Wet van 22 mei 2024 tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege de invoering van een vergunningplicht en een meldplicht ter zake van het verrichten van handelingen met poliovirus en enkele andere wijzigingen

Wijzigingswet Wet publieke gezondheid (invoering van vergunningplicht en meldplicht ter zake van het verrichten van handelingen met poliovirus)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet publieke gezondheid aan te passen om ter zake van het verrichten van handelingen met poliovirus een vergunningplicht en een meldplicht in te voeren en om enkele andere wijzigingen door te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet publieke gezondheid.

Artikel

II

Wijzigt de Gezondheidswet.

Artikel

III

Wijzigt de Uitvoeringswet verdrag biologische wapens.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op de lijkbezorging.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Artikel

VIa

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel I, onderdelen E, J en M en artikel II van deze wet in de praktijk.

Artikel

VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister voor Medische Zorg, P.A. Dijkstra
De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius