Wet van 18 december 2024 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2025)

Overige fiscale maatregelen 2025

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2025 wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

III

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet bronbelasting 2021.

Artikel

VII

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw.

Artikel

IX

Wijzigt de Algemene douanewet.

Artikel

X

Wijzigt de Wet op de accijns.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

Artikel

XII

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel

XIII

Wijzigt de Pensioenwet.

Artikel

XIV

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Artikel

XV

Wijzigt de Overige fiscale maatregelen 2011.

Artikel

XVI

Wijzigt de Belastingplan 2023.

Artikel

XVII

Wijzigt de Belastingplan 2024.

Artikel

XVIII

Artikel

XIX

Artikel

XX

Deze wet wordt aangehaald als: Overige fiscale maatregelen 2025.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris Financiën, T. van Oostenbruggen
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel