Beleidsregel macrobeheersinstrument kortdurende zorg 2026

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel d, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om een grens vast te stellen op grond van artikel 50, tweede lid, van de Wmg.
Gelet op artikel 52, aanhef en onderdeel f, van de Wmg worden grenzen, als bedoeld in artikel 50, tweede lid, Wmg, die uit deze beleidsregel voortvloeien ambtshalve door de NZa vastgesteld.
Gelet op artikel 59, aanhef en onderdeel c, van de Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met een brief van 7 juli 2016, met kenmerk 984908-152560-MC ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven.
Gelet op artikel 59, aanhef en onderdeel c, van de Wmg, heeft de Minister voor Medische Zorg met brieven van 3 juli 2019, met kenmerk 1549124-192760-PZO en van 29 juni 2020, met kenmerk 1708250-207156-PZO, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven.
Gelet op artikel 59, aanhef en onderdeel c, van de Wmg, heeft de Minister voor Medische Zorg met een brief van 4 juni 2021, met kenmerk 2369290-1009887-PZO ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven.
Gelet op artikel 59, aanhef en onderdeel c, van de Wmg, heeft de Minister voor Langdurige Zorg en Sport met brief van 18 mei 2022, met kenmerk 3366568-1028982-PZO, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 18 mei 2022 en heeft als kenmerk 3366568-1028982-PZo.
Gelet op artikel 59, aanhef en onder c, van de Wmg, heeft de Minister voor Langdurige Zorg en Sport met brief van 23 juni 2023, met kenmerk 3599781-1048828-PZo, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 23 juni 2023 en heeft als kenmerk 3599781-1048828-PZo.
Gelet op artikel 59, aanhef en onder c, van de Wmg, heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met een brief van 13 maart 2025, met kenmerk 4063416-1079243-PZO, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 13 maart 2025 en heeft als kenmerk 4063416-1079243-PZO.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

  • a.

    Algemene begripsbepalingen

  • b.

    Begripsbepalingen Zvw

    • eerstelijnsverblijf (elv): zorg als bedoeld in artikel 2.12 van het Besluit Zorgverzekering, voor zover het gaat om verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.

    • Geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (gzsp): generalistische geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen in de eerstelijn bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).

    • geriatrische revalidatiezorg (grz): zorg als bedoeld in artikel 2.5c van het Besluit zorgverzekering.

    • kortdurende zorg:

      • elv en psychologische zorg binnen elv;

      • grz

      • gzsp;

      • zorg onder de Wzd.

    • psychologische zorg binnen elv: zorg verleend door gedragsdeskundigen aan patiënten tijdens het elv, passende bij de elv-indicatie, op verzoek van de huisarts of specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapten. Deze zorg valt onder de Zvw-prestatie ‘zorg zoals klinisch psychologen die plegen te bieden’, en wordt geleverd aan patiënten met (een vermoeden van) gedragsmatige en/of cognitieve problematiek, en niet zijnde (specialistische) geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. De zorgverlener moet bevoegd en bekwaam zijn om de zorg voor patiënten met gedragsmatige en/of cognitieve problematiek te leveren.

    • Zorg onder de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Zorg onder de Wzd): de zorg zoals omschreven in de Wzd die omvat:

      en als omschreven in de Beleidsregel Wet zorg en dwang.

  • c.

    Begripsbepalingen prestaties

    • DBC: Diagnose Behandeling Combinatie. Een DBC omvat het traject dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een grz-aanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De DBC vormt de basis voor de declaratie van deze geleverde zorg.

    • prestaties elv: de prestaties als omschreven in artikel 4 van de Beleidsregel eerstelijnsverblijf of de prestaties als omschreven in artikel 4 van de Beleidsregel experiment revalidatie- en herstelzorg voor zover het gaat om prestaties die de aanspraak elv volgen.

    • prestaties grz: de prestaties als omschreven in artikel 4 van de Beleidsregel experiment revalidatie- en herstelzorg voor zover het gaat om prestaties die de aanspraak grz volgen.

    • prestaties gzsp: de prestaties als omschreven in artikel 4 van de Beleidsregel geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen.

    • prestaties onder de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (prestaties Wzd): de prestaties zoals opgenomen in artikel 4 van de Beleidsregel wet zorg en dwang.

  • d.

    Begripsbepaling gerealiseerde omzet

    • gerealiseerde omzet kortdurende zorg:

      • gerealiseerde omzet elv: De omzet in kalenderjaar t verkregen uit declaratie van de prestaties elv die uiterlijk 1 december jaar t+1 zijn gehonoreerd, inclusief de correcties volgend uit de materiële controles tot 1 december jaar t+1;

      • gerealiseerde omzet grz: DBC’s of prestaties grz die in kalenderjaar t worden geopend en uiterlijk 1 december jaar t+1 zijn gehonoreerd, inclusief de correcties volgend uit de materiële controles tot 1 december jaar t+1;

      • gerealiseerde omzet gzsp: De omzet in kalenderjaar t verkregen uit declaratie van de prestaties gzsp die uiterlijk 1 december jaar t+1 zijn gehonoreerd, inclusief de correcties volgend uit de materiële controles tot 1 december jaar t+1;

      • gerealiseerde omzet Wzd: de omzet in kalenderjaar t verkregen uit declaratie van de prestaties Wzd die uiterlijk 1 december jaar t+1 zijn gehonoreerd, inclusief de correcties volgend uit de materiële controles tot 1 december jaar t+1.

Artikel

2

Doel van de beleidsregel

Doel van deze beleidsregel is vastlegging van de wijze waarop de NZa ontstane overschrijdingen van het Budgettair kader zorg betrekking hebbend op de kortdurende zorg met behulp van een macrobeheersinstrument achteraf redresseert.

Artikel

3

Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op zorgaanbieders die:

Deze beleidsregel is mede van toepassing op de zorg onder de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten zoals omschreven in artikel 1 van deze beleidsregel.

Artikel

4

Grenzen

Artikel

5

Macrobeheersinstrument

Artikel

7

Bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel

Inwerkingtreding / Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst.

De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als:

Beleidsregel macrobeheersinstrument kortdurende zorg 2026.