Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 april 2025, kenmerk 4083470-1081010-Z houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2023 (Regeling risicoverevening 2023)
Regeling risicoverevening 2023
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
IBZ: indicatie bevallingen en zwangerschappen, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden die bevallen in het vereveningsjaar worden onderscheiden van de overige verzekerden;
Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
Artikel
5
De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten, bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2023 in aanvulling op de criteria, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar IBZ.
Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.
3
Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing, voor zover dat een ander jaar dan 2022 betreft.
Artikel
7
1
In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.10, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.
2
In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.12 en 1.13, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen HSM’ en ‘Geen MFK’.
3
In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabel 1.15, en bijlage 2, tabel 2.9, wordt een verzekerde die in Nederland woont niet ingedeeld bij het vereveningscriterium SEI.
Artikel
8
1
De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.599 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.
2
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.
3
Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van 18 jaar of ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet.
Artikel
9
1
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van 18 jaar of ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.
2
Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van 18 jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio, MHK en SEI en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.
3
In afwijking van het tweede lid worden verzekerden die in het buitenland wonen niet ingedeeld bij het criterium regio en verzekerden die in Nederland wonen niet bij het criterium SEI.
4
De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van 18 jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is:
a.
Voor seizoenarbeiders: € 249,03;
b.
Voor in het buitenland woonachtige verzekerden die geen seizoenarbeider zijn: € 270,88;
c.
Voor overige verzekerden: € 353,25.
Artikel
10
1
Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium die voor de betreffende verzekerde van toepassing is toe.
2
In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen toe van de volgende vereveningscriteria:
a.
FKG’s, voor zover de in bijlage 5, tabel 5.1, opgenomen restricties die toewijzing niet verhinderen;
b.
DKG’s, waarbij een klasse meerdere malen kan worden toegewezen;
c.
HKG’s; en
d.
FKG’s psychische aandoeningen, voor zover de in bijlage 5, tabel 5.2, opgenomen restricties die toewijzing niet verhinderen.
3
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van de verstrekking van een geneesmiddel die in een van de vier aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn.
4
Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:
a.
het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:
1.
duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);
2.
arbeidsongeschikten;
3.
bijstandsgerechtigden;
4.
studenten van 18 tot en met 34 jaar;
5.
werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;
6.
zelfstandigen;
7.
hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;
8.
alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7, zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep;
b.
het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de vorige zin, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering van onderdeel a, bij die indeling worden alleen volwassenen betrokken die jonger zijn dan 65 jaar en die ten minste 15 jaar ouder zijn dan de betreffende verzekerde van 0 tot en met 17 jaar; en
c.
het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling van voordat de verzekerde 65 jaar werd.
5
Het Zorginstituut deelt
a.
verzekerden instromend of blijvend in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in;
b.
verzekerden ingedeeld in de klassen ‘14’ tot en met ‘16’ van het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in; en
c.
verzekerden van 18 jaar of ouder blijvend in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium MVV in de klasse ‘Geen MVV’ in en bij het vereveningscriterium MHK in de klasse ‘Geen MHK’.
6
Het Zorginstituut deelt
a.
bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen; en
b.
bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.
7
Indien een percentielgrens als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van dit onderdeel, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.
8
Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de gehanteerde vereveningscriteria, met uitzondering van SEI, ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het desbetreffende vereveningscriterium.
Hoofdstuk
3
Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar
Artikel
11
1
Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.
2
Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.
Artikel
12
1
Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 13 tot en met 16 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen met gebruik van de referentiebestanden, bedoeld in artikel 10, achtste lid.
2
Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van beide clusters en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.
3
De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:
a.
leeftijd en geslacht: 2023;
b.
FKG’s: 2022;
c.
DKG’s: 2022;
d.
HKG’s: 2022;
e.
AVI: 2023;
f.
regio: 2023;
g.
SES: 2022 en 2023;
h.
MHK: 2020, 2021 en 2022;
i.
GGZ-regio: 2023;
j.
FKG’s psychische aandoeningen: 2022;
k.
DKG’s psychische aandoeningen: 2020, 2021 en 2022;
l.
PPA: 2022 en 2023;
m.
GGZ-MHK: 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022;
n.
FDG: 2022;
o.
MVV: 2020, 2021 en 2022;
p.
HSM: 2020;
q.
MFK: 2020, 2021 en 2022;
r.
IBZ: 2023;
s.
SEI: 2022 en 2023.
4
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van een in bijlage 6, tabel 6.1 en tabel 6.2, genoemde aanpassingsklasse zodanig dat het voor de in die tabel bij die aanpassingsklasse genoemde betrokken klassen gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in de relevante tabel in bijlage 1 of 3 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in die tabel, teniet wordt gedaan.
5
Het Zorginstituut rondt de op grond van het vierde lid herberekende gewichten af op twee decimalen.
die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
b.
waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
2
Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel
14
1
Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.
2
Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.
die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
b.
waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel
16
1
Het Zorginstituut merkt de kosten van bij een experiment als bedoeld in artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg betrokken prestaties voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 15 vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
2
Het Zorginstituut merkt de kosten van een verstrekking van een geneesmiddel die in het vereveningsjaar of de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
3
Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste en tweede lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering anderzijds.
de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;
b.
90% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
c.
vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
d.
daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar.
e.
ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
2
Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 12, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.
Artikel
18
1
De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.
Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, herberekent het Zorginstituut, in afwijking van dat lid en artikel 9, tweede lid, het gewicht van de in bijlage 6, tabel 6.3, genoemde klassen zodanig dat het voor de in die tabel genoemde betrokken klassen gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in de relevante tabel in bijlage 4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in die tabel, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.
Artikel
19
De artikelen 5, 6, tweede en derde lid, 7 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.
Hoofdstuk
4
Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut
Artikel
21
De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.
Hoofdstuk
6
Slotbepalingen
Artikel
22
Deze regeling treedt in werking met ingang van 30 september 2022. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 september 2022, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 30 september 2022.
Artikel
23
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2023.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.Agema
(behorende bij artikel 6 en artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)
De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid).
Tabel 1.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
0 jaar, geboren in het vereveningsjaar
12.252.08
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar
3.588.52
1–4 jaar
2.753.34
5–9 jaar
2.528.97
10–14 jaar
2.490.75
15–17 jaar
2.572.52
18–24 jaar
2.271.40
25–29 jaar
2.306.46
30–34 jaar
2.314.88
35–39 jaar
2.347.68
40–44 jaar
2.396.75
45–49 jaar
2.511.70
50–54 jaar
2.667.65
55–59 jaar
2.888.51
60–64 jaar
3.131.56
65–69 jaar
3.394.22
70–74 jaar
3.806.07
75–79 jaar
4.162.34
80–84 jaar
4.441.76
85–89 jaar
5.023.42
90+ jaar
5.771.66
Vrouwen en onbepaald geslacht
0 jaar, geboren in het vereveningsjaar
10.812.19
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar
3.292.81
1–4 jaar
2.477.70
5–9 jaar
2.486.32
10–14 jaar
2.497.91
15–17 jaar
2.683.69
18–24 jaar
2.414.79
25–29 jaar
2.559.72
30–34 jaar
2.550.35
35–39 jaar
2.497.76
40–44 jaar
2.511.74
45–49 jaar
2.589.15
50–54 jaar
2.632.09
55–59 jaar
2.681.79
60–64 jaar
2.795.93
65–69 jaar
2.971.39
70–74 jaar
3.238.50
75–79 jaar
3.556.24
80–84 jaar
3.935.24
85–89 jaar
4.528.44
90+ jaar
5.115.64
Tabel 1.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen FKG
–374.71
COPD/astma: Medicatie
14.49
Diabetes: Insuline
1.918.90
Diabetes: Orale medicatie
500.85
CVRM: Medicatie Licht
–48.10
CVRM: Medicatie Zwaar
191.59
Schildklieraandoeningen
–41.42
Glaucoom
171.47
Depressie
65.99
Psychose
296.47
Epilepsie
376.61
Chronische antistolling
721.99
Transplantaties
4.116.84
Parkinson
2.853.74
Hartaandoeningen: overig
1.910.20
Chronische pijn exclusief opioïden
893.73
Neuropatische pijn
1.592.96
Diabetes type II zonder hypertensie
588.56
Diabetes type II met hypertensie
892.33
Diabetes type I zonder hypertensie
1.912.01
Diabetes type I met hypertensie
2.549.42
Cystic fibrosis/pancreasenzymen
–732.31
Groeistoornissen o.b.v. add-on
4.984.59
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig
4.120.33
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose
2.946.78
HIV/AIDS
491.09
Psoriasis
1.040.42
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa
573.48
Reuma
670.99
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on
3.230.63
Nieraandoeningen o.b.v. add-on
10.363.92
Acromegalie
14.133.53
Immunoglobuline o.b.v. add-on
13.752.74
Astma
169.66
COPD/Zware astma
1.047.37
COPD/Zware astma o.b.v. add-on
13.532.22
Hormoongevoelige tumoren
903.06
Kanker
841.01
Kanker o.b.v. add-on
11.114.44
Pulmonale arteriële hypertensie
19.194.73
Maculadegeneratie o.b.v add-on
2.808.64
Hypercholesterolemie
2.065.57
Hartaandoeningen: anti-aritmica
782.88
Verslaving exclusief nicotine
1.298.55
Extreem hoge kosten cluster 1
66.547.28
Extreem hoge kosten cluster 2
192.658.41
Extreem hoge kosten cluster 3
379.601.48
Extreem hoge kosten cluster 4
696.640.22
Tabel 1.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen DKG
–440.37
1
205.54
2
845.03
3
1.123.47
4
1.811.29
5
2.625.93
6
2.897.89
7
3.795.92
8
4.623.25
9
4.717.37
10
5.362.30
11
5.505.74
12
5.476.80
13
7.109.11
14
8.615.51
15
8.543.92
16
11.705.75
17
12.036.97
18
12.414.00
19
14.465.93
20
15.277.50
21
14.800.44
22
24.635.57
23
26.565.77
24
29.912.18
25
55.119.92
26
49.544.70
Tabel 1.4. Gewichten voor het vereveningscriterium HKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen HKG
–84.19
CPAP apparatuur
506.38
Therapeutische elastische kousen
417.33
Voorzieningen voor stomapatiënten
2.030.47
Vernevelaar met toebehoren
1.122.78
Middelen voor urine-opvang
2.774.08
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes)
2.229.60
Zuurstofapparaten met toebehoren
2.874.68
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)
7.009.73
Slijmuitzuigapparatuur
24.006.66
Draagbare infuuspompen
7.335.80
Compressiehulpmiddelen
2.050.01
Orthesen
1.247.23
Beenprothesen
1.823.16
Insulinepompen
1.219.90
Tabel 1.5. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
0–17 jaar
176.30
18–34 jaar
1.329.27
35–44 jaar
1.086.87
45–54 jaar
844.65
55–64 jaar
655.66
65–69 jaar
377.59
Arbeidsongeschikten excl. IVA
0–17 jaar
196.88
18–34 jaar
166.95
35–44 jaar
382.21
45–54 jaar
373.91
55–64 jaar
296.09
65–69 jaar
352.68
Bijstandsgerechtigden
0–17 jaar
167.08
18–34 jaar
242.99
35–44 jaar
222.33
45–54 jaar
211.70
55–64 jaar
184.63
65–69 jaar
182.40
Studenten
0–17 jaar
–145.41
18–34 jaar
–62.11
Zelfstandigen
0–17 jaar
–118.58
18–34 jaar
–40.92
35–44 jaar
–91.86
45–54 jaar
–134.85
55–64 jaar
–192.91
65–69 jaar
–21.48
Hoogopgeleiden
0–17 jaar
–174.31
18–34 jaar
–43.61
35–44 jaar
–109.11
Referentiegroep
0–17 jaar
5.41
18–34 jaar
14.34
35–44 jaar
2.20
45–54 jaar
–38.62
55–64 jaar
–52.49
65–69 jaar
–86.18
Tabel 1.6. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
1
66.47
2
59.34
3
23.83
4
8.03
5
–5.48
6
–22.84
7
–27.02
8
–25.26
9
–33.82
10
–40.49
Tabel 1.7. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
1 (zeer laag)
0–17 jaar
85.50
18–69 jaar
7.36
70+ jaar
–90.32
2 (laag)
0–17 jaar
34.61
18–69 jaar
13.17
70+ jaar
–25.06
3 (midden)
0–17 jaar
–35.74
18–69 jaar
1.16
70+ jaar
25.78
4 (hoog)
0–17 jaar
–44.81
18–69 jaar
–15.04
70+ jaar
68.65
Tabel 1.8. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
0–17 jaar
0.00
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
255.38
70–79 jaar
–772.41
80+ jaar
–2.051.91
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
8.369.24
70–79 jaar
6.386.22
80+ jaar
2.108.65
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
48.91
70–79 jaar
216.35
80+ jaar
433.06
Overig
18–69 jaar
–17.31
70–79 jaar
–105.97
80+ jaar
–148.32
Tabel 1.9. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen MHK
–498.49
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent
32.20
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent
2.513.85
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent
1.955.93
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent
3.317.71
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent
5.138.63
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent
9.480.46
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent
19.938.86
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent
48.647.79
Tabel 1.10. Gewichten voor het vereveningscriterium FDG (in euro’s per verzekerde)
Geen FDG
–32.60
1
559.13
2
1.649.43
3
6.275.81
4
–15.186.95
Tabel 1.11. Gewichten voor het vereveningscriterium MVV (in euro’s per verzekerde)
Geen MVV
–201.29
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent
1.252.12
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent
1.556.36
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent
3.009.56
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent
5.093.43
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent
7.675.66
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent
11.091.36
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent
15.490.46
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent
25.648.82
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0 – 17 jaar
71.900.71
Tabel 1.12. Gewichten voor het vereveningscriterium HSM (in euro’s per verzekerde)
Geen HSM
–84.70
Ten minste 1 keer in positieve somatische morbiditeitsklasse in vereveningsjaar 3 jaar eerder
101.83
Tabel 1.13. Gewichten voor het vereveningscriterium MFK (in euro’s per verzekerde)
Geen MFK
–144.99
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren farmaciekosten in top 25 procent
321.36
Tabel 1.14. Gewichten voor het vereveningscriterium IBZ (in euro’s per verzekerde)
Geen IBZ
–59.99
Bevallen in het vereveningsjaar
6.116.51
Tabel 1.15. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)
Seizoenarbeider
–299.26
Geen seizoenarbeider
103.39
Bijlage
2
Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ
(behorende bij artikel 6 van de Regeling risicoverevening 2023)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 2.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
18–24 jaar
406.12
25–29 jaar
410.70
30–34 jaar
373.51
35–39 jaar
360.54
40–44 jaar
347.42
45–49 jaar
314.72
50–54 jaar
306.55
55–59 jaar
287.10
60–64 jaar
287.10
65–69 jaar
288.13
70–74 jaar
289.64
75–79 jaar
289.64
80–84 jaar
274.01
85–89 jaar
274.01
90+ jaar
274.01
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
559.92
25–29 jaar
473.34
30–34 jaar
414.43
35–39 jaar
384.02
40–44 jaar
359.83
45–49 jaar
336.99
50–54 jaar
317.39
55–59 jaar
287.10
60–64 jaar
287.10
65–69 jaar
288.13
70–74 jaar
289.64
75–79 jaar
289.64
80–84 jaar
274.01
85–89 jaar
274.01
90+ jaar
274.01
Tabel 2.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen FKG psychische aandoeningen
–40.32
ADHD
182.06
Verslaving exclusief nicotine
288.89
Angststoornissen (benzodiazepinen)
1.125.79
Chronische stemmingsstoornissen
293.78
Bipolaire stoornissen regulier
1.274.06
Bipolaire stoornissen complex
3.039.54
Psychose
2.305.31
Chronische stemmingsstoornissen complex
2.467.41
Psychose depot
5.985.33
Tabel 2.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen DKG psychische aandoeningen
–140.98
1
889.45
2
1.018.37
3
2.295.34
4
4.293.61
5
5.298.32
6
5.241.14
7
7.582.05
8
11.234.52
9
10.853.87
10
16.527.52
11
23.259.24
12
34.389.38
13
30.518.07
14
51.424.07
15
46.670.32
16
31.993.63
Tabel 2.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
436.80
35–44 jaar
114.87
45–54 jaar
–21.02
55–64 jaar
–1.57
65–69 jaar
–2.60
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
514.63
35–44 jaar
371.74
45–54 jaar
203.21
55–64 jaar
16.38
65–69 jaar
18.95
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
652.55
35–44 jaar
200.49
45–54 jaar
60.63
55–64 jaar
–1.57
65–69 jaar
–2.60
Studenten
18–34 jaar
–78.85
Zelfstandigen
18–34 jaar
–67.45
35–44 jaar
–60.72
45–54 jaar
–21.02
55–64 jaar
–1.57
65–69 jaar
–2.60
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
–65.10
35–44 jaar
–35.60
Referentiegroep
18–34 jaar
–12.73
35–44 jaar
–20.43
45–54 jaar
–16.68
55–64 jaar
–1.57
65–69 jaar
–2.60
Tabel 2.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)
1
59.24
2
11.26
3
–0.14
4
–10.06
5
–10.06
6
–10.06
7
–10.06
8
–10.06
9
–10.06
10
–10.06
Tabel 2.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
1 (zeer laag)
18–69 jaar
25.34
70+ jaar
21.36
2 (laag)
18–69 jaar
–11.98
70+ jaar
0.89
3 (midden)
18–69 jaar
–13.45
70+ jaar
–4.75
4 (hoog)
18–69 jaar
3.87
70+ jaar
–14.22
Tabel 2.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
–53.84
70–79 jaar
–53.97
80+ jaar
–38.34
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
948.00
70–79 jaar
450.75
80+ jaar
43.27
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
89.14
70–79 jaar
46.97
80+ jaar
2.77
Overig
18–69 jaar
–15.04
70–79 jaar
–18.38
80+ jaar
1.55
Tabel 2.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen GGZ-MHK
–65.67
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro
97.30
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille1
2.126.10
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille1
3.982.83
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille1
6.713.34
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille1
12.228.66
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille
19.045.55
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille
35.383.53
1 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Tabel 2.9. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)
Seizoenarbeider
–197.32
Geen seizoenarbeider
–144.88
Bijlage
3
Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie
(behorende bij artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)1
Mannen
18–24 jaar
404.73
25–29 jaar
410.13
30–34 jaar
374.78
35–39 jaar
361.04
40–44 jaar
349.52
45–49 jaar
316.59
50–54 jaar
306.49
55–59 jaar
285.73
60–64 jaar
285.73
65–69 jaar
285.15
70–74 jaar
286.86
75–79 jaar
286.86
80–84 jaar
272.97
85–89 jaar
272.97
90+ jaar
272.97
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
554.49
25–29 jaar
477.14
30–34 jaar
420.95
35–39 jaar
388.92
40–44 jaar
363.10
45–49 jaar
341.22
50–54 jaar
319.03
55–59 jaar
286.94
60–64 jaar
285.73
65–69 jaar
285.15
70–74 jaar
286.86
75–79 jaar
286.86
80–84 jaar
272.97
85–89 jaar
272.97
90+ jaar
272.97
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)1
Geen FKG psychische aandoeningen
–39.90
ADHD
196.35
Verslaving exclusief nicotine
337.99
Angststoornissen (benzodiazepinen)
1.066.16
Chronische stemmingsstoornissen
305.58
Bipolaire stoornissen regulier
1.257.58
Bipolaire stoornissen complex
2.917.09
Psychose
2.240.70
Chronische stemmingsstoornissen complex
2.614.09
Psychose depot
5.650.21
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)1
Geen DKG psychische aandoeningen
–140.67
1
918.35
2
1.049.42
3
2.344.11
4
4.318.97
5
5.380.37
6
5.387.98
7
7.572.38
8
10.940.95
9
10.615.21
10
15.666.80
11
20.875.14
12
30.992.51
13
27.665.91
14
45.881.58
15
38.827.88
16
32.353.78
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)1
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
419.06
35–44 jaar
114.69
45–54 jaar
–22.56
55–64 jaar
–1.81
65–69 jaar
–1.22
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
456.18
35–44 jaar
366.61
45–54 jaar
205.57
55–64 jaar
18.93
65–69 jaar
8.90
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
640.44
35–44 jaar
201.01
45–54 jaar
55.14
55–64 jaar
–1.81
65–69 jaar
–1.22
Studenten
18–34 jaar
–71.22
Zelfstandigen
18–34 jaar
–66.39
35–44 jaar
–60.33
45–54 jaar
–22.56
55–64 jaar
–1.81
65–69 jaar
–1.22
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
–63.57
35–44 jaar
–34.30
Referentiegroep
18–34 jaar
–11.46
35–44 jaar
–20.61
45–54 jaar
–16.26
55–64 jaar
–1.81
65–69 jaar
–1.22
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)1
1
54.82
2
13.28
3
1.21
4
–9.91
5
–9.91
6
–9.91
7
–9.91
8
–9.91
9
–9.91
10
–9.91
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)1
1 (zeer laag)
18–69 jaar
28.19
70+ jaar
19.65
2 (laag)
18–69 jaar
–10.15
70+ jaar
0.47
3 (midden)
18–69 jaar
–12.54
70+ jaar
–4.08
4 (hoog)
18–69 jaar
–0.24
70+ jaar
–13.15
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)1
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
–55.93
70–79 jaar
–50.32
80+ jaar
–36.44
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
1.002.17
70–79 jaar
493.42
80+ jaar
50.95
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
89.92
70–79 jaar
43.31
80+ jaar
1.67
Overig
18–69 jaar
–15.20
70–79 jaar
–17.52
80+ jaar
1.61
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)1
Geen GGZ-MHK
–65.71
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro
104.27
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille2
2.198.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille2
4.081.42
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille2
6.717.97
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille2
11.182.00
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille
18.043.82
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille
32.021.21
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
2 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Tabel 3.9. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)1
Seizoenarbeider
–196.42
Geen seizoenarbeider
–144.27
1 Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Bijlage
4
Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico
Alleen volwassenen zonder FKG/DKG/HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger
(behorende bij artikel 9, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)
De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.
De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 18, tweede lid).
Tabel 4.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
18–24 jaar
126.59
25–29 jaar
126.79
30–34 jaar
127.76
35–39 jaar
129.86
40–44 jaar
133.37
45–49 jaar
137.65
50–54 jaar
145.34
55–59 jaar
157.84
60–64 jaar
172.02
65–69 jaar
186.59
70–74 jaar
204.07
75–79 jaar
217.99
80–84 jaar
226.03
85–89 jaar
224.35
90+ jaar
211.89
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
183.47
25–29 jaar
181.82
30–34 jaar
177.65
35–39 jaar
170.10
40–44 jaar
174.17
45–49 jaar
178.35
50–54 jaar
182.88
55–59 jaar
185.06
60–64 jaar
190.59
65–69 jaar
200.71
70–74 jaar
214.89
75–79 jaar
225.20
80–84 jaar
228.93
85–89 jaar
209.23
90+ jaar
171.63
Tabel 4.2. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
78.04
35–44 jaar
74.60
45–54 jaar
63.86
55–64 jaar
44.93
65–69 jaar
21.94
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
56.82
35–44 jaar
66.86
45–54 jaar
58.39
55–64 jaar
40.49
65–69 jaar
22.57
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
46.25
35–44 jaar
46.27
45–54 jaar
37.52
55–64 jaar
17.68
65–69 jaar
–2.57
Studenten
18–34 jaar
–6.87
Zelfstandigen
18–34 jaar
–3.07
35–44 jaar
–7.93
45–54 jaar
–7.98
55–64 jaar
–10.03
65–69 jaar
–6.07
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
–6.32
35–44 jaar
–10.84
Referentiegroep
18–34 jaar
–0.08
35–44 jaar
–0.69
45–54 jaar
–2.98
55–64 jaar
–2.21
65–69 jaar
–1.57
Tabel 4.3. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
1
4.03
2
3.29
3
0.43
4
0.25
5
–0.48
6
–1.17
7
–2.01
8
–2.03
9
–1.84
10
–0.51
Tabel 4.4. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen MHK
–27.74
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent
71.28
Tabel 4.5. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)
Seizoenarbeider
–104.22
Geen seizoenarbeider
–82.37
Bijlage
5
Restricties bij samenloop van meerdere indelingen
(behorende bij artikel 10, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2023)
De bijlage betreft restricties die gelden bij samenloop van meerdere indelingen bij vereveningscriteria waarbij meervoudige indeling mogelijk is (artikel 10, tweede lid).
Tabel 5.1 Restricties bij samenloop van meerdere indelingen in een FKG
Diabetes type I met hypertensie
Diabetes type I zonder hypertensie;
Diabetes type II met hypertensie;
Diabetes type II zonder hypertensie;
Diabetes: Insuline;
Diabetes: Orale medicatie;
CVRM: Medicatie Zwaar;
CVRM: Medicatie Licht.
Diabetes type I zonder hypertensie
Diabetes type II met hypertensie;
Diabetes type II zonder hypertensie;
Diabetes: Insuline;
Diabetes: Orale medicatie.
Diabetes type II met hypertensie
Diabetes type II zonder hypertensie;
Diabetes: Insuline;
Diabetes: Orale medicatie;
CVRM: Medicatie Zwaar;
CVRM: Medicatie Licht.
Diabetes type II zonder hypertensie
Diabetes: Insuline;
Diabetes: Orale medicatie.
Diabetes: Insuline
Diabetes: Orale medicatie.
Verslaving exclusief nicotine
Psychose;
Depressie.
Psychose
Depressie.
Neuropathische pijn
Chronische pijn exclusief opioïden.
COPD/Zware astma o.b.v. add-on
COPD/Zware astma;
Astma;
COPD/astma: Medicatie.
COPD/Zware astma
Astma;
COPD/astma: Medicatie.
Astma
COPD/astma: Medicatie.
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on
Reuma;
Psoriasis;
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa.
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig.
Kanker o.b.v. add-on
Hormoongevoelige tumoren;
Kanker.
Hormoongevoelige tumoren
Kanker.
Pulmonale arteriële hypertensie
Chronische antistolling;
Astma;
COPD/Zware astma;
CVRM: Medicatie Zwaar;
CVRM: Medicatie Licht.
Hartaandoeningen: overig
Hartaandoeningen: anti-aritmica;
Chronische antistolling;
CVRM: Medicatie Zwaar;
CVRM: Medicatie Licht.
Hartaandoeningen: anti-aritmica
Chronische antistolling;
CVRM: Medicatie Zwaar;
CVRM: Medicatie Licht.
Chronische antistolling
CVRM: Medicatie Zwaar;
CVRM: Medicatie Licht.
Hypercholesterolemie
CVRM: Medicatie Zwaar;
CVRM: Medicatie Licht.
CVRM: Medicatie Zwaar
CVRM: Medicatie Licht.
Chronische pijn exclusief opioïden
Psychose.
Schildklieraandoeningen
Groeistoornissen o.b.v. add-on.
Extreem hoge kosten cluster 4
Extreem hoge kosten cluster 3;
Extreem hoge kosten cluster 2;
Extreem hoge kosten cluster 1.
Extreem hoge kosten cluster 3
Extreem hoge kosten cluster 2;
Extreem hoge kosten cluster 1.
Extreem hoge kosten cluster 2
Extreem hoge kosten cluster 1.
Tabel 5.2 Restricties bij samenloop van meerdere indelingen in een FKG psychische aandoeningen
Psychose depot
Chronische stemmingsstoornissen complex;
Psychose;
Bipolaire stoornissen complex;
Bipolaire stoornissen regulier;
Chronische stemmingsstoornissen.
Chronische stemmingsstoornissen complex
Psychose;
Bipolaire stoornissen complex;
Bipolaire stoornissen regulier;
Chronische stemmingsstoornissen.
Psychose
Bipolaire stoornissen complex;
Bipolaire stoornissen regulier;
Chronische stemmingsstoornissen.
Bipolaire stoornissen complex
Bipolaire stoornissen regulier;
Chronische stemmingsstoornissen.
Bipolaire stoornissen regulier
Chronische stemmingsstoornissen.
Bijlage
6
Herberekening van gewichten
(behorende bij artikel 12, vierde lid, en artikel 18, derde lid, van de Regeling risicoverevening 2023)
De bijlage betreft de herberekening van gewichten (‘criteriumneutraliteit’) voor de deelbedragen variabele zorgkosten en kosten van geneeskundige GGZ (artikel 12, vierde lid) en voor de opbrengsten van het verplicht eigen risico (artikel 18, derde lid).
1 Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.
Tabel 6.2 Herberekening gewichten kosten van geneeskundige GGZ
DKG’s psychische aandoeningen
3.3
Geen DKG psychische aandoeningen.
Alle klassen.
PPA
3.7
Per leeftijdsklasse:
Eenpersoonshuishouden, Overig.1
Corresponderende leeftijdsklasse voor:
Wlz-instelling, blijvend;
Wlz-instelling, instromend.
GGZ-MHK
3.8
Geen GGZ-MHK.
Alle klassen.
1 Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.
Tabel 6.3 Herberekening gewichten eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico