Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 22 april 2024, nr. IENW/BSK-2024/124323, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie

Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

BESLUIT:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • AGVV: algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86 van de AGVV;

  • fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84 van de AGVV;

  • haalbaarheidsproject: project dat bestaat uit een haalbaarheidsstudie, als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87 van de AGVV, of uit een combinatie van een haalbaarheidsstudie en industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling;

  • industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85 van de AGVV;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • kennisinstelling:

    • a.

      onder a, b, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;

    • b.

      geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:

      • 1°.

        openbare instelling voor hoger onderwijs,

      • 2°.

        onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • c.

      rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld onder a, b of c direct of indirect:

      • 1°.

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft,

      • 2°.

        volledig aansprakelijk vennoot is, of

      • 3°.

        overwegende zeggenschap heeft;

    • d.

      onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld onder a tot en met d;

  • kennisvoucher: door de minister aan een MKB-ondernemer afgegeven document, dat deze ondernemer kan inleveren bij een kennisinstelling ten behoeve van de uitvoering van een LiT-kennisoverdrachtsproject;

  • LiT-kennisoverdrachtsproject: door een kennisinstelling verrichte activiteit bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, beantwoorden van een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer, waarmee deze ondernemer voor hem nieuwe kennis met betrekking tot de vernieuwing van producten, productieprocessen of diensten verkrijgt;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • MKB: kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel twee, van de AGVV;

  • ondersteunend onderzoek: onderzoeksprojecten gericht op technologie-, innovatie- en kennisontwikkeling in de pre-commerciële fase, die een bijdrage leveren aan het bereiken van een reductie van met name de emissie van CO2, alsmede van NOx, (ultra) fijn stof en andere schadelijke emissies in de luchtvaartsector, door technologieontwikkeling van lichtgewicht structuren en elektrische systemen en vliegende demonstratietoestellen op basis van waterstofverbranding en waterstof brandstofcel-elektrisch;

  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • samenwerkingsproject: project, bestaande uit industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de AGVV of experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV of een combinatie hiervan, in daadwerkelijke samenwerking uitgevoerd door een samenwerkingsverband;

  • subsidiabele kosten: kosten als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de AGVV;

  • testvoucher: door de minister aan een MKB-ondernemer afgegeven document, dat deze ondernemer kan inleveren bij een kennisinstelling ten behoeve van het gebruik van faciliteiten om technologie en innovaties te testen en valideren.

Artikel

2

Doel en toepassingsbereik van de regeling

Deze regeling heeft als doel:

  • a.

    het mogelijk maken van ondersteunend onderzoek, en;

  • b.

    het borgen van een sterke Nederlandse kennispositie en het versterken van het MKB-ecosysteem door het stimuleren van ondersteunend onderzoek, kennisopbouw en samenwerking tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en kennisinstellingen.

Artikel

3

Aanvraag

Artikel

4

Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de in artikel 11 en 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen indien:

  • a.

    er in hetzelfde kalenderjaar al een subsidie is verstrekt op grond van een regeling voor hetzelfde samenwerkingsproject of haalbaarheidsproject;

  • b.

    er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de AGVV;

  • c.

    er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de AGVV;

  • d.

    indien de werkzaamheden aan de maatregelen reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de AGVV daardoor ontbreekt;

  • e.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de AGVV, of;

  • f.

    er ten aanzien van de aanvrager reeds een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

Artikel

5

Voorschot

Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot verleend van:

  • a.

    100% indien de subsidie minder dan € 25.000,– bedraagt;

  • b.

    80% indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt.

Artikel

6

Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger doet gedurende de uitvoering van het project, onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 8 van het Kaderbesluit, middels een jaarrapport voor de modules Ondersteunend onderzoek en R&D samenwerkingsprojecten verslag van de voortgang van het project.

Artikel

7

Subsidievaststelling

Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van het Kaderbesluit wordt een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van RVO.

Hoofdstuk

2

Module Ondersteunend Onderzoek (OO)

Artikel

8

Openstelling

Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project voor de module Ondersteunend Onderzoek kan worden ingediend bij RVO:

  • a.

    in de eerste ronde die loopt vanaf 28 mei 2024 tot en met 15 juli 2024;

  • b.

    in de tweede ronde die loopt vanaf 1 april 2026 tot en met 1 juni 2026.

Artikel

9

Subsidiabele activiteiten

In aanmerking voor subsidie komen onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, als bedoeld in artikel 25, tweede lid, a tot en met d, van de AGVV, waarbij de activiteiten gericht zijn op:

  • a.

    systemen waarmee de toepassing van waterstof voortstuwing mogelijk wordt gemaakt;

  • b.

    ondersteunende technologieën voor de onder a bedoelde systemen, niet zijnde voortstuwingstechnologie;

  • c.

    projecten gericht op slimme constructies en lichtgewicht materialen, zoals de toepassing van thermoplasten;

  • d.

    technologieën en processen die bijdragen aan de onderdelen a tot en met c in lijn met de doelstellingen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

Artikel

10

Subsidieplafond en hoogte van de subsidie

Artikel

11

Verdeling van het subsidieplafond

Artikel

12

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Hoofdstuk

3

Module Versterken Innovatievermogen MKB (VIM)

Titel

3.1

Kennis- en testvouchers

3.1.1

Verstrekking van een kennis- of testvoucher

Artikel

13

Aanvraag

Een aanvraag voor een kennis- of testvoucher voor de module Versterken Innovatievermogen MKB kan door een MKB-ondernemer worden ingediend bij de RVO:

  • a.

    in de eerste ronde die loopt vanaf 28 mei 2024 tot en met 2 december 2024, en;

  • b.

    in de tweede ronde die loopt vanaf 2 april 2026 tot en met 1 december 2026.

Artikel

14

Verstrekking voucher voor kennisvragen of testen

De kennis- of testvoucher wordt aan een MKB-ondernemer verstrekt voor het beantwoorden van kennisvragen of het testen en valideren van technologie of innovaties die gericht zijn op:

  • a.

    nieuwe aandrijflijnen;

  • b.

    elektrisch-thermische huishouding;

  • c.

    nieuwe ontwerpconcepten en -materialen;

  • d.

    ultra-efficiënte structurele componenten, en;

  • e.

    kosteneffectieve fabricagetechnologieën voor nieuwe vliegtuigconfiguraties na 2030.

Artikel

15

Subsidieplafond en hoogte van de subsidie

Artikel

16

Verdeling van vouchers binnen het subsidieplafond

De minister verdeelt de vouchers op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel

17

Afwijzingsgronden vouchers

Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 4 wordt de aanvraag van een kennis- of testvoucher afgewezen indien:

  • a.

    de ondernemer en de kennisinstelling reeds voor de subsidieverlening verplichtingen jegens elkaar zijn aangegaan met betrekking tot het VIM-project;

  • b.

    de kennisvraag onvoldoende aansluit bij het innovatietraject, zoals opgenomen in het aanvraagformulier, of;

  • c.

    er reeds een aanvraag is gedaan voor een soortgelijke activiteit per aanvrager.

Artikel

18

Besteding van de voucher

3.1.2

Verstrekking van subsidie aan de kennisinstellingen

Artikel

19

Verzilvering kennis- en testvoucher door kennisinstellingen

Artikel

20

Hoogte van de subsidie

Artikel

21

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 4 wordt de subsidieaanvraag afgewezen indien het beantwoorden van kennisvragen of het testen en valideren van technologie of innovaties niet hoofdzakelijk was gericht op het in de aanvraag vermelde onderwerp.

Titel

3.2

Haalbaarheidsprojecten

Artikel

22

Openstelling

Een aanvraag voor haalbaarheidsprojecten voor de module Versterken Innovatievermogen MKB kan worden ingediend bij RVO:

  • a.

    in de eerste ronde die loopt vanaf 28 mei 2024 tot en met 9 december 2024;

  • b.

    in de tweede ronde die loopt vanaf 2 april 2026 tot en met 9 december 2026.

Artikel

23

Subsidiabele activiteiten

In aanmerking voor subsidie komen haalbaarheidsprojecten, waarbij de activiteiten gericht zijn op:

  • a.

    nieuwe aandrijflijnen;

  • b.

    elektrisch-thermische huishouding;

  • c.

    nieuwe ontwerpconcepten en -materialen;

  • d.

    ultra-efficiënte structurele componenten;

  • e.

    kosteneffectieve fabricagetechnologieën voor nieuwe vliegtuigconfiguraties na 2030.

Artikel

24

Subsidieplafond en hoogte van de subsidie

Artikel

25

Verdeling van het subsidieplafond

Artikel

26

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Titel

3.3

Research en development(R&D)-samenwerkingsprojecten

Artikel

27

Aanvraag

Een aanvraag voor R&D-samenwerkingsprojecten voor de module Versterken Innovatievermogen MKB kan door een samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 26 van het Kaderbesluit, worden ingediend bij RVO:

  • a.

    in de eerste ronde die loopt vanaf 2 april 2025 tot en met 6 mei 2025, en;

  • b.

    in de tweede ronde die loopt vanaf 2 april 2027 tot en met 3 mei 2027.

Artikel

28

Subsidiabele activiteiten

In aanmerking voor subsidie komen R&D-samenwerkingsprojecten, waarbij de activiteiten gericht zijn op:

  • a.

    nieuwe aandrijflijnen;

  • b.

    elektrisch-thermische huishouding;

  • c.

    nieuwe ontwerpconcepten en -materialen;

  • d.

    ultra-efficiënte structurele componenten, of;

  • e.

    kosteneffectieve fabricagetechnologieën voor nieuwe vliegtuigconfiguraties na 2030.

Artikel

29

Subsidieplafond en hoogte van de subsidie

Artikel

30

Verdeling van het subsidieplafond

Artikel

31

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

32

Afwijzingsgronden

Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 4 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor een R&D-samenwerkingsproject indien:

  • a.

    het onvoldoende bijdraagt aan de vernieuwing van producten, processen of diensten of wezenlijke nieuwe toepassingen van bestaande producten, processen of diensten;

  • b.

    het onvoldoende bijdraagt aan het creëren van economische waarde voor de deelnemers in het samenwerkingsverband of de daarmee samenhangende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie;

  • c.

    het onvoldoende positieve impact realiseert binnen Luchtvaart in Transitie en de verduurzaming van de luchtvaart;

  • d.

    de kwaliteit van het samenwerkingsverband ontoereikend is om het R&D-samenwerkingsproject uit te voeren;

  • e.

    de kwaliteit van het projectplan onvoldoende is.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

33

Evaluatie

Artikel

34

Inwerkingtreding

Artikel

35

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers