Beleidsregel budgettair kader Wlz 2026

Grondslag
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.
Gelet op artikel 49e, zevende lid, van de Wmg verdeelt de NZa het door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vastgestelde bedrag dat beschikbaar is voor het verlenen van zorg in natura (zin) over de (zorgkantoor)regio’s als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg.
Gelet op artikel 49e, zesde lid, van de Wmg informeert de NZa de Minister van VWS over relevante ontwikkelingen met betrekking tot de in dat artikel bedoelde landelijke bedragen voor zin, alsmede de regionale bedragen voor de verstrekking van persoonsgebonden budgetten (pgb) en voor de overige uitvoeringskosten.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

  • basisbudget:

    Wlz-kader, stand kader 2025, zoals opgenomen in de Meerjarige voorlopige kaderbrief Wlz 2026 van 10 juli 2025 (kenmerk 4154805-1085543-LZ) (De structurele overhevelingen die tot 1 oktober 2025 zijn gedaan, zijn hierin meegenomen. Incidentele overhevelingen worden niet meegenomen in het basisbudget.

  • bruteringseffect:

    het effect dat ontstaat wanneer middelen worden overgeheveld van zin naar pgb en andersom, of van overige uitvoeringskosten naar pgb. Hierbij wordt rekening gehouden met een gemiddelde onderuitputting van het pgb-subsidieplafond van 14%. Bij overhevelingen binnen het pgb-subsidieplafond, binnen de contracteerruimte, binnen de overige uitvoeringskosten of van overige uitvoeringskosten naar zin is deze brutering niet van toepassing.

  • budgettair kader Wlz:

    het totale financiële kader dat de Minister van VWS bij ministeriële regeling vaststelt op grond van artikel 49e, eerste lid, van de Wmg. Het kader heeft betrekking op zin als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wlz, de verstrekking van pgb zoals bedoeld in dat artikel en op de overige uitvoeringskosten, en is beschikbaar is voor Wlz-uitvoerders/zorgkantoren.

  • contracteerruimte:

    het totale financiële kader dat de Minister van VWS bij ministeriële regeling vaststelt op grond van artikel 49, derde lid, onderdeel a van de Wmg, en beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders om zin te contracteren bij zorgaanbieders. Dit kader bestaat uit niet-geoormerkte middelen (artikel 4) en geoormerkte middelen (artikel 8).

  • gehonoreerde productieafspraak:

    De productieafspraak (i) verminderd met de door de NZa verwerkte financiële korting(en) die per zorgaanbieder is/zijn doorgevoerd als gevolg van overschrijding van reguliere en/of geoormerkte contracteerruimte en (ii) aangepast in verband met de verdere toetsing van de productieafspraak aan de beleidsregels en regelingen van de NZa.

  • maximaal beschikbare bedrag persoonsgebonden budgetten:

    het totale financiële kader dat beschikbaar is voor zorgkantoren voor de verlening van persoonsgebonden budgetten.

  • netto kader:

    financieel beschikbare kader, waarbij gecorrigeerd is voor de bruteringseffecten. De middelen die beschikbaar zijn voor pgb zijn vermenigvuldigd met 86% en worden opgeteld bij de middelen voor zin om tot een netto kader te komen.

  • overige uitvoeringskosten

    het beschikbare financiële kader dat de Minister van VWS bij ministeriële regeling vaststelt op grond van artikel 49e, derde lid, onderdeel c van de Wmg, waarmee zorgkantoren de inkoop kunnen bekostigen van cliëntondersteuning en van preventieve maatregelen zoals beschreven in artikel 4.2.4, vijfde respectievelijk zesde lid van de Wlz, alsook de inkoop van cliëntondersteuning en de cliëntenvertrouwenspersoon, zoals opgenomen in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel c respectievelijk d, van de Wlz.

  • persoonsgebonden budget:

    een subsidie van een zorgkantoor waarmee de verzekerde onder de bij of krachtens artikel 3.3.3 van de Wlz en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen.

  • productieafspraak:

    het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde.

  • regiobudget:

    budget dat een zorgkantoor toegewezen krijgt om in de betreffende regio de zorg in te kopen,pgb’s toe te kennen en de overige uitvoeringskosten te bekostigen.

  • tweezijdige aanvragen; eenzijdige aanvragen:

    waar in deze beleidsregel wordt gesproken van een tweezijdige aanvraag, bedoelt de NZa dat:

    • zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder gezamenlijk eensluidend indienen; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming;

    • zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder ieder afzonderlijk indienen en de indieningen eensluidend zijn; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming.

    Indieningen anders dan tweezijdig beschouwt de NZa als eenzijdig.

  • verdeelmodel Wlz1In de technische bijlage bij de beleidsregel worden het verdeelmodel Wlz en het flankerend beleid in detail beschreven.:

    verdeelsleutel waarbij de gemiddelde uitstaande indicaties met peilmoment 1 mei t-2, 1 juni t-2, 1 juli t-2, 1 augustus t-2, 1 september t-2, 1 oktober t-2, 1 november t-2, 1 december t-2, 1 januari t-1, 1 februari t-1, 1 maart t-1, 1 april t-1 per zorgkantoorregio worden gewogen voor zorgzwaarte door de uitstaande indicaties te vermenigvuldigen met de waarde van de bijbehorende zorgprofielen. De waarde van de zorgprofielen wordt gebaseerd op de gerealiseerde productie van 2024 die naar prijspeil 2026 is gebracht. Tevens wordt rekening gehouden met de verzilvering van de uitstaande indicaties. De uitkomst van het verdeelmodel Wlz leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio dat als verdeelsleutel wordt gebruikt voor de verdeling van het netto budgettair kader over de regio’s (zie artikel 5).

  • flankerend beleid2In de technische bijlage bij de beleidsregel worden het verdeelmodel Wlz en het flankerend beleid in detail beschreven. regeling waarbij negatieve modeleffecten gemaximeerd worden op 0,5% per jaar.

    Allereerst wordt vastgesteld of het toepassen van flankerend beleid noodzakelijk is. Hiertoe wordt middels een parallelle doorrekening de uitkomst van het verdeelmodel in jaar t met alle modelaanpassingen vergeleken met de uitkomst van het verdeelmodel in jaar t zonder modelaanpassingen. Als de daling in absoluut bedrag voor een zorgkantoorhouder groter dan 0,5% is, dan is er noodzaak voor het toepassen van flankerend beleid.

    Als flankerend beleid op basis van modelaanpassingen noodzakelijk is, compenseert het model zorgkantoorhouders met een negatief effect lager dan -0,5% door evenredig budget te minderen bij de andere zorgkantoorhouders. De bijdrage aan het flankerend beleid wordt bepaald o.b.v. de delta tussen de grenswaarde voor flankerend beleid en de uitkomst van het verdeelmodel in jaar t met alle modelaanpassingen.

  • Wlz-uitvoerdersbudget:

    som van de regiobudgetten van de regio’s waarvoor een Wlz-uitvoerder op grond van het Besluit aanwijzing zorgkantoren is aangewezen als zorgkantoor.

  • Wlz-uitvoerder:

    de rechtspersoon die geen zorgverzekeraar is en die zich overeenkomstig artikel 4.1.1 van de Wlz heeft aangemeld voor de uitvoering van die wet, daaronder begrepen de met toepassing van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen Wlz-uitvoerder.

  • zin:

    zorg in natura is de door een zorgkantoor gecontracteerde zorg ten behoeve van Wlz-cliënten.

  • zorgaanbieder zonder initiële budgetafspraken:

    een nieuwe zorgaanbieder die na 15 november 2025 een overeenkomst sluit met een zorgkantoor en zorg wil leveren in 2026.

  • zorgkantoor:

    een ingevolge artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder. Het zorgkantoor is voor alle verzekerden die wonen in de regio waarvoor hij is aangewezen, belast met de verstrekking van het pgb, alsmede met de administratie of controle van de aan die verzekerden verleende zorg.

  • zorgkantoorhouder:

    Wlz-uitvoerder die voor één of meer regio’s is aangewezen als zorgkantoor.

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en die niet hierboven worden vermeld, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Artikel

2

Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om de regionale verdeling van de contracteerruimte vast te stellen,waarbinnen de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren voor het jaar 2026 zorg in natura kunnen contracteren. Daarnaast wordt in deze beleidsregel, op grond van artilkel 49e, lid 6 van de Wmg, de informerende rol van de NZa richting de Minister vastgelegd ten aanzien van de in dat artikel bedoelde landelijke bedragen voor zin, alsmede de regionale bedragen voor pgb en voor de overige uitvoeringskosten. Verder geeft deze beleidsregel aan op welke manier middelen overgeheveld kunnen worden tussen de verschillende financiële kaders. Tot slot geeft deze beleidsregel aan op welke wijze de verwerking van de gemaakte productieafspraken in de budgetronde en herschikkingsronde in de budgetten van de zorgaanbieders plaatsvindt.

Artikel

3

Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.

Artikel

4

Toedeling en opbouw budgettair kader 2026

Artikel

5

Verdeling budgettair kader zin en pgb over de regio’s

Het in artikel 4, derde lid beschreven Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.

  • 1.

    Verdeling netto Wlz kader 2026

    • a.

      Eerst wordt het voorlopige pgb kader verdeeld over de regio’s door het procentuele aandeel in het bruto pgb kader 2025 (exclusief incidentele middelen en incidentele overhevelingen) van 15 juni 2025 te vermenigvuldigen met 97% van het voorlopige pgb kader 2026. Het voorlopige pgb kader 2026 wordt gebaseerd op basis van de Meerjarige voorlopige kaderbrief 2026-2030 van 10 juli 2025 (kenmerk 4154805-1085543-LZ).

      Vervolgens wordt de voorlopige contracteerruimte verdeeld over de regio’s door het regiobudget 2026 te verminderen met 0.86 maal voorlopige pgb kader. Het regiobudget 2026 bestaat uit het procentuele aandeel in het bruto Wlz kader 2025 (exclusief incidentele middelen en incidentele overhevelingen), vermenigvuldigd met 97% van het geschoonde Wlz kader 2026. Het geschoonde Wlz kader 2026 is het voorlopige netto Wlz kader 2026 exclusief herverdelingsmiddelen. Het voorlopige netto Wlz kader 2026 wordt gebaseerd op basis van de Meerjarige voorlopige kaderbrief 2026-2030 van 10 juli 2025.

    • b.

      Bij de definitieve verdeling (oktober 2025) wordt de verdeling volgens lid 1 onder a gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. Hiertoe worden de volgende stappen doorlopen:

      • 1.

        Op het netto Wlz-kader 2026 wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast3In de technische bijlage bij de beleidsregel wordt het verdeelmodel Wlz en het flankerend beleid in detail beschreven. Het netto Wlz kader 2026 wordt gebaseerd op basis van de Definitieve kaderbrief Wlz 2026. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.

      • 2.

        De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder.

      • 3.

        Het netto kader Wlz 2026 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.

  • 2.

    Herverdelingsmiddelen 2026

    Er is € 380 miljoen beschikbaar aan herverdelingsmiddelen 2026. De NZa zal de Minister van VWS in 2026 informeren over de ontwikkelingen in het licht van de toereikendheid van het kader. Deze middelen worden zo nodig ingezet om budgettaire knelpunten in 2026 op te lossen.

    Indien er in 2026 herverdelingsmiddelen ter beschikking komen, wordt van deze herverdelingsmiddelen € 11 miljoen apart gehouden tot 1 september 2026. Deze middelen zijn bedoeld voor tekorten die leiden tot schrijnende gevallen in geval van absolute krimp van budget bij een zorgkantoor4In de technische bijlage bij de beleidsregel wordt dit beschreven..

Artikel

6

Toedeling budgettair kader naar zin, pgb

De uitkomst van artikel 5, eerste lid onder b, stap 1 t/m 3 is een netto kader per regio.

Om aan te sluiten bij de kaderbrief wordt dit netto kader gebruteerd door de NZa en verdeeld over de contracteerruimte voor zin, het pgb-kader.

Eerst wordt het macro pgb kader verdeeld over de regio’s. Hiervoor wordt, per regio, het regionale pgb kader gedeeld door het macro pgb kader, om de procentuele verdeling te bepalen. Het betreft hier het regionale pgb kader en het macro pgb kader van jaar t-1 op peilmoment 15 september t-1. Deze verdeling wordt vermenigvuldigd met het bruto pgb kader van jaar 2026. Vervolgens wordt de contracteerruimte voor zin bepaald door het netto kader te verminderen met 0,86 maal het toegekende pgb kader.

Vervolgens kunnen Wlz-uitvoerders tot 15 november jaar t-1 aangeven of zij deze initiële verdeling willen aanpassen. Na 15 november jaar t-1 kan overgeheveld worden conform de systematiek van artikel 9 en 10. Bij verschuivingen tussen zin en pgb en van overige uitvoeringskosten naar pgb neemt de NZa de bruteringsregels in acht. De NZa stelt hiervoor een format beschikbaar.

Het totale kader, de beschikbare contracteerruimte en de verdeling van de pgb-middelen naar de verschillende regios wordt opgenomen in de Regeling langdurige zorg.

Artikel

7

NZa informeert Minister over verdeling budgettair kader overige uitvoeringskosten

Op basis van artikel 49e lid 5 en 6, van de Wmg informeert de NZa de Minister van VWS over de verdeling van de overige uitvoeringskosten over de regio’s. Die verdeling kan de Minister vaststellen in de Regeling langdurige zorg.

Het kader voor overige uitvoeringskosten wordt niet verdeeld over de regio’s door middel van het in deze beleidsregel beschreven verdeelmodel zin en pgb, alsmede flankerend beleid (artikel 4, derde lid, artikel 5 en 6). Wel gaat de NZa voor de overige uitvoeringskosten 2026 uit van een verdeling naar rato van de verdeling van de contracteerruimte zin 2026, zoals vastgesteld op 31 oktober 2025.

De NZa zal deze verdeling heroverwegen na een advies hierover van de Wlz-uitvoerders (Zorgverzekeraars Nederland). De NZa zal de Minister en de Wlz-uitvoerders informeren uiterlijk op 31 oktober 2025.

Na 15 november jaar t-1 kan overgeheveld worden conform de systematiek van artikel 10.

Artikel

8

Geoormerkte middelen innovatie

Binnen de contracteerruimte als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel, zijn geoormerkte middelen voor innovatie beschikbaar.

Voor de bekostiging van innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties is landelijk € 20 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt niet verdeeld over de regio’s overeenkomstig de in deze beleidsregel beschreven verdeelmodel zin en pgb, alsmede flankerend beleid (artikel 4, derde lid, artikel 5 en 6), maar over zorgaanbieders en zorgkantoren via de aanvraagprocedure zoals beschreven in de Beleidsregel innovatie voor kleinschalige experimenten.

Artikel

9

Overhevelingen tussen regio’s

Artikel

10

Overheveling in een regio

Artikel

11

Overheveling tussen Wlz en Zvw (in de ggz-sector)

Het is mogelijk om middelen over te hevelen van de Wlz naar de Zvw en andersom. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in de Beleidsregel overheveling ggz budget Wlz-Zvw. De Minister van VWS stelt het budgettair kader vast in de Regeling langdurge zorg. Dit betekent dat de overhevelingen pas doorwerken in de regionale contracteerruimte(n) als het vastgestelde kader daadwerkelijk is aangepast door VWS.

Artikel

12

Algemene verwerking budgetaanvragen 2026 zin

Artikel

13

Beslismodel

In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven van welke productieafspraak de NZa uitgaat voor de toetsing van de afspraak aan de beschikbare contracteerruimte exclusief geoormerkte middelen.

Hoe de NZa omgaat met aanpassingen van de eerder vastgestelde gehonoreerde productieafspraak wordt in het tweede lid van dit artikel aangegeven.

  • 1.

    Productieafspraak

    • Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak aan elkaar gelijk zijn, gaat de NZa uit van de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak.

    • Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak niet aan elkaar gelijk zijn gaat de NZa uit van de laagste productieafspraak.

    • Als één of beide partijen geen productieafspraak aanvraagt, gaat de NZa uit van het feit dat de productieafspraak nul is.

  • 2.

    Aanpassing gehonoreerde productieafspraak (vastgestelde productieafspraak)

    Wanneer in de budgetronde met betrekking tot jaar t, onder toepassing van artikel 12, eerste lid van deze beleidsregel, een productieafspraak met betrekking tot een bepaalde aanvraag is vastgesteld door de NZa, zal de NZa de vastgestelde productieafspraak in de herschikkingsronde alleen aanpassen als daartoe een tweezijdige aanvraag wordt ingediend.

    Tweezijdige indiening is van belang om de volgende redenen. In het stelsel van zorginkoop en zorgverkoop is het van belang dat zorgkantoor/Wlz-uitvoerder en zorgaanbieder overeenstemming hebben over relevante factoren. Ook is het van belang dat geen onzekerheid ontstaat over welk bedrag ten laste van de contracteerruimte kan worden gebracht. Verder is het voor partijen en de NZa belastend om een beslisprocedure opnieuw over een eenzelfde jaar te moeten doorlopen.

    Indien een eenzijdige aanvraag voor aanpassing van de gehonoreerde productieafspraak wordt ingediend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder om de aanvraag mede te ondertekenen. Een eenzijdige aanvraag wijst de NZa af tenzij de NZa de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder kennelijk onredelijk acht. De NZa wijst een eenzijdige aanvraag niet af indien zich één van de volgende situaties voordoet:

    • De eerder gehonoreerde productieafspraak (budgetronde) is geen reële productieafspraak: In dat geval wordt, indien de realisatie van het eerste half jaar hoger is dan de gehele productieafspraak, bij afhandeling van een eenzijdige aanvraag in de herschikkingsronde uitgegaan van 85% van de naar een heel jaar geëxtrapoleerde realisatie van het eerste half jaar. Hierop geldt de volgende uitzondering: Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak niet aan elkaar gelijk zijn, gaat de NZa uit van de laagste productieafspraak als deze hoger is dan 85% van de naar een heel jaar geëxtrapoleerde realisatie van het eerste half jaar.

    • Er worden twee eenzijdige, niet aan elkaar gelijk zijnde aanvragen ingediend. De eerder gehonoreerde productieafspraak (budgetronde) is een reële productieafspraak. Deze gehonoreerde productieafspraakligt lager dan de bij de herschikkingsronde eenzijdig aangevraagde productieafspraken. De NZa gaat in dat geval bij de herschikking uit van de laagst aangevraagde productieafspraak van de herschikkingsronde als deze hoger ligt dan de eerder gehonoreerde productieafspraak.

    Indien één eenzijdige aanvraag wordt ingediend, waarbij sprake is van een door de rechter uitgesproken faillissement van de zorgaanbieder, vergewist de NZa zich van de grondslag van weigering van het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder of zorgaanbieder/curator om de aanvraag mede te ondertekenen. Een eenzijdige aanpassing van de gehonoreerde productieafspraak in geval van faillissement is mogelijk. De NZa volgt in dat geval de enige eenzijdige opgave, ingediend door de zorgaanbieder/curator dan wel door zorgkantoor/Wlz-uitvoerder.

    Indien er sprake is van twee eenzijdige verzoeken tot aanpassing van de productieafspraak, waarbij sprake is van een door de rechter uitgesproken faillissement van de zorgaanbieder, gaat de NZa uit van de aanpassing van de productieafspraak tot het laagste totaal bedrag.

Artikel

14

Overschrijding contracteerruimte en geoormerkte ruimte

Artikel

15

Overschrijding pgb-kader

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale pgb-kader te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking aan de NZa.

Een zorgkantoorregio mag het beschikbaar gestelde pgb subsidieplafond niet overschrijden. Om een overschrijding van een regionaal plafond te voorkomen kan een zorgkantoor:

  • middelen overhevelen vanuit de contracteerruimte voor zin uit de eigen regio;

  • andere zorgkantoren verzoeken om middelen over te hevelen vanuit het pgb-kader of contracteerruimte voor zin;

  • een knelpuntenprocedure starten. Een knelpuntenprocedure kan worden gestart als er geen mogelijkheden meer zijn om middelen over te hevelen en een pgb-overschrijding dreigt;

  • bij het uitblijven van middelen een pgb-stop invoeren en indien mogelijk zin aanbieden.

Artikel

16

Overschrijding kader overige uitvoeringskosten

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale bedrag voor overige uitvoeringskosten in jaar t te overschrijden, kan zijdit melden bij de NZa. De NZa kan de Minister van VWS over deze melding informeren overeenkomstig artikel 49e, zesde lid, van de Wmg. De NZa zal dat in ieder geval doen nadat de NZa op voorhand aannemelijk acht dat (i) het zorgkantoor het mogelijke heeft gedaan om een overschrijding te voorkomen. In dat geval moet ook op voorhand aannemelijk zijn dat (ii) een mogelijke overschrijding niet wordt veroorzaakt door (te hoge) uitgaven in verband met preventieve maatregelen van het zorgkantoor, zoals bedoeld in artikel 4.2.4, zesde lid, Wlz. Na ontvangst van een melding, beziet de NZa of het zorgkantoor het mogelijke heeft gedaan om een overschrijding van het regionale bedrag te voorkomen, waaronder:

  • schuiven met de beschikbaar gestelde middelen tussen het inkopen van cliëntondersteuning en cliëntenvertrouwenspersoon en preventieve maatregelen.

  • andere zorgkantoren verzoeken om middelen over te hevelen vanuit het kader voor overige uitvoeringskosten.

Voor zover er nog mogelijkheden zijn, verzoekt de NZa het zorgkantoor deze mogelijkheden te benutten. De NZa informeert VWS in ieder geval over de melding als voornoemde mogelijkheden geen oplossing (meer) kunnen bieden.

Na ontvangst van een melding, beziet de NZa in hoeverre een mogelijke overschrijding wordt veroorzaakt door (te hoge) uitgaven in verband met preventieve maatregelen van het zorgkantoor zoals bedoeld in artikel 4.2.4, zesde lid, Wlz. Voor zover op voorhand aannemelijk is dat overschrijdingen worden veroorzaakt door uitgaven in verband met preventieve maatregelen, informeert de NZa VWS ook daarover.

Voor zover nodig verzoekt de NZa het zorgkantoor of anderen om informatie naar aanleiding van de melding van het zorgkantoor.

Artikel

17

Intrekken/Vervallen oude beleidsregel(s)

De Beleidsregel budgettair kader Wlz 2025, met kenmerk BR/REG-25124c, die een geldigheidsduur heeft tot 1 juli 2026, komt op laatstgenoemde datum van rechtswege te vervallen.

Artikel

18

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De Beleidsregel budgettair kader Wlz 2025 met kenmerk BR/REG-25124c, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Inwerkingtreding/Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2025 en vervalt met ingang van 1 juli 2027.

Bijlagen 1 en 2 maken deel uit van deze beleidsregel.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen Technische bijlage verdeelmodel Wlz en Kader Wlz 2026, die uitsluitend ter inzage worden gelegd bij de NZa en te raadplegen zijn op www.nza.nl.

De beleidsregel en alle bijlagen liggen ter inzage bij de NZa en zijn te raadplegen op www.nza.nl.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel budgettair kader Wlz 2026.

Bijlagen

De bijlagen Technische bijlage verdeelmodel Wlz en Kader Wlz 2026 liggen ter inzage bij de NZa en zijn gepubliceerd op www.nza.nl.