Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 juni 2025, nr. 2025-0000135813, houdende regels voor subsidieverstrekking aan werkgevers in het midden- en kleinbedrijf ter ondersteuning bij de aanschaf van inclusiviteitstechnologie (Subsidieregeling inclusiviteitstechnologie voor het mkb) [KetenID WGK026974]

Subsidieregeling inclusiviteitstechnologie voor het mkb

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • activiteitenplan: activiteitenplan als bedoeld in artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • arbeidsbeperking: een langdurige lichamelijke, mentale, verstandelijke of zintuiglijke beperking die voor een persoon drempels opwerpt voor het participeren op de arbeidsmarkt;

  • de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • inclusiviteitstechnologie: fysieke of digitale technologie die zich richt op het ondersteunen van personen met een arbeidsbeperking tijdens het werk en bijdraagt aan het compenseren van een functionele beperking op lichamelijk, sociaal of persoonlijk vlak;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • mkb-verklaring: verklaring waarmee een werkgever verklaart een werkgever te zijn als bedoeld in deze regeling;

  • staatssecretaris: de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • werkgever: een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen niet overschrijdt.

Artikel

3

Doel

Het doel van deze regeling is om werkgevers financieel te ondersteunen bij de aanschaf van inclusiviteitstechnologie, om hen te stimuleren om personen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen of personen met een arbeidsbeperking die reeds in dienst zijn beter te ondersteunen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden.

Artikel

4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

5

Subsidiabele kosten

De kosten voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, eerste lid, komen in aanmerking voor subsidie.

Artikel

6

Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    kosten die voortvloeien uit wettelijke verplichtingen of taken;

  • b.

    aan de werkgever in rekening gebrachte btw;

  • c.

    kosten voor activiteiten ingekocht bij de aanvrager zelf;

  • d.

    kosten voor activiteiten ingekocht bij een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieaanvrager;

  • e.

    kosten voor activiteiten ingekocht bij een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook in het bestuur van de subsidieaanvrager zijn vertegenwoordigd;

  • f.

    kosten voor activiteiten ingekocht bij een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager;

  • g.

    kosten voor activiteiten ingekocht bij een organisatie waarin de subsidieaanvrager, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of

  • h.

    kosten gemaakt door een organisatie waarin zich een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.

Artikel

7

Aanvraagtijdvak, subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

8

Hoogte subsidie

Artikel

9

Aanvraag subsidie

Artikel

10

Weigeringsgronden

De staatssecretaris besluit geheel of gedeeltelijk afwijzend op een aanvraag van een werkgever om subsidie voor zover:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen;

  • b.

    de activiteit geen uiting geeft aan het doel van deze regeling;

  • c.

    de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling;

  • d.

    door de toepassing van de de-minimisverordening een bedrag aan subsidie zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening om nog van de-minimissteun te kunnen spreken;

  • e.

    de verstrekking van de subsidie tot gevolg heeft dat het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, tweede lid, wordt overschreden;

  • f.

    de activiteiten reeds vanuit een andere wettelijke regeling worden gefinancierd of gesubsidieerd;

  • g.

    de aanvraag alleen ziet op de activiteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b.

Artikel

11

Subsidieverlening

Artikel

12

Subsidievaststelling

Artikel

13

Intrekking en terugvordering

Artikel

14

Evaluatie

Artikel

15

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2025 en vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor laatstgenoemde datum zijn verstrekt.

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inclusiviteitstechnologie voor het mkb.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel