Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 april 2025, kenmerk 4082034-1080983-WJZ, houdende de vaststelling van beleidsregels inzake kruisbesmetting met allergenen en etikettering uit voorzorg (Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg)

Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op:
  • artikel 14, eerste en tweede lid, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG 2002, L 31);

  • bijlage II, hoofdstuk IX, punt 9, van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU 2004, L 139);

Besluit:

Artikel

1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • allergenenetikettering uit voorzorg: informatie over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid in levensmiddelen van stoffen of producten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken;

  • ambachtelijke levensmiddelen: levensmiddelen die rechtstreeks door de producent in kleine hoeveelheden worden geleverd aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker levert.

Artikel

2

Artikel

3

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel

4

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, V.P.G. Karremans

Bijlage

Referentiewaarden risicobeoordeling

(Bijlage als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, van de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg)

Ei

2,0

Lupine

15,0

Melk

2,0

Mosterd

0,40

Noten:

– Amandel

1,0

– Cashewnoot

1,0

– Hazelnoot

3,0

– Macademianoot

1,0

– Paranoot

1,0

– Pecannoot

1,0

– Pistachenoot

1,0

– Walnoot

1,0

Pinda

2,0

Schaaldieren

200,0

Selderij

1,0

Sesam

2,0

Soja

10,0

Tarwe / Glutenbevattende granen

5,01

Vis

5,0

Weekdieren

20,0

1 Voor glutenbevattende granen wordt de referentiewaarde van tarwe aangehouden van 5,0 mg, tenzij in het eindproduct de concentratie van 20 mg/kg gluten wordt overschreden. Dan geldt dat als grens.

Omrekening referentiedosis (RfD) naar actielimiet

Deze referentiedosis moet omgerekend worden naar een concentratie in mg/kg (ppm), de zogeheten actielimiet. De omrekening van de absolute hoeveelheid van de referentiedosis naar een actielimiet volgt hieronder.

De referentiedosis is een absolute hoeveelheid eiwit van een allergeen (mg) per dosering / eetmoment. Dit is niet gelijk aan een concentratie (mg eiwit van een allergeen / kg product = ppm). Voor het omrekenen van de RfD naar een actielimiet wordt de volgende formule gebruikt: