Besluit van 11 april 2024, houdende regels met betrekking tot het verplicht elektronisch doen van verzoeken en mededelingen en de indiening en de verzending van processtukken in civiele prejudiciële procedures bij de Hoge Raad (Besluit verplicht elektronisch procederen in civiele prejudiciële procedures Hoge Raad)

Besluit verplicht elektronisch procederen in civiele prejudiciële procedures Hoge Raad

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 1 februari 2024, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 5204820;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 6 maart 2024, nr. W16.24.00038/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 5 april 2024, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 5339576;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Het doen van verzoeken en mededelingen en de indiening en verzending van processtukken door advocaten bij de Hoge Raad en de uitwisseling van overige berichten en stukken tussen de Hoge Raad en advocaten bij de Hoge Raad in procedures als bedoeld in de Tiende titel A van het eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden langs elektronische weg gedaan, tenzij de Hoge Raad anders bepaalt.

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2024.

Artikel

4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verplicht elektronisch procederen in civiele prejudiciële procedures Hoge Raad.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius