Regeling Cultuureducatie in het mbo 2025–2028

FONDS VOOR CULTUURPARTICIPATIE
Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 januari 2022;
en voor de gewijzigde versie op 27 maart 2023;

besluit:

Hoofdstuk

1

– Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Gebruikte begrippen

Artikel

1.2

Doel van de regeling

Met deze regeling stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten gericht op cultuureducatie in het mbo, in het Koninkrijk der Nederlanden. Dit wordt gerealiseerd door een samenwerking tussen een mbo-instelling en een culturele instelling, met waar mogelijk inbreng van studenten.

Artikel

1.3

Wie kan aanvragen?

Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door:

  • a.

    een culturele instelling; of

  • b.

    een mbo-instelling.

De aanvraag is altijd voor de samenwerking tussen de culturele instelling en de mbo-instelling.

Artikel

1.4

Subsidieplafond en flexibiliteit

Artikel

1.5

Algemene weigeringsgronden

Artikel

1.6

Voorwaarden

Artikel

1.7

Verplichtingen

Artikel

1.8

Indieningstermijnen

Artikel

1.9

Verplichtingen voor het indienen

Aanvragen worden ingediend via een volledig ingevuld digitaal aanvraagformulier in de online aanvraagomgeving Mijn Fonds, via de website van het Fonds.

Artikel

1.10

Beoordelen van aanvragen

Artikel

1.11

Voorschotten

Artikel

1.12

Verantwoording en vaststelling

Hoofdstuk

2

– Verkenningen en projecten

De artikelen in dit hoofdstuk zijn verbijzonderde bepalingen ten aanzien van de artikelen in hoofdstuk 1. Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven. Op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend subsidie verstrekt voor Verkenningen en Projecten.

Paragraaf

1

Verkenningen

Artikel

2.1

Doel en effecten

In deze paragraaf stimuleren wij Verkenningen gericht op cultuureducatie in het mbo in het Koninkrijk der Nederlanden. Verkenningen worden gedaan door middel van een samenwerking tussen een culturele instelling en een mbo-instelling.

Met de bepalingen in deze paragraaf stimuleert het Fonds activiteiten of projecten die gericht zijn op het bereiken van de volgende effecten:

  • a.

    effect a: Samenwerking;

  • b.

    effect b: Visieontwikkeling;

  • c.

    effect c: Kansengelijkheid.

Artikel

2.2

Waarvoor kan worden aangevraagd

Subsidie kan worden aangevraagd voor het verkennen van een lokale samenwerking tussen een culturele instelling en een mbo-instelling. Het gaat hierbij om activiteiten zoals gesprekken, het ontwikkelen van plannen, het maken van afspraken over onder andere de inhoud, taakverdeling en financiering en het uitproberen van activiteiten. De verkenning is gericht op cultuureducatie voor studenten in het mbo.

Artikel

2.3

Hoogte van de subsidie

Voor een project in deze paragraaf:

  • 1.

    wordt minimaal € 5.000 en maximaal € 10.000 aangevraagd; en

  • 2.

    bedraagt de subsidie maximaal 100% van de totale projectkosten.

Artikel

2.4

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze paragraaf is € 851.305.

Artikel

2.5

Beoordelingscriteria

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. In de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:

  • a.

    inhoudelijke kwaliteit; en

  • b.

    organisatorische kwaliteit.

Artikel

2.6

Verplichtingen voor het indienen

Een aanvraag wordt pas in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier op tijd is ontvangen met hierin opgenomen:

  • a.

    een projectplan;

  • b.

    een planning; en

  • c.

    een sluitende begroting.

Artikel

2.7

Specifieke weigeringsgronden

Onverminderd de overige weigeringsgronden, wordt de subsidieaanvraag geweigerd als er al vier aanvragen van dezelfde aanvrager zijn gehonoreerd in deze regeling.

Artikel

2.8

Bijzondere verplichtingen

Het project:

  • a.

    start niet eerder dan acht weken na het indienen van de aanvraag;

  • b.

    start binnen zes maanden na het honoreren van de aanvraag;

  • c.

    heeft een looptijd van minimaal twee maanden en maximaal een jaar.

Het Fonds kan bij besluit van deze termijnen afwijken.

Paragraaf

2

Projecten

Artikel

2.9

Doel en effecten

In deze paragraaf stimuleren wij Projecten gericht op cultuureducatie in het mbo, in het Koninkrijk der Nederlanden. Projecten worden gedaan door middel van een lokale samenwerking tussen een culturele instelling en een mbo-instelling.

Met de bepalingen in deze paragraaf stimuleert het Fonds projecten die gericht zijn op het bereiken van de volgende effecten:

  • a.

    effect a: Samenwerking;

  • b.

    effect b: Visieontwikkeling;

  • c.

    effect c: Kansengelijkheid;

  • d.

    effect d: Creatieve ontplooiing;

  • e.

    effect e: Verbinding.

Artikel

2.10

Waarvoor kan worden aangevraagd

In deze paragraaf kan een aanvraag worden ingediend voor het ontwikkelen en uitvoeren van een cultuureducatief project. Het gaat hierbij om activiteiten zoals het (door)ontwikkelen van het project, en de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het cultuureducatieve project. De basis van het project is de vraag van de mbo-instelling.

Artikel

2.11

Hoogte van de subsidie

Voor een project in deze paragraaf:

  • 1.

    wordt minimaal € 10.000 en maximaal € 55.000 aangevraagd; en

  • 2.

    bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale projectkosten als de aanvrager is gevestigd in het Europees deel van Nederland; voor een aanvrager die gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk is dat maximaal 100%.

Artikel

2.12

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze paragraaf is € 1.276.957.

Artikel

2.13

Beoordelingscriteria

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. In de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:

  • a.

    inhoudelijke kwaliteit;

  • b.

    samenwerking; en

  • c.

    organisatorische kwaliteit.

Artikel

2.14

Verplichtingen voor het indienen

Een aanvraag wordt pas in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier op tijd is ontvangen met hierin opgenomen:

  • a.

    een projectplan;

  • b.

    een planning; en

  • c.

    een sluitende begroting.

Artikel

2.15

Specifieke weigeringsgronden

Onverminderd de overige weigeringsgronden, wordt de subsidieaanvraag geweigerd als er al vier aanvragen van dezelfde aanvrager zijn gehonoreerd in deze regeling.

Artikel

2.16

Bijzondere verplichtingen

Het project:

  • a.

    start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag in het geval van aanvragen vanaf € 25.000;

  • b.

    start niet eerder dan acht weken na het indienen van de aanvraag in het geval van aanvragen onder de € 25.000;

  • c.

    start binnen zes maanden na het honoreren van de aanvraag;

  • d.

    heeft een looptijd van minimaal twee maanden en maximaal twee jaar.

Het Fonds kan bij besluit van deze termijnen afwijken.

Hoofdstuk

3

– Slotbepalingen

Artikel

3.1

Hardheidsclausule

Het Fonds kan afwijken van de rechten en plichten in deze regeling. Dat kan alleen in het voordeel van de aanvrager en in bijzondere gevallen die een onredelijke uitwerking hebben waarmee geen rekening is gehouden bij het opstellen van deze regeling.

Artikel

3.2

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

3.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Cultuureducatie in het mbo 2025–2028.

Namens het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
directeur-bestuurder