Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 20 februari 2025, nr. OWB/49374826 houdende regels voor subsidieverstrekking voor het versterken van sociale veiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap (Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap)

Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

3

Te subsidiëren activiteiten

Artikel

4

Penvoerder

Artikel

5

Subsidieplafond

Artikel

6

Beoordeling aanvragen

De minister beslist op de subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader.

Artikel

7

Beoordeling aanvragen en wijze van verdeling beschikbaar budget subsidieaanvraag organisatie of penvoerder van een samenwerkingsverband

Artikel

8

Aanvraagperioden

Artikel

9

Bij de subsidieaanvraag in te dienen documenten

Artikel

10

Activiteitenplan en begroting

Artikel

11

Aanvraagformulier

Artikel

12

Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, voor zover:

  • a.

    de totale subsidie van een subsidieaanvraag van de regiegroep, een hoger onderwijsinstelling of een samenwerkingsverband van organisaties minder dan € 10.000 bedraagt;

  • b.

    de totale subsidie van een subsidieaanvraag van een organisatie die geen hoger onderwijsinstelling is minder dan € 5.000 bedraagt;

  • c.

    de totale subsidie van een subsidieaanvraag van een organisatie of een samenwerkingsverband van organisaties meer dan € 450.000 bedraagt;

  • d.

    het activiteitenplan op een onderdeel als onvoldoende is beoordeeld op grond van het beoordelingskader;

  • e.

    de kosten van een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, reeds uit anderen hoofde zijn of worden vergoed;

  • f.

    de kosten van een activiteit niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten;

  • g.

    onvoldoende is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel

14

Verplichtingen subsidie

Artikel

15

Wijze van verantwoording subsidie niet-hoger onderwijsinstellingen

Indien de subsidie van een subsidieontvanger die geen hoger onderwijsinstelling is:

Artikel

16

Besteding en verantwoording subsidie hoger onderwijsinstellingen

Artikel

17

Bevoorschotting en betaling

Artikel

18

Vaststelling van de subsidie

Artikel

20

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2029.

Artikel

21

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, E.E.W. Bruins

Bijlage

beoordelingskader behorende bij de Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap

Inhoudelijke beoordeling subsidieaanvragen

Beoordelingscriteria

De inhoudelijke beoordeling van een subsidieaanvraag als bedoeld in de Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (hierna: subsidieregeling) en activiteiten geschiedt aan de hand van de criteria in onderstaande tabel.

1.

Ambitie

(ten hoogste 800 woorden)

Totaal 20

1.1

De aanleiding en noodzaak tot verbetering van de sociale veiligheid in de organisatie(s) en of voor de beoogde doelgroep(en).2

Toelichting:

De aanleiding waarom deze subsidieaanvraag nodig is om sociale veiligheid te bevorderen is duidelijk beschreven. De noodzaak van de subsidieaanvraag is duidelijk beschreven en onderbouwd.

5

1.2

Emancipatie van gemarginaliseerde groep(en) (zoals vrouwelijke academici, jonge onderzoekers, promovendi en postdocs), mensen uit de LHBTIQ+ groep, mensen met een migratieachtergrond en/of met een beperking, mensen die te maken hebben met discriminatie waaronder antisemitisme.

Toelichting:

De wijze waarop de subsidieaanvraag zich richt op de emancipatie van gemarginaliseerde groep(en) is duidelijk beschreven en onderbouwd.

5

1.3

De ambitie ten aanzien van sociale veiligheid en haalbaarheid van de ambitie.

Toelichting:

De doelen in het activiteitenplan passen bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van de subsidieregeling, en zijn ambitieus, helder en concreet geformuleerd. Ook zijn de doelen realistisch en haalbaar.

10

Sub-totaalscore criterium 1:

2.

Omschrijving activiteit(en)

(per activiteit ten hoogste 400 woorden)

Totaal 40

2.1

Per activiteit:

– doel;

– effectieve aanpak;

– planning;

– (indien van toepassing) samenwerking.

Toelichting:

Per activiteit is het doel duidelijk en concreet beschreven. Er is vertrouwen dat de aanvrager met deze activiteiten haar doel (grotendeels) kan realiseren (haalbaarheid) en dat het aansluit bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van de subsidieregeling. De planning van de activiteit(en) is realistisch en de uitvoering is uiterlijk voor 31 december 2027 afgerond. In geval van een samenwerkingsverband wordt duidelijk welke partij welke rol op zich neemt in de activiteit(en).

30

2.2

De monitoring van de voortgang.

Toelichting:

De beschrijving van hoe de subsidieontvanger:

de voortgang van de activiteiten gaat bewaken;

de uitvoering van de activiteiten systematisch evalueert.

10

Sub-totaalscore criterium 2:

3.

Impact

(ten hoogste 800 woorden)

Totaal 10

3.1

Drie pijler(s) van cultuurverandering (omgangscultuur, systeem, structuur) ten aanzien van sociale veiligheid.

Toelichting:

De beoogde impact van het activiteitenplan op een of meer van de pijler(s) van cultuurverandering binnen de betrokken organisatie(s) of de beoogde doelgroep(en).

5

3.2

Het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep.2

Toelichting:

De beoogde impact van het activiteitenplan op het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep, is duidelijk geformuleerd en onderbouwd.

5

Sub-totaalscore criterium 3:

4.

Verankering

(ten hoogste 800 woorden)

Totaal 10

4.1

Duurzame verankering en zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten binnen de eigen organisatie(s).2

Toelichting:

De duurzame verankering van de resultaten van de subsidieaanvraag binnen de eigen organisatie(s) en de wijze waarop de opgedane kennis en inzichten zichtbaar zijn gemaakt is duidelijk omschreven. Onderbouwd is waarom voor deze vorm is gekozen.

5

4.2

Zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten voor andere organisatie(s).

Toelichting:

De wijze waarop kennisdeling gefaciliteerd wordt is duidelijk uiteengezet waardoor werkwijzen, kennis en inzichten gebruikt kunnen worden door andere organisatie(s) na afloop van de activiteit(en). Zie ook realisatiedoelstelling 2 van het programmaplan.

5

Sub-totaalscore criterium 4:

5.

Begroting per activiteit(en)

Totaal 20

5.1

Een realistische begroting van de activiteit(en).

Beoordeeld wordt of:

– de kosten in verhouding staan tot de beoogde resultaten (doelmatigheid);

– de begroting sluitend is;

– de tarieven, bedoeld in de artikelen 10, derde lid (interne doorberekening), en 14, zesde lid (externe inhuur), van de subsidieregeling zijn gehanteerd.

Toelichting:

Per activiteit(en) is in de begroting concreet en duidelijk opgenomen welke kosten door wie worden gemaakt. Uit de begroting moet per activiteit duidelijk blijken welke kosten daaraan verbonden zijn. Bij inhuur van externen dient de belasting over de toegevoegde waarde meegenomen te worden.

20

Sub-totaalscore criterium 5:

Totaalscore critera 1 t/m 5:

1 Alleen de totale wegingsfactoren per criterium zijn van toepassing op de aanvragen van de regiegroep. De wegingsfactoren per deelcriterium zijn dus niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.

2 De deelcriteria 1.1, 3.2 en 4.1 zijn niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.

Berekening van de scores

Per criterium kan er maximaal 5 punten worden toegekend. Indien er sprake is van deelcriteria wordt als score het gemiddelde genomen. De totaalscore is een gewogen gemiddelde van de criteria, eventueel met twee decimalen.

De scores zijn beschreven in onderstaand tabel.

Boven verwachting/excellent, goed uitgewerkt en/of onderbouwd en/of vernieuwend

5,0

Goed

Voldoende, plus wat beter uitgewerkt en/of onderbouwd

4,0

Ruim voldoende

Voldoet aan de minimale eisen van de subsidieregeling

3,0

Voldoende

Voldoet niet helemaal aan de eisen van de subsidieregeling

2,0

Onvoldoende

Voldoet niet aan de eisen van de subsidieregeling, grote tekortkomingen

1,0

Ruim onvoldoende

Alle criteria moeten als voldoende worden beoordeeld

In de subsidieregeling is opgenomen dat aanvragers uitsluitend in een aanvraagperiode aanvragen kunnen indienen (artikel 8). Om de kwaliteit van een aanvraag vast te stellen, beslist de minister op de subsidieaanvraag aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria. Voor het aantonen van de kwaliteit van een subsidieaanvraag, moet de subsidieaanvraag op elk (deel)criterium (1 tot en met 5) ten minste met een voldoende worden beoordeeld.

Dit betekent dat de subsidieaanvragen kwalitatief beoordeeld worden. Voor (deel)criterium 1 tot en met 5 geldt dat een subsidieaanvraag op elk criterium ten minste met 3 punten (een voldoende) moet worden beoordeeld om voor subsidie in aanmerking te komen. De bedoeling is dat een ambitie wordt nagestreefd, impact wordt beoogd en verankering wordt verwezenlijkt en dat dit overeenkomt met het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan.

Beoordelingsproces

Het budget is toereikend

Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode toereikend is voor alle als voldoende beoordeelde subsidieaanvragen wordt subsidie verleend voor die subsidieaanvragen. Subsidieaanvragen die niet ten minste met een voldoende worden beoordeeld op alle onderdelen (1 tot en met 5) komen niet voor subsidie in aanmerking.

Het budget voor organisaties en samenwerkingsverbanden is niet toereikend

Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode niet toereikend is voor alle als voldoende beoordeelde subsidieaanvragen, wordt het budget als volgt verdeeld:

Stap 1: De subsidieaanvragen worden gerangschikt op score, van hoog naar laag.

Stap 2: De subsidieaanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden als volgt geselecteerd, totdat het budget ontoereikend is:

  • a.

    de hoogst scorende subsidieaanvraag van een samenwerkingsverband van organisaties;

  • b.

    de hoogst scorende subsidieaanvraag van een studentenorganisatie;

  • c.

    de hoogst scorende subsidieaanvraag van een promovendi-organisatie;

  • d.

    de hoogst scorende subsidieaanvraag van een werknemersorganisatie;

  • e.

    de hoogst scorende subsidieaanvraag van een hoger onderwijsinstelling;

  • f.

    de hoogst scorende resterende subsidieaanvragen ongeacht het soort organisatie.

Stap 3: In het geval van meerdere subsidieaanvragen met een gelijke score in een categorie als bedoeld onder punt a tot en met f, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

Toelichting beoordelingskader

Doel kwalitatieve beoordeling

Het doel van het beoordelingskader is de kwalitatieve beoordeling van subsidieaanvragen in goede banen te leiden en zo transparant mogelijk te maken. Het beoordelingskader en de beoordelingsprocedure gelden zowel ten aanzien van de subsidieaanvragen van een organisatie of van de penvoerder van een samenwerkingsverband als voor de subsidieaanvragen van de (penvoerder van de) regiegroep. Waar in het beoordelingskader in criterium 1 tot en met 5 wordt gesproken over ‘subsidieaanvraag’, kan ‘activiteiten’ worden gelezen, voor zover het de beoordeling van subsidieaanvragen van de regiegroep betreft.

Elk activiteitenplan wordt inhoudelijk beoordeeld op de volgende criteria:

  • ambitie;

  • beschrijving activiteit(en);

  • impact;

  • verankering;

  • begroting.

Bij elk (deel)criterium zijn in de tabel beoordelingscriteria geformuleerd met daarbij horende beoordelingsaspecten. Hiermee is aangegeven aan de hand van welke aspecten wordt beoordeeld en wat de achterliggende gedachte daarvan is. De onderdelen en beoordelingscriteria zijn gerelateerd aan het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep en de definitie van sociale veiligheid zoals gehanteerd in dat programmaplan (zie ook artikel 10 van de subsidieregeling).

De subsidieaanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld op de (deel)criteria ambitie, activiteiten, impact, verankering en begroting. Bij de beoordeling van deze criteria wordt een score van 1 tot en met 5 toegekend aan elk onderdeel. De totaalscore betreft het gewogen gemiddelde van de score op die criteria.

Beoordeling aanvragen

  • 1.

    Aanvragen regiegroep:

    De penvoerder van de regiegroep kan subsidie aanvragen voor activiteiten die zij opneemt in haar activiteitenplan. De activiteiten worden beoordeeld aan de hand van bovenstaande criteria met uitzondering van de deelcriteria 1.1, 3.2 en 4.1. De aanvraag wordt beoordeeld door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), waarna de minister beslist.

  • 2.

    Aanvragen organisaties of penvoerders van samenwerkingsverbanden:

    Een organisatie kan een subsidieaanvraag doen voor de uitvoering van activiteiten. Dit kan een enkele activiteit zijn maar een subsidieaanvraag kan ook bestaan uit meerdere activiteiten. De subsidieaanvraag waarvoor subsidie wordt aangevraagd door organisaties, wordt inhoudelijk beoordeeld door de regiegroep, waarna de minister beslist. De regiegroep bereidt de besluitvorming van de minister voor.