten emissieloze bouwmachines en vaartuigen en het aantal inzetdagen;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • ontvanger: aanvrager aan wie een rijksbijdrage is toegekend;

  • rijksbijdrage: een specifieke uitkering of een subsidie op grond van deze regeling;

  • vaartuig: binnenvaartschip of drijvend werktuig als bedoeld in de richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG.

Artikel

2

Toepasselijkheid Kaderbesluit subsidies I en M

De artikelen, 6, eerste en vierde lid, 11, 12, aanhef en onder c, g en i, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c en f, tweede lid, 18 en, voor zover het een rijksbijdrage aan een waterschap betreft artikel 15, tweede lid, aanhef en onder b, artikel 24, eerste, derde en vierde lid en artikel 25, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een rijksbijdrage die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel

3

Doel

Het doel van deze regeling is het stimuleren van medeoverheden om emissieloos bouwmaterieel toe te passen bij aanbestedingen, daartoe het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen te ondertekenen en daarmee bij te dragen aan doelen op het gebied van stikstofreductie, klimaat en gezondheid.

Artikel

4

Kosten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage

Artikel

5

Plafond en wijze van verdeling

Artikel

6

Hoogte van de rijksbijdrage

Artikel

7

Aanvraag tot verlening

Artikel

8

Voorwaarden

Uitsluitend aanvragen die voldoen aan de volgende voorwaarden worden in behandeling genomen:

  • a.

    de aanvrager heeft het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen getekend;

  • b.

    de werkzaamheid betreft een bouwwerkzaamheid ten behoeve van aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van infrastructuur die door de aanvrager wordt beheerd;

  • c.

    de eerste inzet bij de bouwwerkzaamheid van de in het inzetplan emissieloos materieel genoemde bouwmachines of vaartuigen heeft nog niet plaatsgevonden.

Artikel

9

Verlening

Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval:

  • a.

    de bouwwerkzaamheid waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend;

  • b.

    het bedrag van de rijksbijdrage;

  • c.

    indien van toepassing het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en, indien van toepassing, dat toegevoegd is aan het BTW-compensatiefonds;

  • d.

    de wijze waarop het bedrag van de rijksbijdrage is bepaald;

  • e.

    de periode waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; en

  • f.

    indien het een rijksbijdrage van minder dan € 25.000,- betreft aan een waterschap: de datum waarop de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld.

Artikel

11

Verplichtingen ontvanger

Artikel

12

Bevoorschotting

De Minister verstrekt bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 9, een voorschot van 100%, dat binnen vier weken na de beschikking tot verlening wordt betaald.

Artikel

14

Vaststelling van de rijksbijdrage

Artikel

15

Evaluatieverslag

De Minister publiceert uiterlijk op 1 oktober 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage in de praktijk.

Artikel

16

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

17

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stimulering schoon en emissieloos bouwen voor medeoverheden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

Bijlage

1

Lijst van bouwmachines behorende bij artikel 1 van de regeling

A

Bouwwerktuigen

Mobiele machines

A1.1 asfalt- / betonzagen (rijdend)

A1.2 asfaltspreidmachine / asfaltwerkmachine

A1.3 asfaltvoorlader

A1.4 ballastafwerkmachine

A1.5 bestratingsmachine (zelfrijdend)

A1.6 betonmachine / paver

A1.7 betonpomp (stand-alone)

A1.8 bodemstabiliseerder

A1.9 bulldozer

A1.10 emulsiespuitwagen

A1.11 freesmachine voor asfalt of beton

A1.12 sondeermachine / sondeertruck / sondeerrups

A1.15 gietasfaltketel

A1.16 graaflaadcombinatie

A1.17 grader / wegschaaf

A1.18 funderingsmachine (gemotoriseerd materieel): heimachine / (damwand) drukmachine / trilstelling / vibrostelling

A1.19 hoogwerker (zelfrijdend of getrokken) vanaf 56 kW

A1.20 kabeltreklier

A1.21 mobiele boorinstallatie/grondboormachine/ mobiele (anker) boorinstallatie /grondboormachine / gestuurde boring machine / boorrups

A1.22 mobiele compressor

A1.23 mobiele graafmachine (niet zijnde 'overslagmachine')

A1.24 mobiele kraan (telescoopkraan, torenkraan, rupshijskraan, ruwterreinkraan, draadkraan, minihijskraan, dragline-kraan)

A1.25 mobiele lopende band (transportband)

A1.26 mobiele puinbreekinstallatie

A1.27 mobiele zeefinstallatie/grondzeef

A1.28 mobiele overslagmachine, rupsoverslagmachine, overslagkraan (niet zijnde statisch en bekabeld elektrisch)

A1.29 rupsdumper

A1.30 rupsgraafmachine

A1.31 ruw terrein heftruck

A1.32 schranklader

A1.33 shovel, laadschop, wiellader op banden of rups

A1.34 shuttle buggy

A1.35 sleepgraver/dragline

A1.36 sloopkraan

A1.37 teer-/asfaltsproeier

A1.38 tractor met motorvermogen vanaf 19 kW

A1.39 veegmachine met motorvermogen vanaf 56 kW

A1.40 verreiker (star of roterend)

A1.41 vlindermachine (uitsluitend ride-on)

A1.42 wals (klein, knik-, rol-, banden-, grond-)

A1.43 waterwagen bij asfalt en frees

A1.44 (weg)markeringsmachine

A1.45 wieldumper

A1.46 boomverplantingsmachine

Vervoerbare industriële uitrustingen

A2.1 aggregaat met verbrandingsmotor voor off-grid stroomvoorziening vanaf 560 kW

A2.2 aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening (niet hybride met verbrandingsmotor)

A2.3 aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of

waterstofdragers

A2.4 hydraulisch aggregaat

A2.5 lasaggregaat

A2.6 lichtmastaggregaat/lichtmast (zelf aangedreven)

A2.7 mobiel batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh, niet zijnde een verwisselbaar batterijpakket behorend bij een bouwwerktuig

A2.8 trilplaat / trilblok / stamper

A2.9 mobiele (vuil)-waterpomp

A2.10 pompen voor baggeren (DOP-pomp, jetpomp, booster-baggerstation)

A2.12 vliegwiel als vermogensvoorziening

B

Hulpfuncties

B1. elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet-loodhoudend accupakket voor aandrijving van de opbouw van een voertuig, oplegger of spoorvoertuig (inclusief vrachtautorailvoertuig), zijnde een:

B1.1 autolaadkraan

B1.2 betonmixer

B1.3 betonpomp

B1.4 binnenlader

B1.5 boor

B1.6 front-end cylinder

B1.7 haakarm

B1.8 kabelsysteem

B1.9 kettingsysteem

B1.10 onderwaartse cylinder

B1.11 portaalarmsysteem

B3. elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend accupakket voor aandrijving van hulpfunctie op een vaartuig, niet de voortstuwing, zijnde een:

B3.1 grondpers

B3.2 hei-installatie op een heischip

B3.3 kraan

C

Bouwvoertuigen (N2/N3)

C1. betonmixer (carrosseriecode 15)

C2. betonpompvoertuig (carrosseriecode 16)

C3. boorwagen (carrosseriecode 28)

C4. hoogwerker (carrosseriecode 27)

C5. kieptruck (carrosseriecode 10)

C6. kraanwagen (carrosseriecode 26 of aanduiding SF)

C7. voertuig met haakarm (carrosseriecode 9)

Bijlage

2

Plafondbedragen per aanvrager behorende bij artikel 5 van de regeling

Op de volgende plafondbedragen kan de aanvrager in 2024 aanspraak maken. Aanvragers hebben gedurende de aanvraagperiode vermeld in artikel 7, tweede lid, de tijd om gebruik te maken van dit plafondbedrag. De medeoverheden in onderstaande tabel hebben alle het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen per 30 oktober 2023 ondertekend.

Gemeenten

Amsterdam

€ 400.000

Arnhem

€ 400.000

Breda

€ 400.000

Den Haag

€ 400.000

Eindhoven

€ 400.000

Harderwijk

€ 400.000

‘s-Hertogenbosch

€ 400.000

Leiden

€ 400.000

Nijmegen

€ 400.000

Rotterdam

€ 400.000

Tilburg

€ 400.000

Utrecht

€ 400.000

Provincies

Drenthe

€ 400.000

Flevoland

€ 400.000

Friesland

€ 400.000

Gelderland

€ 400.000

Groningen

€ 400.000

Limburg

€ 400.000

Noord-Brabant

€ 400.000

Noord-Holland

€ 400.000

Overijssel

€ 400.000

Utrecht

€ 400.000

Zeeland

€ 400.000

Zuid-Holland

€ 400.000

Waterschappen

Aa en Maas

€ 400.000

Amstel, Gooi en Vecht

€ 400.000

Brabantse Delta

€ 400.000

De Dommel

€ 400.000

Drents Overijsselse Delta

€ 400.000

Hollandse Delta

€ 400.000

Hoogheemraadschap De Stichtste Rijnlanden

€ 400.000

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

€ 400.000

Hoogheemraadschap van Delfland

€ 400.000

Hoogheemraadschap van Rijnland

€ 400.000

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

€ 400.000

Hunze en Aa’s

€ 400.000

Noorderzijlvest

€ 400.000

Rijn en IJssel

€ 400.000

Rivierenland

€ 400.000

Scheldestromen

€ 400.000

Vallei en Veluwe

€ 400.000

Vechtstromen

€ 400.000

Limburg

€ 400.000

Fryslân

€ 400.000

Zuiderzeeland

€ 400.000

Bijlage

3

Vergoedingstabel voor het bepalen van de hoogte van de uitkering als bedoeld in artikel 6 van de regeling

Bedrag per inzetdag exclusief btw van machine-inzet

€ 25

€ 45

€ 200

€ 375