Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 16 oktober 2024, nr. 2024/10271, houdende regels inzake het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging aan de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport inzake de handhaving van de verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en de richtlijn energieprestatie van gebouwen en aanwijzing van ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport als toezichthouders op de naleving van de verordening bouwproducten en verordening (EU) 2019/1020 (Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet)
Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
herziene richtlijn energieprestatie gebouwen:richtlijn nr. 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PbEU L153);
e.
verordening bouwproducten:verordening nr. 305/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PbEU L88);
Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de aan de minister toekomende bevoegdheden tot handhaving als bedoeld in artikel 93a, derde lid, 93c en artikel 120b van de Woningwet en artikel 18.4 en 18.12,van de Omgevingswet, van overtredingen voortvloeiend uit de verordening bouwproducten, de verordening markttoezicht en de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen.
2
Aan de inspecteur-generaal wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3
Het op grond van dit besluit verleende mandaat omvat mede de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid.
Artikel
3
Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, beroepschriften en hoger beroepschriften en het voeren van procedures bij de rechter over de op grond van artikel 2 genomen besluiten.
Artikel
4
1
De inspecteur-generaal kan voor de in de artikelen 2 en 3 bedoelde aangelegenheden ondermandaat en machtiging verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
2
De inspecteur-generaal kan de volmacht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
3
Het verlenen van volmacht, ondermandaat of machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk.
4
Een afschrift van een besluit inzake volmacht, ondermandaat en machtiging als bedoeld in het derde lid wordt gezonden aan de minister en aan degenen aan wie krachtens het besluit volmacht, ondermandaat of machtiging is verleend.
Artikel
5
Het krachtens dit mandaat, volmacht en machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
namens deze:
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
Artikel
6
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, worden aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 119, tweede lid, en 119a, tweede lid van de Woningwet, de verordening bouwproducten en de verordening markttoezicht.
Artikel
7
De inspecteur-generaal is niet bevoegd om zelfstandig verzoeken in het kader van de Wet open overheid, de Wet Nationale ombudsman of de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover die verband houden met de uitvoering van de in de artikelen 2, 3 en 6 van dit besluit bedoelde taken namens de minister af te doen. Dergelijke zaken worden door de inspecteur-generaal inhoudelijk voorbereid en ter afdoening, door tussenkomst van de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie, aan de directeur generaal volkshuisvestiging en bouwen van het ministerie onderscheidenlijk de minister voorgelegd.
Artikel
8
1
De inspecteur-generaal informeert de minister over zwaarwegende en politiek-bestuurlijk gevoelige omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.
2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bevoegdheden die zijn verleend op basis van volmacht en machtiging.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2024.
Artikel
12
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G.Keijzer