Beleidsregel van de directie van de Dienst Wegverkeer van 1 januari 2025 betreffende de verlening van nationale typegoedkeuring en individuele goedkeuring van mobiele machines (Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines)

Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Definities

In aanvulling op artikel 1 wordt in deze beleidsregel verstaan onder:

  • alternatief voorschrift: het voorschrift waaraan het voertuig minimaal moet voldoen. Indien is vermeld dat er geen alternatief voorschrift is vastgesteld, moet het voertuig volledig voldoen aan het gestelde onder ‘Basis’ van het betreffende onderwerp.

  • audit: systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces, dat ter plaatse van de bedrijfsruimte van de Technische dienst plaatsvindt, om de integrale bedrijfsvoering of de resultaten van een organisatie, of van een deel ervan, te toetsen aan vooraf bepaalde criteria.

  • datum einde geldigheid voorschrift: datum per wanneer een voorschrift niet meer van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating tot;

  • datum toepassing voorschrift met ingang van: datum per wanneer een voorschrift van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating met ingang van;

  • eerste beoordeling: de eerste beoordeling van het productieproces. Dit het eerste onderdeel van de aanvraag van een typegoedkeuring. De procedure voor een eerste beoordeling bestaat uit een administratieve documentbeoordeling en indien naar het oordeel van RDW noodzakelijk een beoordeling van ter plaatse van de productielocatie(s).

  • geacht te voldoen: indien is vermeld ‘word(t)en geacht (nog) te voldoen’, of een soortgelijke bewoording wordt gehanteerd, wordt hieronder verstaan dat de fabrikant aantoont dat het betreffende onderwerp moet voldoen aan de gestelde eis, maar dit niet volledig wordt beoordeeld indien er geen twijfel bij de goedkeuringsautoriteit RDW bestaat over het voldoen aan de gestelde eis op het gebied van verkeersveiligheid of milieu;

  • informatiedossier: ook voor nationale typegoedkeuring wordt bedoeld het informatiedossier zoals gedefinieerd in artikel 22 van Verordening (EU) 167/2013;

  • RDW: de Dienst Wegverkeer als bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994;

  • seriematig geproduceerd voertuig: Een voertuig dat behoort tot een type dat in serie onder een gecontroleerd productieproces geproduceerd is door een fabrikant in het kader van de uitoefening van zijn bedrijf en waarvoor aan de fabrikant een World Manufacturing Identification (WMI) conform ISO 3779:2009 of een World Manufacturing Code (WMC) conform ISO 10261:2002 is afgegeven, tenzij naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet hoeft te worden voldaan aan de voorwaarde van een afgegeven WMI of WMC. Een seriematig geproduceerd voertuig dat is gewijzigd, wordt voor wat betreft de onderwerpen die door de wijziging zijn geraakt beschouwd als zijnde een niet seriematig geproduceerd voertuig;

  • visuele controle: in aanvulling op artikel 5.1b.3 van de Regeling voertuigen wordt hieronder eveneens verstaan het beoordelen van de overgelegde documenten;

  • voertuigomschrijving: het functionele karakter van een mobiele machine waarmee de mobiele machine kan worden geïdentificeerd op de weg. De actuele omschrijvingen zijn op te vragen via SDS@rdw.nl.;

  • voertuigtype, variant, en uitvoering: beschrijving van bepaalde specificaties van een type mobiele machine die binnen één typegoedkeuring kunnen worden ondergebracht. De beschrijving hiervan is beschikbaar op aanvraag via SDS@rdw.nl;

  • wijze van keuren: de wijze waarop de betreffende eis beoordeeld wordt.

Hoofdstuk

2

Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel

3

Aanvraag individuele goedkeuring

Een aanvraag voor een individuele goedkeuring wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier individuele goedkeuring mobiele machine. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

Artikel

4

Aanvraag typegoedkeuring

Artikel

5

Behandeling aanvraag typegoedkeuring

Artikel

6

Eerste beoordeling

Artikel

7

Uitgangspunten beoordeling mobiele machine

Artikel

8

Beslissing op de Aanvraag typegoedkeuring

Bij verlening van een goedkeuring wordt het goedkeuringscertificaat toegezonden conform de bij de RDW vastgelegde modellen voor typegoedkeuringscertificaten.

Artikel

9

Voertaal typegoedkeuring

Artikel

10

Kosten aanvraag en toezicht typegoedkeuring

Hoofdstuk

3

Toezicht nationale typegoedkeuring mobiele machine

Artikel

11

Wijze en frequentie toezicht

Artikel

12

Planning toezicht

Artikel

13

Planning toezicht CoP erkende fabrikanten

Artikel

14

Uitvoering audit

Hoofdstuk

4

Sancties en einde geldigheid typegoedkeuring

Artikel

15

Samenloop herstellende en disciplinaire sancties

Artikel

16

Einde geldigheid typegoedkeuring

Hoofdstuk

5

Wijzigingen aan een nationale typegoedkeuring

Artikel

17

Contactpersonen

Artikel

18

Meldings-en aanvraagformulieren voor wijzigingen

Artikel

19

Verzoek overdracht Typegoedkeuringen

Een Typegoedkeuring is een (vermogens)recht dat niet kan worden overgedragen. Als de fabrikant van naam wijzigt, wijzigt volgens de voertuigregelgeving het type eveneens. De bestaande Typegoedkeuring kan mede daardoor niet meer worden gebruikt voor de productie. In dat geval moet RDW volgens die regelgeving de Typegoedkeuringen intrekken. De RDW willigt verzoeken voor overdracht daarom niet in.

Artikel

20

Fusie en andere wijzigingen rechtsvorm fabrikant

Hoofdstuk

6

Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel

22

Toepassingsgebied wetgeving

Indien in een alternatief voorschrift is verwezen naar een bepaalde richtlijn, verordening of reglement dan is het toepassingsgebied daaruit van toepassing, tenzij in het alternatieve voorschrift daarvoor een expliciete uitzondering is gemaakt.

Artikel

23

Informatie van de fabrikant

De fabrikant dient de voor het uitvoeren van de testen benodigde informatie aan te leveren. Indien in een eis vanuit een verordening, richtlijn of reglement informatie is vermeld die verstrekt moet worden in het kader van een typegoedkeuring, dan geldt dat niet voor een individuele goedkeuring.

Artikel

24

Nieuwe wijziging verordening/reglement

Artikel

25

Wijziging in de goedkeuring van voertuigen

Artikel

26

Documentatie voertuigfabrikant of buitenlandse toelatingsautoriteit

Artikel

27

Berekening

Artikel

28

Goedkeuringscertificaat

Indien een geldig goedkeuringscertificaat inclusief betreffende informatie en documentatie door de houder van de goedkeuring van toepassing wordt verklaard, is mogelijk voldaan aan het alternatieve voorschrift. De RDW beoordeelt of het goedkeuringscertificaat acceptabel is.

Artikel

29

Algemene veiligheid

Hoofdstuk

7

Alternatieve voorschriften

Artikel

30

Voorschrift Machines

Versie 1 januari 2025

Basis

Richtlijn 2006/42/EG gewijzigd tot en met Verordening (EU) 2019/1243

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine wordt geacht te voldoen indien de mobiele machine is voorzien van een geldige ‘CE-markering’ en EG-verklaring van overeenstemming.

Als de mobiele machine is voorzien van uitrusting die gevoelig kan zijn voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC) dan moet expliciet zijn aangetoond dat de mobiele machine aan relevante eisen onder de machinerichtlijn voldoet. In dat geval moet in de verklaring van overeenstemming de norm waaraan elektromagnetische compatibiliteit van de mobiele machine is getoetst zijn vermeld. Indien dit ontbreekt maar de EMC gevoelige onderdelen zijn voorzien van een geldige UNECE R10 goedkeuring is dit eveneens afdoende.

Voor het verkrijgen van een typegoedkeuring moet een voorbeeld van de EG-verklaring van overeenstemming die per voertuig wordt afgegeven worden opgenomen in het informatiedocument.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring

Visuele controle.

Individuele goedkeuring

Visuele controle, bij twijfel moet een verklaring van de oorspronkelijke fabrikant worden overgelegd.

Toelichting

Artikel

31

Voorschrift Emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2016/1628 tot en met Verordening (EU) 2022/992

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine moet zijn voorzien van een motor die voldoet aan Verordening (EU) 2016/1628 van de motorcategorie NRE of NRS, als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1628 of als gelijkwaardig erkende goedkeuring (zie toelichting).

Als alternatief mag de mobiele machine zijn voorzien van een motor van de motorcategorie ATS met elektrische ontsteking, mits de mobiele machine aan één van onderstaande voorwaarden voldoet:

  • voertuig is uitgerust met een schrijlingse gerichte zitplaats en een stuurstang; of

  • voertuig is uitgerust met een stuurwiel en bank of kuipstoel in een of meer rijen en met een maximumconstructiesnelheid van 25 km/h of meer.

De emissiefase van de motor moet voldoen aan het niveau wat is voorgeschreven volgens de verordening.

De motor moet zijn gemonteerd volgens de voorschriften van de motorfabrikant inclusief het ter beschikking stellen van informatie aan de eindgebruiker.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag de verbrandingsmotor van mobiele machine zijn aangepast om geheel of met bijmenging van waterstof te functioneren. De fabrikant moet meetresultaten aanleveren gemeten volgens de transiënt en steady state cycli die beschreven staan in bijlage IV van Verordening (EU) 2016/1628. De meetresultaten moeten aantonen dat, bij alle mogelijke mate van bijmengverhoudingen van waterstof in het brandstofsysteem, aan de emissiegrenswaarden van de geldende emissiefase wordt voldaan.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring

Visuele controle en/of meten.

De motor moet volgens voorschrift van de motorleverancier zijn ingebouwd, bijvoorbeeld op basis van de verklaring van de motorleverancier of door motorleverancier verstrekte inbouwinstructies. Het informatiepakket van de motorleverancier dat door de fabrikant van de mobiele machine aan de eindgebruiker wordt verstrekt wordt vastgelegd.

Individuele goedkeuring

Visuele controle en/of meten.

In afwijking van bovenstaande wordt voor individuele goedkeuring geacht te zijn voldaan indien de verbrandingsmotor is voorzien van een typegoedkeuringsnummer volgens Verordening (EU) 2016/1628 of gelijkwaardige goedkeuring en fabrieksmatig is ingebouwd.

Toelichting

In bijlage XIII van Verordening (EU) 2017/654 is de erkenning van gelijkwaardige goedkeuringen voor motoren opgenomen.

Artikel

32

Voorschrift Voorgeschreven platen en opschriften

Versie 1 januari 2025

Voertuigcategorie

Mobiele Machine

Basis

Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Voorgeschreven plaat

Typegoedkeuring

De mobiele machine moet zijn voorzien van een voorgeschreven plaat en voldoen aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX. In afwijking van punt 3.1 moet op de voorgeschreven plaat minimaal onderstaande informatie zijn vermeld:

  • naam van de fabrikant;

  • NL-typegoedkeuringsnummer;

  • het type;

  • het voertuigidentificatienummer;

  • de technisch toegestane maximummassa van het voertuig in beladen toestand;

  • de technisch toegestane maximummassa per as of rupsbandset; en

  • de technisch toegestane getrokken massa(’s).

Als er sprake is van een mobiele machine die in meerdere fasen wordt voltooid, brengt iedere fase fabrikant, aanvullend, een eigen constructieplaat aan waarop minimaal onderstaande informatie staat vermeld:

  • de naam van de fabrikant;

  • de goedkeuringsfase;

  • NL-typegoedkeuringsnummer;

  • het voertuigidentificatienummer; en

  • het gewijzigde gegeven(s).

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag in het geval van een individuele goedkeuring de vermelding van het NL-typegoedkeurnummer en het type op de voorgeschreven plaat/platen achterwege blijven.

De technisch toegestane getrokken massa(’s) mag op de constructieplaat ontbreken indien deze massa blijkt uit de documentatie van de op de constructieplaat vermelde fabrikant of indien het voertuig niets mag trekken.

Voertuigidentificatienummer

Typegoedkeuring

De mobiele machine moet zijn voorzien van een voertuigidentificatienummer dat voldoet aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX, punt 4.

In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4 voldoet het voertuigidentificatienummer van de mobiele machine wanneer deze is opgebouwd door een gestructureerde combinatie van tekens die door de fabrikant ondubbelzinnig aan één bepaald voertuig is toegewezen.

Hieraan wordt eveneens geacht te zijn voldaan indien het voertuigidentificatienummer voldoet aan het gestelde in:

In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4. mag het voertuigidentificatienummer aan de rechterzijde dan wel linkerzijde van het voertuig zijn aangebracht.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld bij typegoedkeuring zijn van toepassing.

Wijze van keuren

Visuele controle, zo nodig meten.

Toelichting

Artikel

33

Voorschrift Vloeibaar petroleumgas (LPG)

Versie 1 januari 2025

Voertuigcategorie

Mobiele Machine

Basis

VN/ECE-reglement nr. 67 tot en met supplement 14 op wijzigingenreeks 01

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine die is uitgerust met een motor die wordt gevoed door LPG moet zijn uitgerust met specifieke voorzieningen voor het gebruik van LPG als voertuigbrandstof die voldoet aan de eisen van deel I, punt 6 wat betreft de onderdelen van de installatie en deel II, punt 17, wat betreft de installatie op het voertuig van VN/ECE-reglement nr. 67.

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67.

Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de goedkeuring.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

  • 1.

    mag de fabricagedatum van de flexibele slangen die worden toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar niet verder zijn terug gelegen dan 2 jaar; en

  • 2.

    mag de beproevingsdatum van de LPG-tank niet verder terug zijn gelegen dan 10 jaar.

Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

Wijze van keuren

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Toelichting

Artikel

34

Voorschrift Elektrische aandrijflijn

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Een mobiele machine met een elektrische aandrijflijn moet voldoen aan:

  • punt 3, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken en met uitzondering van punt 3.1.2.2. en het in punt 3.1.3. gestelde met betrekking tot de toetsing van punt 6 en punt 3.2.; en

  • punt 5, met uitzondering van punt 5.2.1 tot en met 5.2.1.2

In afwijking tot gestelde in punt 5.4. mag de aanvrager met betrekking tot waterstofemissies van batterijen op basis van waterige elektrolyten tot tevredenheid van de Dienst Wegverkeer aantonen dat aan de eisen in bijlage 7 is voldaan.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Individuele goedkeuring

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

In het geval het een seriematig geproduceerde mobiele machine betreft wordt deze geacht te voldoen.

Toelichting

Artikel

35

Voorschrift Gecomprimeerd aardgas (CNG) en/of vloeibaar aardgas (LNG)

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-Reglement nr. 110 tot en met supplement 02 op wijzigingenreeks 01

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Algemeen

CNG en LNG

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110.

Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de typegoedkeuring.

CNG

Typegoedkeuring

De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door CNG, moet voldoen aan deel I, punt 6, en deel II, punt 17 van VN/ECE-reglement nr. 110.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

  • 1.

    mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en

  • 2.

    mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de fabrikant van de CNG-tank niet zijn overschreden.

Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

LNG

Typegoedkeuring

De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door LNG, moet voldoen aan deel I, punt 8 en deel II, punt 18 van VN/ECE-reglement nr. 110.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

  • 1.

    mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en

  • 2.

    mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de fabrikant van de LNG-tank niet zijn overschreden.

Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

Wijze van keuren

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Toelichting

Artikel

36

Voorschrift Bevestiging LPG-, CNG- en LNG-tank

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67 of is voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00

Wijze van keuren

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Toelichting

Artikel

37

Voorschrift Gezichtsveld

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2015/208 bijlage VII tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

Algemeen

Als voor het voldoen aan de eisen gebruik moet worden gemaakt van middelen voor indirect zicht moet het mogelijk zijn om een wegpilon te kunnen onderscheiden van de omgeving op de cirkel met 12,00 m radius of binnen de begrenzing van het omschreven zichtveld. De afmetingen van de hier benoemde wegpilon moet voldoen aan ISO 3888:2-2011.

In het geval er gebruik gemaakt wordt van inrichtingen voor indirect zicht hoeven deze niet verplicht te zijn voorzien van een goedkeuringsmerk, klasse-aanduiding en extra symbool. De onderdelen moeten afdoende identificeerbaar zijn.

Voor zover van toepassing worden de in een norm gestelde eisen, testprocedure en criteria ook voor een mobiele machine die breder is dan 2,55 m toegepast.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande is het niet noodzakelijk dat de toegepaste onderdelen identificeerbaar zijn.

Typegoedkeuring en individuele goedkeuring

Gezichtsveld bestuurder naar voren en naar de zijkant (op een halve cirkel met 12,00 m radius)

Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant moet voldoen aan punt 1 van de Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII, met uitzondering van hetgeen is vermeld over de ruitenwissers.

Voor wat betreft het gestelde in de vermelde ISO norm 5721-1:2013 zijn de volgende punten uitgezonderd:

  • punt 5.1.2, laatste alinea (afschermingen buiten 9,50 m midden sector); en

  • punt 5.1.4. (eisen ruitenwisser).

Binnen de 9,50 m sector recht naar voren mogen maximaal twee maskingeffecten optreden die elk niet breder zijn dan 0,70 m.

Buiten de 9,50 m sector mogen aan elke zijde maximaal twee maskingeffecten voorkomen die elk niet breder zijn dan 1,50 m of:

  • wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine ≤ 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 5,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is; of

  • wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine > 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 4,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is.

Afhankelijk van de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine mag de positie van de ogen van bestuurder in horizontale richting zowel links als rechts maximaal worden verplaatst als aangegeven om het maskingeffect te minimaliseren.

≤ 25 km/h

170 mm

≤ 50 km/h

100 mm

> 50 km/h

50 mm

Het vereiste zicht buiten de 9,5 m sector mag worden behaald met direct of met combinatie met indirect zicht daarvan.

Zichtafscherming veroorzaakt door de aanwezigheid van een achteruitkijkspiegel blijven buiten beschouwing wanneer deze constructief niet anders kan worden aangebracht.

Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant op de cirkel met 12,00 m radius wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

  • ISO 5721-1:2013;

  • ISO 5006:2006;

  • ISO 5006:2017;

  • ISO 15830:2012; of

  • ISO 13564-1:2012

Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine

Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine moet voldoen aan de gezichtsvelden beschreven in punt 2 van Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII.

Het vereiste zicht mag worden behaald met direct of indirect zicht of een combinatie daarvan.

Eén afscherming in elk zichtveld naast de mobiele machine is toegestaan op voorwaarde dat deze afscherming nergens een ronde schijf met een diameter van 300 mm geheel aan het zicht onttrekt.

Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

  • ISO 5721-2:2014;

  • ISO 5006:2006;

  • ISO 5006:2017;

  • ISO 15830:2012;

  • ISO 13564-1:2012; of

  • VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03

Gezichtsveld bestuurder naar achter

Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter moet voldoen aan de Regeling voertuigen, artikel 5.7a.45, met uitzondering van de leden 3 en 4.

Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

  • ISO 5721-2:2014;

  • ISO 5006:2006;

  • ISO 5006:2017;of

  • VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03.

Wijze van keuren

Visuele controle en/of meten.

Visuele controle, door een persoon van gemiddeld gestalte die op gebruikelijke wijze zit of staat, waarbij een aanwezige zitplaats in de juiste rijstand is afgesteld.

Gezichtsveld naar voren en naar de zijkant

Vanuit een punt op de grond recht onder de oogpunten van de bestuurder wordt een halve denkbeeldige cirkel getrokken met een radius van 12,00 m.

De afmeting van een zichtafscherming (maskingeffect) op de cirkel met 12,00 m radius wordt gemeten in een rechte lijn tussen de uiterste punten van het maskingeffect op die cirkel.

Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine

Het is toegestaan dat de persoon zich vanuit gebruikelijke zit- of sta-positie maximaal 170 mm heen en weer verplaatst.

Gezichtsveld bestuurder naar achter

De wijze van keuren als vermeld in de Regeling voertuigen artikel 5.7a.45 van toepassing zijnde lid moet worden gehanteerd.

Toelichting

Artikel

38

Voorschrift Waterstof

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EG) 79/2009 tot en met Verordening (EU) 2019/1243 en Verordening (EU) 406/2010 tot en met Verordening (EU) 519/2013

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Voertuig met een waterstofsysteem moet voldoen aan bijlagen I en VI van Verordening (EG) 79/2009 en aan bijlagen III tot en met VI van Verordening (EU) 406/2010.

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage IV deel 1 punt 2.2. van Verordening (EU) 406/2010.

Ten behoeve van de beoordeling moeten de ingevulde formulieren overeenkomstig bijlage I, deel 1 en 3, van de Verordening (EU) 406/2010 worden overgelegd.

Wijze van keuren

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

In afwijking van de vereiste testen is een berekening toegestaan.

Toelichting

Artikel

39

Voorschrift Signalisatieborden en signalisatiefolie

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2015/208 bijlage XII tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

Een mobiele machine moet voor wat betreft de eventueel gemonteerde signalisatieborden of aangebrachte signalisatiefolie voldoen aan:

  • de eisen van punt 2, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken;

  • de punten 5.4, 5.5, 5.6, 5.7 en 5.9; en

  • punt 6.26, waarbij in aanvulling op het gestelde in aanhangsel 3, punt 2, wordt een signalisatiebord of -folie geaccepteerd met de aanduiding TP ESC B of RA 2.

Indien een signalisatiebord of -folie voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse C worden de eisen van punt 5.4 buiten beschouwing gelaten.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking hiervan hoeft voor een nationale individuele goedkeuring niet te worden voldaan aan punt 2 van bijlage XII.

Bij mobiele machines met een datum eerste toelating van voor 1 januari 2025 zijn eveneens de eisen van aanhangsel 3 punt 2 uitgezonderd.

Wijze van keuren

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Toelichting

Slotbepalingen

Artikel

40

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines.

Artikel

41

Citeertitel

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Directie van de RDW, J. Woudstra Algemeen Directeur