Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 september 2024 nr. 46145780, houdende de vaststelling van de screenings- en testinstrumenten ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) voor het schooljaar 2025–2026 (Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2025–2026)
Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2025–2026
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De screenings- en testinstrumenten ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs voor het schooljaar 2025–2026 en de regels voor het gebruik ervan worden vastgesteld conform de bijlage bij deze regeling.
Tenzij in de testhandleiding anders is aangegeven, hoeft men geen Flynn-correctie toe te passen. Wanneer een leerling eind groep 7 naar het lwoo of pro gaat, mogen onderstaande intelligentietesten die bestemd zijn voor groep 8 leerlingen, worden afgenomen wanneer de leerling groep 3 of hoger heeft gedoubleerd.
De scores op de IQ-testen mogen niet ouder zijn dan twee jaar, zijnde de periode tussen de datum van afname en datum van indiening van het volledige dossier bij het betreffend samenwerkingsverband. Om te voorkomen dat leerlingen onnodig extra getest moeten worden, moet men extra alert zijn wanneer bij een test is vermeld dat deze ‘voor het laatst is toegestaan’. Dat betekent dat men zowel moet kijken naar het criterium van maximaal twee jaar als naar de einddatum van de regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2025–2026. Dit impliceert dat wanneer bij een test vermeld is in de hiervoor genoemde regeling dat een test ‘voor het laatst is toegestaan’, die test alleen voor een aanvraag kan worden gehanteerd indien de betreffende test is afgenomen:
−
binnen de periode van twee jaar voor de datum van indiening van de aanvraag bij het samenwerkingsverband;
−
voor de einddatum waarop de regeling, waarin vermeld staat dat dat screenings- of testinstrument voor het laatst gebruikt mag worden, expireert.
Met name te gebruiken bij taalproblemen (achterstanden technisch lezen, begrijpend lezen en spelling > 50%) en leerlingen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.
Dit jaar voor het laatst toegestaan.
WISC-V-NL: Wechsler Intelligence Scale for Children Fifth Edition, Pearson Benelux B.V., 2018
6–17 jaar
Voorlopig toegestaan; er zijn nog onvoldoende onderzoekresultaten naar de criteriumvaliditeit bekend.
Zie voor Totaal IQ (TIQ) opmerking 3 onder deze tabel.
Opmerkingen bij Criterium Intelligentie:
1.
Een IQ-test die volgens de handleiding door een leerkracht mag worden afgenomen, moet altijd worden toegepast onder de verantwoordelijkheid van een diagnostisch geschoold psycholoog of diagnostisch geschoold orthopedagoog.
2.
Pas op met het gebruik van schriftelijk af te nemen klassikale tests ingeval er sprake is van een leerling met grote leerachterstanden; met name op begrijpend lezen of bij onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.
3.
Bij het intelligentiecriterium wordt uitgegaan van een Totaal IQ (TIQ). Wanneer daarvoor de WISC-V-NL gebruikt wordt, dient met behulp van zeven subtests (zoals aangegeven in de handleiding van de WISC-V-NL) het Totaal IQ (TIQ) bepaald worden. De betreffende zeven subtesten geven tezamen een puntscore. Voor het intelligentiecriterium mag niet worden uitgegaan van betrouwbaarheidsintervallen.
4.
Hulpmiddelen voor dyslectische leerlingen mogen uitsluitend ingezet worden indien dit in de handleiding is vermeld. In de aanvraag dient men aan te geven welke hulpmiddelen op welke wijze zijn gehanteerd bij de afname van de test.
De scores op de gehanteerde instrumenten ten behoeve van sociaal emotionele diagnostiek mogen niet ouder zijn dan één jaar, zijnde de periode tussen de datum van afname en datum van indiening van het volledige dossier bij het samenwerkingsverband.
Om te voorkomen dat leerlingen onnodig extra getest moeten worden, moet men extra alert zijn wanneer bij een test is vermeld dat deze ‘voor het laatst is toegestaan’. Dat betekent dat men zowel moet kijken naar het criterium van maximaal één jaar als naar de einddatum van de regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2025–2026. Dit impliceert dat wanneer bij een test vermeld is in de hiervoor genoemde regeling dat een test ‘voor het laatst is toegestaan’, die test alleen voor een aanvraag kan worden gehanteerd indien de betreffende test is afgenomen:
−
binnen de periode van één jaar voor de datum van indiening van de aanvraag bij het samenwerkingsverband;
−
voor de einddatum waarop de regeling, waarin vermeld staat dat dat screenings- of testinstrument voor het laatst gebruikt mag worden, expireert.
Sociaal-emotionele diagnostiek bij potentiële leerlingen voor lwoo of pro is volgens de regeling alleen van toepassing voor de toelaatbaarheidsbepaling van betreffende leerlingen met een IQ tussen de 90 en 120. Doorgaans betreft het leerlingen waarvoor een aanwijzing leerwegondersteuning wordt aangevraagd en in bijzondere situaties een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring praktijkonderwijs. Schriftelijke zelfbeoordelingsvragenlijsten zijn meestal te moeilijk voor leerlingen met grote leerachterstanden op het gebied van begrijpend lezen en/of beperkt begrip van de Nederlandse taal. Er worden daarom beperkingen gesteld aan het gebruik van zelfbeoordelingsvragenlijsten door deze leerlingen. Leerlingen zijn met zelfbeoordelingsvragenlijsten toetsbaar wanneer ze op Begrijpend Lezen het niveau halen van een DLE 40 of hoger (gemiddelde score van leerlingen aan het eind van groep 6 of hoger). Wanneer een leerling een begrijpend leesniveau heeft met een DLE 30–40 moet de onderzoeker nagaan of een zelfbeoordelingslijst wel een juiste keuze is. Bij een begrijpend leesniveau DLE < 30 wordt sterk afgeraden een zelfbeoordelingsvragenlijst te gebruiken bij het onderzoek van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor het persoonlijkheidsonderzoek kan de bevoegde diagnostisch geschoolde psycholoog of orthopedagoog of orthopedagoog-generalist (academisch gevormd) in dat geval gebruik maken van gegevens uit het onderwijskundig rapport, van beoordelingslijsten door ouders en/of leerkracht én van gegevens op basis van eigen observatie. Voor zover de vragenlijsten van score-aanduidingen zijn voorzien van het type ‘klinisch bereik’, ‘risicogebied’, ‘zorgscore’ en dergelijke, mogen alleen de scores die in een dergelijk bereik vallen gebruikt worden als argumentatie voor ondersteuningsbehoefte.
Agressie Vragenlijst (AGV), Bohn Stafleu van Loghum, 2018
4–18 jaar
Autisme Spectrum Vragenlijst (ASV), Bohn Stafleu van Loghum, 2013
4–18 jaar
Kanjervragenlijst, Instituut voor Kanjertrainingen B.V., 2012
Groep 5 t/m 8
Leervoorwaardentest (LVT), Bohn Stafleu van Loghum, 2011
4–18 jaar
Dit jaar voor het laatst toegestaan.
LOVS VISEON 2.0, Cito, 2016
Groep 3 t/m 8
Dit jaar voor het laatst toegestaan.
NPV-J-3: Junior Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst 2, Boom uitgevers Amsterdam, 2021
9–16 jaar
PMT-K-2: Prestatie Motivatietest voor Kinderen 2, Pearson Benelux B.V., 2011
Groep 7/8 en leerjaar 1 vo
Dit jaar voor het laatst toegestaan.
Sociaal emotionele vragenlijst (SEV), Bohn Stafleu van Loghum, 2018
4–18 jaar
Vragenlijst Emotionele Intelligentie Quotient (EIQ), Bohn Stafleu van Loghum, 2015
8–18 jaar
Vragenlijst Psychosociale Vaardigheden (VPV), Bohn Stafleu van Loghum, 2012
9–18 jaar
ZIEN! Pedagogisch Expertsysteem voor het primair onderwijs. Driestar Onderwijsadvies, 2012
Groep 1 t/m 8
Betreft de leerkrachtversie van ZIEN! Er is een versie groep 1 t/m 4 en versie groep 5 t/m 8. Er is geen verschil in items maar er worden andere handelingssuggesties gegeven.
Het betreft de Digitale leerlingversie. De beoordeling voor de schaal Pestgedrag is onvoldoende.
Opmerkingen bij Criterium Sociaal-Emotionele diagnostiek:
Test- of screeningsmiddelen die het beeld geven van sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling en die volgens de handleiding door een leerkracht mag worden afgenomen, moeten altijd onder de verantwoordelijkheid van een diagnostisch geschoold psycholoog of diagnostisch geschoold orthopedagoog) worden geïnterpreteerd. Daarbij is het zaak de relatie leerprestaties en sociaal-emotionele ontwikkeling aan te geven.
Wanneer hulp en/of hulpmiddelen voor dyslectische leerlingen zijn ingezet bij een test- of screeningsinstrument dient men in de aanvraag aan te geven welke hulp en/of hulpmiddelen op welke wijze zijn gehanteerd bij afname van betreffende test of screeningsmiddel.
Dit jaar voor het laatst toegestaan
−
Leervoorwaardentest (LVT), 4–18 jaar, Bohn Stafleu van Loghum, 2011.
Reden: In 2026 zijn de normtabellen van deze test 15 jaar oud en verouderd.
−
LOVS VISEON 2.0, groep 3 t/m 8, Cito, 2016.
Reden: Dit product wordt niet meer door de uitgever ondersteund.
−
PMT-K-2: Prestatie Motivatietest voor Kinderen 2, Groep 7/8 en leerjaar 1 vo, Pearson Benelux B.V., 2011.
Reden: In 2026 zijn de normtabellen van deze test 15 jaar oud en verouderd.
Voor het weergeven van de leervorderingen wordt in principe altijd gevraagd om de meest recent afgenomen toetsen. Wanneer een leerling na 1-2-2025 wordt aangemeld met de bedoeling de leerling met een aanwijzing lwoo of toelaatbaarheidsverklaring pro voor 1 oktober 2025 te plaatsen, moeten de didactische toetsen in het schooljaar 2024–2025 of begin schooljaar 2025–2026 zijn afgenomen. Hierbij dient men rekening te houden met de tijd die nodig is (doorgaans door het samenwerkingsverband) om een aanwijzing lwoo of toelaatbaarheidsverklaring pro af te geven voor de uiterste datum van 1 oktober 2025. Leerlingen voor wie op of na 1 oktober 2025 een toelaatbaarheidsverklaring pro wordt afgegeven mogen immers niet in het pro aangenomen worden voor schooljaar 2025–2026. Zonder een aanwijzing lwoo die voor 1 oktober 2025 is afgegeven, kan de school een leerling weliswaar inschrijven, maar ontvangt de school geen ondersteuningsbekostiging lwoo voor schooljaar 2025–2026. Bij aanmelding vóór 1-2-2025 mogen de gegevens van de didactische toetsen die in het onderwijskundig rapport worden gebruikt niet ouder zijn dan zes toetsmaanden (juli en augustus worden niet meegerekend). Alle genoemde leervorderingentoetsen die geschikt zijn voor groep 8 mogen ook gebruikt worden voor het didactisch toetsen van leerlingen in het eerste leerjaar voortgezet onderwijs. De didactische leeftijd (DL) is in dat geval 60 en dezelfde regels die voor groep 8 gelden ten aanzien van adaptief toetsen en door- en terugtoetsen, gelden ook hier.
Vaardigheidsscores of functioneringsniveaus omzetten naar DLE’s
Het aanleveren van Didactische Leeftijds Equivalenten (DLE) is voorwaarde bij de doorverwijzing van leerlingen naar het lwoo en het pro. In leerlingvolgsystemen die in het primair onderwijs worden gehanteerd, wordt niet bij alle toetsen een koppeling gemaakt met DLE’s in de rapportages. Men gebruikt bijvoorbeeld voor de rapportage vaardigheidsscores en/of functioneringsniveaus. In de handleiding van betreffend leerlingvolgsysteem is te vinden hoe de benodigde DLE´s opgevraagd en/of berekend kunnen worden. Ook zijn de betreffende tabellen te gebruiken in de publicatie DLE-Schalen1DLE-schalen indicatiestelling LWOO en pro voor instroom in schooljaar 2025–2026, Boom uitgevers Amsterdam, 2024 voor de omzetting van ruwe scores (papieren versie) of vaardigheidsscores (digitale versie) naar DLE’s.
Het is niet mogelijk om een directe verbinding te leggen tussen de scores op papieren toetsen en digitale versies, omdat in beide gevallen langs een andere route de resultaten worden verkregen. Het is daarom noodzakelijk te vermelden welke toetsversie is gebruikt en de daarvoor van toepassing zijnde normen te hanteren.
Hulp voor dyslectische leerlingen wanneer doortoetsen en terugtoetsen mogelijk is
Wanneer hulp en/of hulpmiddelen voor dyslectische leerlingen zijn ingezet bij een toetsinstrument dient men in de aanvraag aan te geven welke hulp en/of hulpmiddelen op welke wijze zijn gehanteerd bij de afname van die toets.
Het kan nuttig zijn om te weten wat betreffende leerling kan met en zonder ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van voorleessoftware. Voor deze leerlingen is de volgende procedure aan te bevelen. Laat de toets op het huidige of iets hogere niveau maken met de hulpmiddelen die de leerling ook in de klas gebruikt. Noteer de behaalde score en ook de ervaring en de werkwijze met betrekking tot de motivatie. Neem vervolgens de toets van een jaar onder het huidige niveau af strikt conform de instructie van de handleiding. Neem deze score op in de aanvraag en verwerk de uitkomsten van de eerste afname in de toelichting op de scores. In de aanvraag wordt op deze wijze duidelijk wat het niveau van de leerling is met en zonder hulp.
Adaptief toetsen
Voor de commissies die in het voortgezet onderwijs over de aanvragen lwoo en pro beslissen, is het van belang dat leerlingen adaptief getoetst zijn, zodat die commissies het werkelijke didactische niveau van de leerling kunnen beoordelen.
Bij adaptieve toetsing worden toetsen afgenomen die de leerling op basis van zijn eigen leerniveau redelijk zou moeten kunnen maken. Een leerling die qua leerlijn in groep 6 zit, laat men niet een te moeilijke toets van groep 8 maken. Het gebruik van de toets van groep 6 is kindvriendelijker, geeft een betrouwbaardere score en geeft meer inzicht in wat een leerling wél kan en weet. Dit kan dus betekenen dat leerlingen op de basisschool soms toetsen (moeten) maken die gemaakt zijn voor eerdere leerjaren. De handleidingen van de leerlingvolgsysteemtoetsen geven aan hoe op maat getoetst moet en kan worden.
Door- en terugtoetsen
De algemene regel is, dat voor een goede niveaubepaling een toetsversie gebruikt moet worden die het beste past bij het feitelijke leerniveau van de leerling. Veel basisscholen kiezen daar in de loop van de basisschoolperiode al voor als blijkt dat een leerling zich veel minder snel ontwikkelt dan de groep waartoe hij formeel behoort. Mocht uit de uitslag desondanks blijken dat bij nader inzien niet de juiste toetsversie is gekozen, dan moet er in principe door- of teruggetoetst worden. Maar waaraan zie je dat? Wanneer moet er dan worden door- of teruggetoetst? Dat verschilt per toetssoort.
Door- en terugtoetsen bij Cito, Boom, Dia
Bij leerjaargebonden LVS-toetsen van Cito, Boom en Dia moet worden door- of teruggetoetst als de feitelijke behaalde score meer dan één leerjaar (in DLE’s uitgedrukt: meer dan 10 punten) van het niveau van de afgenomen toets af ligt.
Stel: De leerkracht vermoedt (of weet op basis van de eerdere toetsingen en/of de aangeboden lesstof) dat de leerling op het niveau van halfweg leerjaar 5 zal scoren. De leerkracht zal op grond daarvan de toets van niveau-M5 inzetten. De landelijk gemiddelde score op deze toets komt overeen met een DL van 25. Als de behaalde toetsscore op toets M5 binnen de DLE-range van 15 en 35 valt, dan hoeft er niet door- of getoetst te worden. De uitslag op betreffende toets M5 is betrouwbaar genoeg. Valt de behaalde score op de M5-toets buiten deze range, dan moet er in principe wel door- of teruggetoetst worden met een toetsversie van een hoger of lager niveau. Zie daarvoor een tweetal voorbeelden hieronder.
Voorbeeld één: De leerling haalt op de M5-toets een toetsscore die correspondeert met een DLE van 36. Dit is geen pro-score maar een score die past bij lwoo. De behaalde score op de M5-toets valt echter buiten de DLE-range van 25–35. De feitelijke score ligt dus meer dan één leerjaar af van het niveau waarvoor de toets bedoeld is; de afwijking is groter dan 10 DLE-punten. In dit geval is het, ter nadere verifiëring van de juistheid de behaalde score, noodzakelijk om een toets van een hoger niveau af te nemen; in dit geval wordt nu de M6- of E6-toets afgenomen om te zien welk niveau de leerling dan behaalt. Beide toetsscores (M5 en M6 (of E6)) worden toegevoegd aan het onderwijskundig rapport.
Voorbeeld twee: Opnieuw wordt een M5-toets afgenomen, maar nu blijkt de DLE die hoort bij de score van de leerling 14 te zijn. Ook hier is de afstand groter dan 10 DLE-punten, maar omdat de uitkomst nog steeds op pro-niveau ligt, is terugtoetsen niet noodzakelijk.
De toepassing van deze regel mag minder strikt gehanteerd worden als alle relevante gegevens in een eenduidige richting wijzen en door- of terugtoetsen naar alle waarschijnlijkheid niet tot een andere indicatie zal leiden. Echter: als de toetsuitslag van de leerling meer dan 10 DLE-punten van de gekozen toetsversie af ligt, moet in ieder geval worden door- of teruggetoetst als:
−
dit toetsresultaat duidelijk afwijkt van de gegevens uit het onderwijskundig rapport of het leerlingvolgsysteem, of;
−
er sprake is van tegenstrijdige gegevens (sommige scores verwijzen naar lwoo en andere naar pro), of;
−
er sprake is van een IQ tussen 75 en 80 (omdat dit het overlapgebied is tussen lwoo en pro).
In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe door- of terug te toetsen bij de LVS-toetsen van Cito, Boom, Dia.
Adviestabel door- en terugtoetsen E-toetsen bij Cito, Boom, Dia
Groep E4
< 10
Doortoetsen niet nodig: pro-score
Groep E4
> 30
Kies een toets van groep 5
Groep E5
< 20
Doortoetsen niet nodig: pro-score
Groep E5
> 40
Kies een toets van groep 6
Groep E6
< 30
Kies een toets van groep 41
Groep E6
> 50
Kies een toets van groep 7
Groep E7
< 40
Kies een toets van groep 61
Groep E7
> 60
Doortoetsen niet nodig: score valt buiten lwoo-criteria.
1 Is de score lager dan het voorafgaande leerjaar dat u adaptief had gekozen, dan is het advies: neem de toets af van het leerjaar waar de behaalde DLE-score naar verwijst. Dit kan twee of meer leerjaren lager worden als uw startniveau veel te hoog is geweest.
Adviestabel door- en terugtoetsen M-toetsen bij Cito, BOOM, Dia
Groep M4
< 5
Doortoetsen niet nodig: pro-score
Groep M4
> 25
Kies een toets van groep 5
Groep M5
< 15
Doortoetsen niet nodig: pro-score
Groep M5
> 35
Kies een toets van groep 6
Groep M6
< 25
Kies een toets van groep 51
Groep M6
> 45
Kies een toets van groep 7
Groep M7
< 35
Kies een toets van groep 61
Groep M7
> 55
Kies een toets van groep 8
1 Is de score lager dan het voorafgaande leerjaar dat u adaptief had gekozen, dan is het advies: neem de toets af van het leerjaar waar de behaalde DLE-score naar verwijst. Dit kan twee of meer leerjaren lager worden als uw startniveau veel te hoog is geweest.
Door- en terugtoetsen bij IEP
De vaardigheidstoetsen van IEP zijn criteriumgericht. Bij deze toetsen wordt door- of teruggetoetst als de leerling de minimale of maximale score op de afgenomen toets heeft behaald.
Voorbeeld: De leerkracht heeft de leerling voor taalverzorging de SLO-doelen van de eerste helft van leerjaar 5 aangeboden. De leerkracht zet daarom de toets 5a in. De leerling haalt op deze toets het niveau ‘op weg naar 5a’ met een ontwikkelscore van 36. Dit is de laagst mogelijke ontwikkelscore op deze toets. Dit zie je in het IEP LVS aan het pijltje naast de ontwikkelscore.
Op weg naar 5a
36
↓
Toets: Taalverzorging 5a
Afnamedatum: 15 april 2024
Score: 32 / 61 52%
Deze score raakt de ondergrens van deze toets.
Overweeg een toets van een lager niveau
In de domeinanalyse, de foutenanalyse en het uitrekenpapier ziet de leerkracht dat de leerling de toets ook echt heel moeilijk vond. De leerkracht kiest er daarom voor om de toets van 4b af te nemen. Hierop haalt de leerling een ontwikkelscore 31. Dat betekent dat de leerling het niveau 4b niet heeft behaald (op weg naar 4b), maar dit is niet de laagste en ook niet de hoogste ontwikkelscore op deze toets. Er staat dus ook geen pijltje naast de ontwikkelscore in het IEP LVS.
Op weg naar 4b
31
Toets: Taalverzorging 4b
Afnamedatum: 2 mei 2024
Score: 24 / 40 60%
De leerling heeft het niveau van de toets (4b) niet behaald, maar de toets was wel passend voor het niveau van de leerling. Nu kan de leerkracht in de Excel Export bekijken welke DLE hoort bij deze ontwikkelscore. Bij de ontwikkelscore 31 op taalverzorging, hoort een DLE van 18. (Let op: dit verschilt per vaardigheid. Voor lezen en rekenen is de DLE 19 bij een ontwikkelscore van 31. Lees het dus altijd in de Excel af.)
Voorkomen dat te veel wordt getoetst
Werkend op deze wijze, hoeft (bijna) nooit meer dan twee keer getoetst te worden. Uitgangspunt is dat de leerling de eerste keer een toets voorgelegd krijgt, die naar de verwachting van de afnemer van de toets past bij het niveau van de leerling. De eventuele tweede toets die men kiest sluit aan bij het op de eerste toets behaalde niveau. Die twee gegevens zullen voor elke commissie die over de aanvragen lwoo en pro beslist voldoende zijn. Het is van groot belang dat precies de toetsinstructies van de betreffende toetshandleiding wordt gevolgd.
Wanneer een leerling bij de afname van de toets Technisch lezen lager scoort dan DLE 20 is afname van een toets Begrijpend Lezen voor leerlingen die naar het pro worden verwezen niet noodzakelijk.
Boom LVS Begrijpend Lezen, Boom test onderwijs, 2011/2012
Groep 4 t/m 8
Naamswijziging sinds augustus 2019. Voorheen heette deze test: Schoolvaardigheidstoets Begrijpend Lezen (SVT BL). Normering 2011 is ongewijzigd.
Dit jaar voor het laatst toegestaan.
Boom LVS Begrijpend Lezen, Boom test onderwijs, 2023
Groep 4 t/m 8
Papieren en digitale versies toegestaan.
Dia LVS, Diatekst 345, Diataal B.V. 2022
Midden groep 3 t/m midden groep 5
Voor leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs.
Dia LVS, Diatekst 678, Diataal B.V. 2020
Eind groep 5 t/m midden groep 8
Voor leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs.
Drempelonderzoek 678 7e versie,
678 Onderwijs Advisering, 2017 en 2023
Groep 5 t/m 8
Herziene handleiding 2023 ook toegestaan.
IEP LVS (Begrijpend) Lezen, 2019,
Bureau ICE
Groep 4 t/m 8
Alleen genormeerd voor leerlingen (speciaal) basisonderwijs.
Leerling in beeld, Begrijpend Lezen, Cito, 2022
Groep 3 t/m 5
Leerling in beeld, Begrijpend Lezen, Cito, 2022
Groep 6 t/m 8
LOVS 3.0 Begrijpend lezen, Cito, 2014–2017
Groep 3 t/m 8
Papieren versie.
Dit jaar voor het laatst toegestaan.
Opmerkingen bij Begrijpend lezen:
Dit jaar voor het laatst toegestaan
−
Boom LVS Begrijpend Lezen, Groep 4 t/m 8, Boom test onderwijs, 2011/2012.
Reden: In 2026 zijn de normtabellen van deze test 15 jaar oud en verouderd.
−
LOVS 3.0 Begrijpend lezen, Groep 3 t/m 8, Cito, 2014–2017.
Reden: Dit product wordt niet meer door de uitgever ondersteund.