Regeling erkenning leerbedrijven SBB

Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van SBB op 26 juni 2025 en conform lid 6 van artikel 1.5.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) goedgekeurd door de Minister van OCW op 15 juli 2025.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Doel

Uitsluitend bedrijven en organisaties in binnen- en buitenland die voldoen aan de bepalingen in deze regeling en die door SBB als zodanig zijn erkend, zijn bevoegd om op te treden als leerbedrijf1SBB kan de toetsing van buitenlandse bedrijven op de geschiktheid als leerbedrijf overlaten aan buitenlandse partnerorganisaties. Deze partnerorganisaties dienen te beschikken over een goede systematiek voor het erkennen van leerbedrijven en SBB kan aantonen dat deze systematiek dekkend is voor de wettelijke erkenningseisen..

Artikel

3

Verzoek tot erkenning

Artikel

4

Beoordeling van het verzoek

Artikel

5

Voorwaarden voor erkenning

Het bedrijf of de organisatie wordt geacht:

  • 1.

    een goede leerplaats en werkzaamheden binnen de eigen arbeidsorganisatie te bieden die behoren tot de werkprocessen van het beroep waarvoor de student wordt opgeleid;

  • 2.

    voor iedere student een goede leerplaats in (sociaal) veilige omstandigheden beschikbaar te hebben2De leerplaats dient te voldoen aan de wettelijke eisen voor veiligheid en is gevrijwaard van omstandigheden waardoor de persoonlijke belangen van een student kunnen worden geschaad, waaronder in elk geval maar niet uitsluitend begrepen: omstandigheden waarbij sprake is van (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie, pesten en/of geweld. De werkgever spant zich in omstandigheden waarbij arbeids-, gezondheids-, milieu- en veiligheidsrisico’s optreden te voorkomen.;

  • 3.

    voldoende en deskundige begeleiding te bieden gericht op de student. Om de begeleiding van de student te kunnen verzorgen, heeft de praktijkopleider aantoonbaar (diploma, certificaat of ervaring) de deskundigheid en/of het vakinhoudelijk niveau dat minimaal gelijkwaardig is aan de opleiding van de student. Het leerbedrijf benoemt en faciliteert een deskundige praktijkopleider3De praktijkopleider wordt ook wel aangeduid als o.a. leermeester, werkbegeleider of stageopleider. De praktijkopleider kan bepaalde taken in goede afstemming ook delegeren aan een collega praktijkopleider of werkbegeleider met de juiste competenties. Ook in een cluster van leerbedrijven of samenwerkingsverband. De eindverantwoordelijkheid voor de begeleiding en opleiding in de beroepspraktijk blijft bij de praktijkopleider.. Het profiel voor praktijkopleider wordt hierbij als maatstaf genomen (bijlage 1);

  • 4.

    bereid te zijn tot samenwerking met de onderwijsinstelling en SBB en verstrekt daartoe de benodigde informatie;

  • 5.

    akkoord te gaan met de vermelding van de bedrijfs- en contactgegevens in het openbaar register leerbedrijven. Er kan sprake zijn van een onderbouwd verzoek tot uitzondering van vermelding in het openbaar register in het kader van de veiligheid van medewerkers van het leerbedrijf en/of de student. Hierbij worden de adresgegevens niet vermeld. De beoordeling om deze uitzondering toe te passen ligt bij SBB.

De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld, kunnen afhankelijk zijn van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend (bijlage 2).

Artikel

5a

Aanvullende voorwaarden collectieve leerbedrijven

Artikel

5b

Aanvullende voorwaarden vmbo

Artikel

5c

Aanvullende voorwaarden pro/vso

Artikel

6

Verlenen van de erkenning

Artikel

7

Herbeoordelen van de erkenning

Artikel

8

Intrekken van de erkenning

Artikel

9

Dienstverlening

Het leerbedrijf ontvangt ondersteuning van SBB bij het vervullen van de rol als leerbedrijf. Ondersteuning is gericht op het verhogen van de kwaliteit van de leeromgeving en van het praktijkleren.

Artikel

10

Bezwaar

Indien de erkenning geweigerd, geschorst of ingetrokken wordt kan het bedrijf of de organisatie tegen de beslissing als bedoeld in de artikelen 6 lid 1 en 8 lid 1 en 3 binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing bezwaar maken bij SBB. Op de bezwaarprocedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel

11

Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist SBB.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Artikel

13

Wijzigingen

Wijzigingen in de regeling worden vastgesteld door het bestuur van SBB en ter goedkeuring aangeboden aan de Minister van OCW.

Bijlage

2.1

– Model profiel praktijkopleider

De praktijkopleider werkt in een (leer)bedrijf dat door SBB is erkend. Hij5Daar waar in de tekst hij/hem staat wordt ook zij/haar/hen/hun bedoeld. leidt de student6Het begrip ‘student’ dient hier breed geïnterpreteerd te worden. Het kan een jongere zijn die voor het eerst een pro-, vso-, vmbo- of mbo-opleiding volgt (initieel onderwijs), maar ook iemand die bijvoorbeeld voor om- of bijscholing een (deel van een) mbo-opleiding volgt (post-initieel onderwijs). in de praktijk op. De praktijkopleider is het aanspreekpunt voor de student en maakt deze wegwijs in de dagelijkse praktijk.

De praktijkopleider leidt de student op en organiseert zijn leeractiviteiten. De praktijkopleider zorgt daarbij voor een zo goed mogelijke leeromgeving. De student krijgt een werkplek waar zoveel mogelijk (dagelijkse) praktijksituaties voorkomen die deze ook zal tegenkomen in het beroep waarvoor wordt opgeleid.

De praktijkopleider heeft een begeleidende en opleidende rol, heeft aandacht voor de student en stuurt deze (bij) als dat nodig is. De praktijkopleider brengt vakkennis en -vaardigheden over en stimuleert de student om zich verantwoordelijk te voelen voor diens leerproces en functioneren als medewerker. De praktijkopleider motiveert de student en stemt de begeleiding op deze af. Ook let de praktijkopleider op de concrete voortgang van het leerproces van de student.

De praktijkopleider zorgt voor een (sociaal) veilige leeromgeving voor de student. Hij zorgt dat de student instructie rondom veilig werken krijgt en uitvoert, zoals vastgelegd in de wettelijke eisen en Arbowetgeving over veiligheid. De praktijkopleider geeft het goede voorbeeld.

Verantwoordelijkheidsgevoel, organisatietalent en het gevoel om met mensen te werken zijn onmisbaar voor een praktijkopleider. Naast het contact met de student onderhoudt de praktijkopleider contact met de bpv-begeleider (de begeleider van de student vanuit de opleiding/school) en de adviseur praktijkleren van SBB.

De adviseur praktijkleren van SBB adviseert de praktijkopleider over diens rol tijdens de stageperiode. Verder is de adviseur praktijkleren klankbord voor de praktijkopleider als het gaat om de invulling van diens rol. Ook helpt de adviseur praktijkleren de praktijkopleider bij het promoten van het opleiden in de praktijk en het stagebeleid in het leerbedrijf.

Overzicht kerntaken en werkprocessen

  • 1.

    Organiseert het leerproces van de student in de praktijk

    • 1.1.

      Voert met de student het selectiegesprek

    • 1.2.

      Maakt een inwerkprogramma

    • 1.3.

      Stelt de beginsituatie en leerbehoefte van de student vast

    • 1.4.

      Bepaalt in overleg met de student de leeractiviteiten

    • 1.5.

      Stelt een praktijkleerplan op

    • 1.6.

      Onderhoudt contacten met de bpv-begeleider van school en de adviseur praktijkleren van SBB

  • 2.

    Leidt de student op in de praktijk

    • 2.1

      Leidt de student op de werkvloer op

    • 2.2

      Bewaakt en stuurt het leerproces van de student

    • 2.3

      Voert begeleidings- of voortgangsgesprekken met de student

    • 2.4

      Beoordeelt de voortgang in het leerproces van de student

    • 2.5

      Evalueert de bpv-periode

Voor de praktijkopleider zijn de volgende competenties van belang:

Aansturen

  • Stemt de manier van opleiden af op de taakvolwassenheid en leerstijl van de student

  • Houdt in de gaten of de student functioneert volgens de gemaakte afspraken en geeft duidelijke instructies als de student niet aan de verwachting (dreigt) te voldoen

Begeleiden

  • Stimuleert en coacht de student

  • Geeft de student heldere en constructieve feedback

  • Motiveert de student door hem in meer of mindere mate sociaal-emotioneel te ondersteunen

Beslissen en activiteiten initiëren

  • Beslist of de student voortgang boekt in diens leerproces

  • Bepaalt op welke gebieden de student zich moet ontwikkelen

Instructies en procedures volgen

  • Werkt bij het beoordelen van de voortgang van de student met toetsinstrumenten en volgens bijbehorende procedures, zodat de student een objectieve en valide beoordeling krijgt

Leren

  • Evalueert de bpv-periode om verbeterpunten te signaleren en om die punten te verbeteren

Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten

  • Vraagt de student wat deze wil leren tijdens de beroepspraktijkvorming en haakt daar op in

Plannen en organiseren

  • Maakt in een gesprek helder welke leerdoelen behaald moeten worden

  • Plant leeractiviteiten van de student

  • Volgt de voortgang van het leerproces

  • Besluit wanneer hij moet ingrijpen in het leerproces

Samenwerken en overleggen

  • Toont interesse in de student door te luisteren, vragen te stellen en de student te observeren

  • Bespreekt, na eventuele raadpleging van anderen, zijn observaties met de student

  • Stimuleert de student mee te denken over de verdere invulling van diens leerproces

  • Luistert naar adviezen van de bpv-begeleider van school en adviseur praktijkleren van SBB en geeft aan wat die met de adviezen doet

Vakdeskundigheid toepassen

  • Legt uit hoe zaken werken, doet dit voor of laat de student nadenken over vakspecialistische zaken

  • Gebruikt diens vakkennis om de student te beoordelen

  • Bekijkt informatie van het opleidingsinstituut, de wensen van de student en de mogelijkheden binnen het leerbedrijf om na te gaan op welke manier de leerdoelen behaald kunnen worden

  • Observeert de student aan de hand van de beoordelingscriteria en geeft een waardering aan deze observaties.

Bijlage

2.2

– Sectorale aanvullingen erkenningsregeling leerbedrijven

Onderwijs en bedrijfsleven in de besturen van de kenniscentra hebben voor 1 augustus 2015 voor leerbedrijven sectorale aanvullingen vastgesteld. Deze aanvullende bepalingen zijn door het bestuur van SBB overgenomen bij de vaststelling van de erkenningsregeling voor leerbedrijven van SBB en geactualiseerd op 26 juni 2025. De volgende sectorale aanvullingen voor leerbedrijven zijn van toepassing vanaf 1 augustus 2025:

Sectorale aanvullingen voor erkenning m.b.t. voldoende en deskundige begeleiding7SBB beheert de lijst met de relevante crebo’s per sectorale aanvulling

(Artikel 5. Lid 3)

Zakelijke

dienstverlening en veiligheid

Praktijkopleiders dienen hun begeleidings- en beoordelingscompetenties (mede) te hebben verworven, of alsnog binnen een afgesproken termijn te verwerven door het volgen van een ten behoeve van de sector ontwikkelde en verzorgde training.1

A

Techniek en gebouwde omgeving

De praktijkopleider is door aantoonbare scholing voorbereid op de rol als praktijkopleider in de bouw en infra, waarbij expliciet aandacht is voor het begeleiden en beoordelen van studenten in wisselende teams, op wisselende werkplekken met nadruk op veiligheid. De praktijkopleider houdt de deskundigheid als praktijkopleider

- gericht op begeleiding en beoordeling van studenten in wisselende teams, op wisselende werkplekken met nadruk op veiligheid – bij door middel van nascholing,

intervisie of anderszins. Hiertoe houdt deze een portfolio bij.1

B

Voedsel, groen en gastvrijheid

De praktijkopleider kan aantoonbaar (diploma, certificaat) de begeleiding van de student verzorgen.1

C

1 SBB beheert de lijst met de relevante crebo’s per sectorale aanvulling

Sectorale aanvullingen m.b.t aanvullende (wettelijke) eisen

Zakelijke dienstverlening en veiligheid

Het leerbedrijf is op basis van de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureau een toegelaten particuliere beveiligingsorganisatie in Nederland die beschikt over een geldige ND, BD of PGW vergunning van de Dienst Justis of voert op basis van andere Nederlandse wet-of regelgeving in het Koninkrijk der Nederlanden beveiligingswerk uit. Deze geldige vergunning (c.q. het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden) moet tenminste 1 jaar voorafgaand aan aanvraag voor de erkenning als leerbedrijf zijn ingegaan.

Toegelaten particuliere alarmcentrales en particuliere videotoezichtcentrales kunnen opleiden voor één van de mbo-beveiligingskwalificaties als zij ook de alarmopvolging in eigen beheer afhandelen en hiervoor vergunning hebben van de Dienst Justis.

Een zzp’er kan alleen worden erkend als leerbedrijf als wordt beschikt over een geldig legitimatiebewijs particuliere beveiliging op eigen naam en afgegeven op de eigen organisatie.

In afwijking van art. 3 lid 2 van het erkenningsreglement SBB waarborgt een leerbedrijf voor de MBO kwalificaties beveiliger dat alle kerntaken en werkprocessen tijdens de BPV volledig kunnen worden geleerd in de beroepspraktijk. Het leerbedrijf dat is toegelaten als particuliere beveiligingsorganisatie met een ND vergunning is aantoonbaar voor tenminste 2 verschillende opdrachtgevers eindverantwoordelijkheid voor de beveiliging.

Praktijkopleiders dienen hun begeleidings- en beoordelingsvaardigheden (mede) te hebben verworven en te behouden door het volgen van ten behoeve van de sector ontwikkelde en verzorgde praktijkopleiders-trainingen.

Een organisatie die meer dan twee aspirant beveiligers tegelijkertijd opleidt in de beroepspraktijk beschikt over minimaal twee gecertificeerde praktijkopleiders.

De praktijkopleider is opgeleid als beveiliger (of coördinator beveiliger) of gelijkwaardig conform de bepalingen uit de RPBR (art. 5 lid 6) en heeft operationele ervaring in beveiligingswerk.

I

Tabel 2. Overzicht sectorale voorwaarden aanvullende (wettelijke) eisen