Beleidsregel van de Minister voor Natuur en Stikstof van 21 mei 2024, nr. WJZ/52780336 tot nader specificeren van de eisen die worden gesteld aan de aanwijzing van nationale parken (Beleidsregel aanwijzing nationale parken)

Beleidsregel aanwijzing Nationale Parken 2024–2030

Artikel

1

(begripsbepalingen)

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • landschaps- of gebiedsbiografie: beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en langetermijnontwikkeling van het landschap in een bepaald gebied;

  • landschapsecologisch systeem: landschap of deel van een landschap waarbinnen onderling samenhangende functionele en ruimtelijke relaties bestaan tussen mens en natuur;

  • LESA: landschapsecologische systeemanalyse van de fysisch geografische en ecologische factoren en hun wederzijdse beïnvloedingen in een landschap met aandacht voor de invloed van de mens in het verleden en heden;

  • minister: Minister voor Natuur en Stikstof;

  • wezenlijke kenmerken: abiotische, biotische en cultuurhistorische kernkwaliteiten en hun samenhang die bepalend zijn voor het unieke, onderscheidende karakter van het nationaal park.

Artikel

2

(voorwaarden aanwijzing nationaal park)

Artikel

3

(kwaliteitseis ecosystemen)

Artikel

4

(kwaliteitseis bijzonder natuurwetenschappelijk, educatief en recreatief belang)

Een gebied voldoet aan de kwaliteitseis bijzonder natuurwetenschappelijk, educatief en recreatief belang, bedoeld in artikel 2, onder c, onder 2°, als zich in het gebied natuurwetenschappelijke, educatieve en recreatieve waarden van nationaal of internationaal belang bevinden, die op passende wijze beleefbaar zijn.

Artikel

5

(kwaliteitseis grote schoonheid)

Artikel

6

(verzekeren wezenlijke kenmerken)

Artikel

7

(bestaande parken)

Artikel

8

(inwerkingtreding)

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel

9

(citeertitel)

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanwijzing Nationale Parken 2024–2030.

’s-Gravenhage
De Minister voor Natuur en Stikstof, C. van der Wal-Zeggelink