Artikel
1
1
Aan de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 2, eerste lid, onder e, van de Kaderwet overige BZK-subsidies, besluiten te nemen in het kader van de subsidiëring van publiekrechtelijke instellingen en bijdrage te verstrekken aan zelfstandige bestuursorganen en rechtspersonen met een wettelijke taak voor activiteiten van data en onderzoek met betrekking tot de publieke behartiging van de aangelegenheden op het terrein van de gebouwde omgeving voortvloeiend uit het Beleidsprogramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving en hoofdstuk C1 van het Klimaatakkoord.
2
Het mandaat, de volmacht en de machtiging, bedoeld in het eerste lid, hebben mede betrekking op alle benodigde werkzaamheden ter voorbereiding en ter uitvoering van de besluiten, daaronder begrepen het nemen van besluiten op bezwaarschriften, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in mandaat is genomen, en op het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures.