Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 september 2024, nr. OVO/42902029, houdende instelling van de adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs voor de periode 2024 tot en met 2030 (Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs 2024–2030)
Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
het adviseren van de minister over de ingediende activiteitenplannen, en dat advies te voorzien van een draagkrachtige motivering;
c.
het adviseren van de penvoerder over de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.11 van de regeling STO, met uitzondering van artikel 1.11 eerste lid onder b;
te reflecteren op de tussenrapportages en de eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en de uitvoering van die plannen monitort en evalueert;
f.
het adviseren van de penvoerder over de uitvoering van de regeling STO wanneer zij het nodig acht, zolang dit niet binnen 10 weken voor of na een beoordelingsmoment valt; en
g.
te adviseren over de structurele inzet van de investeringsmiddelen voor het beroepsgerichte vmbo van € 100 mln. per jaar vanaf 2029.
De adviescommissie bestaat uit een voorzitter, een vicevoorzitter en ten minste twee andere leden.
2
De voorzitter en de overige leden worden door de minister benoemd voor de duur van de adviescommissie en, in voorkomend geval, geschorst of tussentijds ontslagen.
3
De voorzitter of een ander lid kan worden geschorst of tussentijds ontslagen indien:
a.
daarom door de betreffende persoon is verzocht;
b.
het functioneren van de voorzitter of het lid daartoe aanleiding geeft; of
c.
gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of het lid niet gewaarborgd is.
4
Bij tussentijds ontslag van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
5
Een lid neemt niet deel aan de beoordeling van of advisering over een subsidieaanvraag, indien het de beoordeling van of het advies over een aanvraag betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.
Artikel
5
Leden
Tot leden van de commissie worden benoemd: (nog aan te vullen)
a.
de heer J. van Nierop, tevens voorzitter;
b.
de heer B. Buddingh, tevens vicevoorzitter;
c.
de heer A. van Andel;
d.
de heer J. Plak;
e.
mevrouw J. Westerhuis;
f.
de heer J. de Kruijf, tot 1 september 2025;
g.
de heer R. Kotzebue;
h.
mevrouw A. Hotze;
i.
de heer R. Steenkamp;
j.
mevrouw A. Claessens;
k.
mevrouw H. Hubbeling;
l.
mevrouw T. Vaes;
m.
mevrouw M. Lodewijks
n.
mevrouw M. Felix;
o.
mevrouw K. Lutchmiah;
p.
mevrouw F. Hermans; en
q.
de heer A. Wals.
Artikel
6
Secretariaat
1
De adviescommissie wordt ondersteund door een secretariaat.
2
Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de adviescommissie.
3
In het secretariaat wordt voorzien door de minister.
Artikel
7
Werkwijze
1
De adviescommissie stelt haar eigen werkwijze vast, waarbij rekening wordt gehouden met het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling gedurende de looptijd van de adviescommissie.
2
De adviescommissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel
8
Informatieplicht
De adviescommissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Twee of meer vergaderingen per dag worden als één vergadering beschouwd.
3
De vergoeding van de leden van de adviescommissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van de CAO Rijk per dagdeel zoals vastgesteld in de laatst overeengekomen CAO Rijk. De vergoeding van de voorzitter bedraagt 130% en de vergoeding van de vicevoorzitter bedraagt 110% van deze vergoeding per dagdeel.
4
Per aanvraag die moet worden beoordeeld wordt voor een commissielid ten hoogste twee dagdelen vergoed, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden.
Artikel
10
Kosten van de commissie
De kosten van de adviescommissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen.
Artikel
11
Openbaarmaking
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de adviescommissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de adviescommissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel
12
Archiefbescheiden
De adviescommissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Onderwijsprestaties en Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel
13
Inwerkingtreding en vervaldatum
1
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.
2
Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2040.
Artikel
14
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J.Paul