Artikel
1
Begrippen
De in deze regeling gehanteerde begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, met dien verstande dat wordt verstaan onder:
-
1.
Het fonds: het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie;
-
2.
Bestuur: de directeur-bestuurder van het fonds, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
-
3.
Creatieve industrie: het werkterrein van de ontwerpende disciplines vormgeving, architectuur en digitale cultuur, inclusief mogelijke cross-overs tussen deze disciplines;
-
4.
Koninkrijk: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
-
5.
Culturele instelling: een non-profit-, privaatrechtelijke rechtspersoon met een ondersteunende, producerende of initiërende functie binnen de creatieve industrie zoals een lab of werkplaats, een platform of een presentatieplek;
-
6.
Aanvrager: een culturele instelling die op grond van deze regeling een subsidieaanvraag doet bij het fonds;
-
7.
Activiteit: een in het activiteitenprogramma opgenomen activiteit die bijdraagt aan de hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse creatieve industrie binnen het Koninkrijk;
-
8.
Activiteitenprogramma: een reeks van met elkaar samenhangende activiteiten, die gespreid over de looptijd van twee kalenderjaren worden uitgevoerd. De onderdelen kunnen verschillen in opzet en uitvoering, maar dragen gezamenlijk bij aan de missie, visie en verdere ontwikkeling van de instelling of organisatie.
-
9.
Kerntaak: de primaire activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de instelling;
-
10.
Rijkscultuurfondsen: Fonds Podiumkunsten, Nederlands Filmfonds, Nederlands Letterenfonds, Mondriaan Fonds, Fonds voor Cultuurparticipatie, het fonds;
-
11.
Financieringsmix: de combinatie van alle vormen van financiering, inclusief de aan het Stimuleringsfonds gevraagde bijdrage en eigen inkomsten;
-
12.
Eigen inkomsten: onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten verstaan, die zijn terug te vinden in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening:
-
a.
Publieksinkomsten; en
-
b.
Overige inkomsten, zijnde:
-
–
directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
-
–
indirecte opbrengsten; en
-
–
overige bijdragen.
-
–
Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
-
–
subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
-
–
overige bijdragen uit publieke middelen;
-
–
rentebaten;
-
–
bijdragen in natura; waaronder kapitalisatie van eigen uren;
-
–
kapitalisatie van vrijwilligers;
-
–
waardering vrijkaarten; en
-
–
overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
-
a.