Besluit van 11 april 2024, houdende regels waarmee tijdelijk wordt afgeweken van de Wet basisregistratie personen in het kader van een experiment met beperking van de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen (Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen)

Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 oktober 2023, nr. 2023-0000614128;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 februari 2024, nr. W04.23.00314/I);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 april 2024, nr. 2024-0000130306;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Experiment

Artikel

2.1

Doel en duur

Met het oogmerk om de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie te beperken, vindt voor de periode van vier jaar een experiment als bedoeld in artikel 4.16a van de wet plaats.

Artikel

2.2

Afwijken van de wet

Artikel

2.3

Reikwijdte: bewerking gegevens tot informatie

Artikel

2.4

Reikwijdte: verstrekking van informatie aan overheidsorgaan

Artikel

2.5

Reikwijdte: verstrekking van informatie aan derde

Artikel

2.6

Reikwijdte: verstrekking van informatie niet dan na convenant

Artikel

2.7

Terugmelding

Artikel

2.8

Inhoud convenanten

Artikel

2.10

Inrichting, werking en beveiliging

Artikel

2.12

Kosten

Met betrekking tot de verstrekking van informatie op grond van artikel 2.4 en 2.5, is hetgeen bij of krachtens artikel 1.14 van de wet is bepaald van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a.

    gemeenten niet bijdragen in de kosten in verband met de uitvoering van het experiment; en

  • b.

    overheidsorganen waaraan en derden aan wie informatie wordt verstrekt, bijdragen in de kosten in verband met de uitvoering van het experiment, met dien verstande dat, voor zover deze verstrekking een vermeerdering van berichten tot gevolg heeft ten opzichte van de situatie dat verstrekt zou zijn op grond van artikel 3.2 of 3.3 van de wet, dit er niet toe leidt dat het overheidsorgaan of de derde in een hogere abonnementsklasse valt, waarbij het peiljaar is het kalenderjaar gelegen voor dat waarin dit besluit in werking treedt.

Hoofdstuk

3

Monitoring en evaluatie

Artikel

3.1

Wijze

Artikel

3.2

Criteria

Criteria aan de hand waarvan in het kader van monitoring en evaluatie als bedoeld in artikel 3.1 de doeltreffendheid en de effecten van het experiment worden bepaald, zijn:

  • a.

    het aantal gevallen waarin:

    • 1°.

      Onze Minister informatie verstrekt;

    • 2°.

      de colleges van burgemeester en wethouders informatie verstrekken;

    • 3°.

      melding wordt gedaan van een fout over de bewerking van gegevens en de verstrekking van informatie;

    • 4°.

      een ingeschrevene melding doet van een fout in de verdere verwerking van de informatie door een overheidsorgaan of derde;

    • 5°.

      een mededeling bedoeld in artikel 2.7 wordt gedaan met betrekking tot verstrekte informatie; en

    • 6°.

      een fout over de verwerking van gegevens en de verstrekking van informatie adequaat en binnen een redelijke termijn wordt opgelost.

  • b.

    de mate waarin:

    • 1°.

      overheidsorganen en derden aangeven hun taken uit te kunnen voeren met informatie in plaats van gegevens;

    • 2°.

      het gebruik van informatie verschilt van het gebruik van gegevens door overheidsorganen en derden;

    • 3°.

      beter kan worden bepaald voor welke concrete doeleinden informatie kan worden verstrekt onder de taak waarvoor reeds is geautoriseerd;

    • 4°.

      beter uitvoering gegeven kan worden aan artikel 3.11 van de wet;

  • c.

    beantwoording van de vraag of:

    • 1°.

      de verstrekking van specifieke gegevens achterwege kan blijven door de verstrekking van informatie;

    • 2°.

      er informatie wordt gegenereerd binnen het experiment die zou moeten worden bijgehouden op de persoonslijsten van ingeschrevenen;

    • 3°.

      er gegevens ontbreken op de persoonslijst, die zouden moeten worden bijgehouden op de persoonslijst teneinde informatievragen te kunnen beantwoorden;

    • 4°.

      verplicht gebruik ook zou moeten gelden voor (bepaalde categorieën van) informatie.

  • d.

    de maatschappelijke baten van het experiment opwegen tegen de kosten daarvan.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4.1

Inwerkingtreding en verval

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding of zoveel eerder als bij koninklijk besluit wordt bepaald, tenzij voor het einde van die termijn een voordracht plaatsvindt van een voorstel van wet waarmee in een onderwerp van dit besluit wordt voorzien en Onze Minister de werkingsduur van dit besluit voor zover het dat onderwerp betreft verlengt tot het tijdstip waarop het voorstel tot wet is verheven en die wet in werking treedt, dan wel het voorstel is verworpen of ingetrokken.

Artikel

4.2

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.C. van Huffelen
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius