Artikel
1
Mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen die op 2 juli 2024 van kracht waren ten behoeve van functionarissen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten aanzien van aangelegenheden die de hieronder bedoelde dienstonderdelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betroffen en (direct of indirect) zien op aangelegenheden op het gebied van volkshuisvesting, en ruimtelijke ordening worden aangemerkt als mandaten, volmachten en machtigingen verleend door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan:
-
a.
de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
-
b.
de directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen;
-
c.
de directeur-generaal Ruimtelijke Ordening;
-
d.
de directeur-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat;
-
e.
de directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie;
-
f.
de directeur-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk;
-
g.
de regeringscommissaris Omgevingswet;
-
h.
de functionarissen aan wie door of namens bovengenoemden ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend;
ten aanzien van aangelegenheden op het gebied van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening die hun dienstonderdeel betreffen.