-
○
... indien van toepassing, voor het vliegen binnen een horizontale afstand van 150 meter van objecten of gebieden die onderdeel uitmaken van een vitaal proces als bedoeld in bijlage II bij deze regeling, afspraken te hebben gemaakt, als bedoeld in artikel 11, met de beheerder van het object of gebied om de veiligheid van de vitale processen te waarborgen;
-
○
indien van toepassing, voor vluchten binnen 150 meter van woon-, handels-, industrie- of recreatiezones regels te hebben vastgesteld, zodanig dat de uitvoering van deze vluchten geen gevaar vormt voor de veiligheid van derde partijen in de betreffende zones;
-
○
indien van toepassing, voor vluchten binnen 150 meter afstand van in gebruik zijnde wegen waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur of meer geldt regels te hebben vastgesteld, zodanig dat de uitvoering van deze vluchten geen gevaar vormt voor de veiligheid op de betreffende wegen;
-
○
indien van toepassing, voor vluchten binnen 150 meter van spoorlijnen regels te hebben vastgesteld, zodanig dat de uitvoering van deze vluchten geen gevaar vormt voor de veiligheid op het spoor.
-
○
indien van toepassing, voor gebieden waarin laag mag worden gevlogen door civiele luchtvaartuigen regels en procedures opgesteld als bedoeld in artikel 7, tweede lid, zodanig dat vluchten met modelluchtvaartuigen geen gevaar vormen voor de civiele luchtvaartuigen;
-
○
indien van toepassing, regels en procedures te hebben opgesteld als bedoeld in artikel 7, derde lid, en deze te hebben afgestemd met het Ministerie van Defensie voor gebieden waarin laag mag worden gevlogen door militaire luchtvaartuigen, zodanig dat vluchten met modelluchtvaartuigen geen gevaar vormen voor de militaire luchtvaartuigen;
-
○
indien van toepassing, afspraken te hebben vastgelegd met de exploitant van de nabij gelegen ongecontroleerde luchthaven, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, en haar leden te informeren over deze afspraken, en;
-
○
indien van toepassing, voor het uitvoeren van vluchten in klasse C en D luchtruim een convenant te hebben gesloten met de organisatie die de plaatselijke luchtverkeersleiding verzorgt als bedoelt in artikel 7, vijfde lid, en haar leden te informeren over de inhoud van het convenant.