Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 5 juli 2025, nr. 2025-0000394063, houdende regels met betrekking tot verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten in de Metropoolregio Eindhoven ten behoeve van het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een kwalitatief goede leefomgeving (Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven)

Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • afgebakend projectgebied: gebied dat zich kenmerkt door ten minste twee van de volgende onderdelen:

    • a.

      financiële samenhang;

    • b.

      geografische samenhang; en

    • c.

      organisatorische samenhang;

  • betaalbare koopwoning: voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014;

  • betaalbare woning: sociale huurwoning, middenhuurwoning of betaalbare koopwoning;

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • middenhuurwoning: voor verhuur bestemde zelfstandige woonruimte met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij het puntenaantal, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, met inbegrip van, voor zover van toepassing, de vermeerdering, bedoeld in artikel 8a, vierde lid, van dat besluit;

  • minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

  • MRE-gemeenten: gemeenten die zijn aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven 2024;

  • sociale huurwoning: voor verhuur bestemde zelfstandige woonruimte met een aanvangshuurprijs onder het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;

  • studenteneenheid: woonruimte, niet zijnde een zelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, die is bedoeld voor de huisvesting van studenten;

  • uitkeringsbeschikking: beschikking tot toekenning van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 8, derde lid;

  • Woondeal: Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant, zoals getekend op 9 maart 2023.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel om door middel van een specifieke uitkering aan MRE-gemeenten bij te dragen aan:

  • a.

    het mogelijk maken en versnellen van de bouw van in totaal 17.000 extra zelfstandige woningen in de MRE-gemeenten bovenop de in de Woondeal afgesproken aantallen; en

  • b.

    het realiseren van 2.280 extra studenteneenheden in de MRE-gemeenten.

Hoofdstuk

2

Verstrekken van de specifieke uitkering

Artikel

3

Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt

Artikel

4

Uitkeringsplafond

Artikel

5

Hoogte van de uitkering

De specifieke uitkering bedraagt ten minste € 125.000 en ten hoogste het aantoonbare financiële tekort van een MRE-gemeente op de voor het project noodzakelijke publieke investeringen van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, verminderd met de publieke opbrengsten verbonden aan het project en de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d.

Artikel

6

Aanvraag

Artikel

7

Rangschikking van aanvragen

Artikel

8

Uitkeringsbeschikking

Artikel

9

Afwijzingsgronden

Artikel

10

Verplichtingen voor de ontvanger van de uitkering

Artikel

11

Terugvordering

Hoofdstuk

3

Slotbepalingen

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer

Bijlage

1

behorende bij artikel 7

Beoordelingscriteria en weging

De totaalscore van een aanvraag wordt als volgt bepaald: elk hoofdcriterium krijgt een deelscore op een schaal van 1 tot 10. De totaalscore van een aanvraag is de deelscore noodzaak * 0,3 + deelscore effectiviteit * 0,5 + deelscore efficiëntie * 0,2.

1

Noodzakelijkheid specifieke uitkering

In dit criterium staat de beoordeling van de noodzaak van de aangevraagde specifieke uitkering centraal. Daarbij wordt gekeken naar de realiteit en marktconformiteit van het opgevoerde financiële tekort en de gevraagde bijdrage die daaruit voortkomt. De beoordeling van dit onderdeel omvat in hoeverre daadwerkelijk sprake is van een tekort, hoe goed dit tekort is onderbouwd, of de gehanteerde uitgangspunten passen bij het beleid en marktconform zijn en in welke mate binnen de projectkaders zowel kwalitatief en financieel is geoptimaliseerd.

2

Effectiviteit project

Aan de hand van dit criterium wordt bepaald in hoeverre een project aansluit bij de doelstellingen van de regeling. Daarbij wordt gekeken naar de hardheid van de plannen, zoals de huidige status van het proces, de nog te doorlopen planologische procedures en de mate van zekerheid dat het project bij een positief besluit doorgaat, tijdig van start gaat en voortvarend wordt gerealiseerd. Hiernaast wordt gekeken naar het absolute aantal en relatieve aandeel betaalbare woningen en studenteneenheden binnen het project, de instrumenten die zijn ingezet om de woningen langjarig betaalbaar te houden en de doelgroepen voor wie de woningen bestemd zijn. De inzet van instrumenten, zoals parallel plannen of een (regionale) versnellingstafel kunnen bijdragen aan de haalbaarheid van het project.

3

Efficiëntie project

Op basis van dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre sprake is van een gerichte en doelmatige inzet van financiële middelen. De beoordeling richt zich op de proportionaliteit van de aangevraagde specifieke uitkering ten opzichte van het aantal te realiseren woningen. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de gemiddelde bijdrage per woning, de verhouding tussen de aangevraagde specifieke uitkering en de gemeentelijke bijdrage, alsmede de investeringskosten binnen het project die niet kunnen worden toegerekend.

Schematische weergave beoordelingskader

Weging deelscore

30%

50%

20%

Realiteitsgehalte tekort

Hardheid: zekerheid tijdig realiseren van woningen

Proportionaliteit van de gevraagde bijdrage

Indicatoren

1. De onderbouwing van de kosten van de activiteiten en van de omvang van het financieel tekort.

2. De mate waarin is aangetoond dat alle mogelijkheden tot verhaal zijn uitgeput.

3. De mate waarin het project kwalitatief en financieel is geoptimaliseerd binnen de randvoorwaarden.

1. De planologische status van het project.

2. De stand van zaken rond de consultatie, selectie of overeenkomsten met (markt)partijen.

3. Het moment van start bouw van de laatste woning.

4. De continuïteit van de bouwstroom.

5. De mate waarin is aangetoond dat er voldoende garanties zijn voor het tijdig realiseren van het project waarvoor de bijdrage gevraagd wordt.

1. De gevraagde bijdrage per woning.

2. De gevraagde bijdrage per betaalbare woning of studenteneenheid.

3. De gevraagde bijdrage als % van het financiële tekort.

4. Het financieel tekort als % van de investeringskosten gerelateerd aan het project die niet toerekenbaar zijn, zowel de kosten die wel toerekenbaar zijn, als de kosten die niet toerekenbaar zijn.