Artikel
1.1
Begripsbepalingen
1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
afwijkend gebruik van frequentieruimte: met apparatuur, die voldoet aan artikel 1.3 van dit besluit, inbreuk maken op normaal gebruik van de frequentieruimte, waaronder het onderzoeken, aftasten ten einde informatie te vergaren, en tijdelijk verstoren van frequenties, alsmede het toegang verwerven tot frequenties en het tijdelijk onmogelijk maken van communicatie via frequenties;
-
frequentieband: frequentieruimte binnen de in het frequentieplan, bedoeld in artikel 3.1 van de wet, aangegeven internationale bandgrenzen;
-
onbemand mobiel object: een zich autonoom of op afstand bestuurd, zich verplaatsend object waaronder drones, robots, voertuigen en vaartuigen;
-
Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
-
verantwoordelijke:
-
–
Bij de politie: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, als het afwijkend gebruik wordt toegepast door ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak
-
–
bij het Ministerie van Defensie: de Minister van Defensie, of
-
–
bij het ministerie van Justitie en Veiligheid: de Minister van Justitie en Veiligheid.
-
–
-
wet: Telecommunicatiewet.