Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 30 januari 2025, nr. IENW/BSK-2025/15528, tot vaststelling van de Beleidsregels grote rivieren 2025
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
c.
periodieke activiteiten: activiteiten die meerdere jaren achter elkaar uitsluitend in een bepaald deel of bepaalde delen van het jaar plaatsvinden met een maximum van in totaal zeven maanden per jaar;
Deze beleidsregel is van toepassing op de aanvragen voor omgevingsvergunningen, bedoeld in de artikelen 6.17, eerste lid, 6.29, 6.35, 6.40, 6.54 en 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, die worden verricht in een beperkingengebied in het rivierbed.
Artikel
3
Activiteiten
1
Onverminderd het bepaalde in artikel 6, eerste lid, wordt in elk geval toestemming gegeven voor de volgende activiteiten:
a.
het slopen en vervangen van een bouwwerk door een bouwwerk van gelijke omvang, tenzij:
1°.
de gebruiksfunctie van het bouwwerk wijzigt naar woonfunctie of logiesfunctie; of
2°.
de gebruiksfunctie van het bouwwerk wijzigt van een functie ten behoeve van een riviergebonden activiteit naar een functie ten behoeve van een niet-riviergebonden activiteit;
b.
activiteiten die vanwege de aard en omvang naar het oordeel van de Minister van ondergeschikt belang zijn.
2
Activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zijn in elk geval:
a.
een eenmalige uitbreiding van ten hoogste tien procent van het oppervlak en volume van een bouwwerk, tenzij:
1°.
de gebruiksfunctie van het bouwwerk wijzigt naar woonfunctie of logiesfunctie; of
2°.
de gebruiksfunctie van het bouwwerk wijzigt van een functie ten behoeve van een riviergebonden activiteit naar een functie ten behoeve van een niet-riviergebonden activiteit.
b.
het plaatsen van een in- of uitstroomvoorziening, mits de in- of uitstroomsnelheid maximaal 0,3 m/s bedraagt;
c.
het bouwen of in stand houden van een steiger, vlonder of aanmeervoorziening;
3
Het bouwen van een bouwwerk met een woonfunctie of logiesfunctie is geen activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, tenzij het een eenmalige uitbreiding van ten hoogste tien procent van het oppervlak en volume van een bouwwerk met een woonfunctie of logiesfunctie betreft.
4
Onverminderd het bepaalde in artikel 6, eerste lid, kan toestemming worden gegeven voor tijdelijke en periodieke activiteiten. Of toestemming wordt gegeven voor deze activiteiten, hangt af van:
de aanleg of wijziging van een waterstaatkundig kunstwerk;
b.
de aanleg van een voorziening voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- of recreatievaart;
c.
de bouw of wijziging van een waterkrachtcentrale;
d.
de vestiging of uitbreiding van een overslagbedrijf of het realiseren van een overslagfaciliteit, als die activiteit is gekoppeld aan vervoer over de rivier;
de aanleg, het beheer of de verbetering van natuur;
g.
de verbetering van de waterkwaliteit;
h.
de uitbreiding of wijziging van een bestaande steenfabriek;
i.
de aanleg van een voorziening die onlosmakelijk met waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie is verbonden;
j.
de winning van oppervlaktedelfstoffen;
k.
de aanleg van een noodzakelijke voorziening voor het agrarisch, landschappelijk of daarmee vergelijkbaar beheer van het rivierbed;
l.
het behoud of herstel van landschappelijke elementen of cultureel erfgoed, in het bijzonder bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten;
m.
de aanleg van een voorziening voor drinkwaterwinning en aquathermie.
Artikel
5
Niet-riviergebonden activiteiten
Voor niet-riviergebonden activiteiten wordt geen toestemming gegeven, tenzij, onverminderd het bepaalde in artikel 6, sprake is van:
a.
de aanleg van een voorziening van groot openbaar belang die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd;
b.
een activiteit met een bedrijfseconomisch belang voor een bestaand grondgebonden agrarisch bedrijf die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden verricht;
c.
verduurzaming van de energievoorziening van een bestaande activiteit in het rivierbed; of
d.
de aanleg van een voorziening voor elektriciteitsopwekking door zonne- of windenergie die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd.
Artikel
6
Voorwaarden toestemming
1
Toestemming, als bedoeld in artikel 3, wordt alleen gegeven indien:
a.
sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een veilig en doelmatig gebruik van de rivier gewaarborgd blijft;
b.
feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier worden voorkomen;
c.
er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen van de rivier wordt voorkomen of zoveel mogelijk wordt beperkt; en
d.
resterende onvermijdbare waterstandsverhoging wordt gecompenseerd.
2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van toestemming als bedoeld in de artikelen 4 en 5, aanhef en onderdelen a, b en c, met dien verstande dat resterende onvermijdbare waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd en de financiering en tijdige realisering van de compenserende maatregelen gezekerd zijn.
3
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van toestemming als bedoeld in artikel 5, aanhef en onderdeel d, met dien verstande dat de vergunning zal worden verleend voor een bepaalde termijn en resterende onvermijdbare waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd en de financiering en tijdige realisering van de compenserende maatregelen gezekerd zijn.
projecten bestemmingsplannen De Vesting, Recreatie, Kanaalzicht en Heliushaven (gemeente Voorne aan Zee).
2
De Beleidsregels grote rivieren, zoals die luidden vóór 1 april 2024, blijven van toepassing op aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de realisatie van een project genoemd in het eerste lid, die zijn ingediend vóór 1 januari 2030.
Artikel
9
Overgangsrecht maatwerkprojecten
1
Dit artikel is van toepassing op de volgende projecten:
Rivierklimaatpark IJsselpoort (gemeenten Duiven, Arnhem, Westervoort, Zevenaar en Rheden);
f.
verlaging Dam Lateraalkanaal (gemeente Roermond);
g.
Noordwaard (gemeente Altena);
h.
Veense Put (gemeente Altena);
i.
Gebiedsontwikkeling Groene Rivier Well (gemeente Bergen).
2
Deze beleidsregel is niet van toepassing op onderdelen van een project genoemd in het eerste lid, indien vóór 1 januari 2035:
a.
maatwerkafspraken over die onderdelen van het project zijn gemaakt, en
b.
een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend.
3
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt verstaan onder maatwerkafspraken: schriftelijke afspraken van de Minister met een of meer provincies, gemeenten of initiatiefnemers van een project of een onderdeel daarvan.
Artikel
10
Overgangsrecht anticipatie wijziging rivierbed
1
Dit artikel is van toepassing op de volgende gebieden:
a.
Gebied achter dijktraject 54-1 Ottersum-Mook (Lob van Gennep) (gemeenten Mook en Middelaar en Gennep);
b.
Gebied achter dijktraject 57-1 Nieuw-Bergen (gemeente Bergen);
c.
Gebied achter dijktraject 60-1 Well (gemeente Bergen);
d.
Gebied achter dijktraject 65-1 Arcen (gemeente Venlo);
e.
Gebied achter dijktraject 68-1 Venlo, deel Steyl-Maashoek (gemeente Venlo);
f.
Gebied achter dijktraject 70-1 Baarlo (gemeenten Venlo en Peel en Maas);
g.
Gebied achter dijktraject 71-1 Belfeld (gemeente Venlo);
h.
Gebied achter dijktraject 75-1 Buggenum (gemeente Leudal);
i.
Gebied achter dijktraject 76-1 Roerdelta (gemeente Roermond);
j.
Gebied achter dijktraject 76-2 Roermond Alexanderhaven (gemeente Roermond);
k.
Gebied achter dijktraject 79-1 Thorn Wessem (gemeente Maasgouw).
2
De Beleidsregels grote rivieren, zoals die luidden vóór 1 april 2024, zijn van toepassing op aanvragen voor omgevingsvergunningen voor gebieden genoemd in het eerste lid.
3
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing vanaf het moment dat de in het eerste lid genoemde gebieden geen onderdeel meer uitmaken van het rivierbed.
Dit artikel is van toepassing op de volgende projecten:
a.
Afronding Op de Konie (gemeente Maasgouw);
b.
Resterende project(delen) van Noordoevers Hendrik-Ido-Ambacht (gemeente Hendrik-Ido-Ambacht);
c.
Resterende project(delen) van Noordoevers Zwijndrecht (gemeente Zwijndrecht);
d.
Resterende project(delen) van Projecten uitvoeringscontract Hollandsche IJssel (gemeenten Ouderkerk aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel, Capelle aan den IJssel en Gouda);
e.
Resterende project(delen) van Uitwerkingsplan Antoniapolder (gemeente Hendrik-Ido-Ambacht).
2
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op onderdelen van een project genoemd in het eerste lid, indien vóór 1 januari 2030:
a.
maatwerkafspraken over die onderdelen van het project zijn gemaakt, en
b.
een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend.
3
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, wordt verstaan onder maatwerkafspraken: schriftelijke afspraken van de Minister met een of meer provincies, gemeenten of initiatiefnemers van een project of een onderdeel daarvan.
Artikel
12
Overgangsrecht aanvragen ingediend vóór 1 februari 2025