Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 16 oktober 2024, nr. 2024/10271, houdende regels inzake het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging aan de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport inzake de handhaving van de verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en de richtlijn energieprestatie van gebouwen en aanwijzing van ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport als toezichthouders op de naleving van de verordening bouwproducten en verordening (EU) 2019/1020 (Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet)

Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

Artikel

3

Aan de inspecteur-generaal wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, beroepschriften en hoger beroepschriften en het voeren van procedures bij de rechter over de op grond van artikel 2 genomen besluiten.

Artikel

4

Artikel

5

Het krachtens dit mandaat, volmacht en machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel

6

De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, worden aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 119, tweede lid, en 119a, tweede lid van de Woningwet, de verordening bouwproducten en de verordening markttoezicht.

Artikel

7

De inspecteur-generaal is niet bevoegd om zelfstandig verzoeken in het kader van de Wet open overheid, de Wet Nationale ombudsman of de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover die verband houden met de uitvoering van de in de artikelen 2, 3 en 6 van dit besluit bedoelde taken namens de minister af te doen. Dergelijke zaken worden door de inspecteur-generaal inhoudelijk voorbereid en ter afdoening, door tussenkomst van de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie, aan de directeur generaal volkshuisvestiging en bouwen van het ministerie onderscheidenlijk de minister voorgelegd.

Artikel

8

Artikel

11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2024.

Artikel

12

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders Woningwet.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer