Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 3 september 2025, kenmerk 4196411-1086983-DMO, houdende regels voor het subsidiëren van activiteiten ter versterking van de Tweede Wereldoorlog herinneringssector (Subsidieregeling ter versterking van de Tweede Wereldoorlog herinneringssector) [KetenID WGK027850]

Subsidieregeling ter versterking van de Tweede Wereldoorlog herinneringssector

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagtijdvak 1: de periode van 3 november 2025 09:00 uur tot en met 6 januari 2026 13:00 uur;

  • aanvraagtijdvak 2: de periode van 1 mei 2026 09:00 uur tot en met 15 juni 2026 13:00 uur;

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • Holocaust: systematische vervolging van en genocide op Joden, Sinti en Roma door de Nazi’s en hun bondgenoten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog;

  • minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel

3

Doel van de regeling

De regeling heeft tot doel het realiseren van activiteiten die bijdragen aan de kennisoverdracht van inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden over de Holocaust of over gebeurtenissen die in de aanloop naar, tijdens, of in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden en weinig maatschappelijke aandacht hebben, namelijk:

  • a)

    gebeurtenissen in Nederlands-Nieuw-Guinea;

  • b)

    gebeurtenissen in het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname;

  • c)

    propaganda en miscommunicatie;

  • d)

    verwerking terugkomst en herinnering;

  • e)

    de luchtoorlog in Nederland; of

  • f)

    collaboratie en verzet.

Artikel

4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

5

Subsidievoorwaarden

Artikel

6

Hoogte van de subsidie en subsidiabele kosten

Artikel

7

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

8

Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel

9

Besluit tot subsidieverlening

De Minister besluit binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend.

Artikel

11

Aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

12

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

13

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ter versterking van de Tweede Wereldoorlog herinneringssector.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport J.Z.C.M. Tielen

Bijlage

Wegingscriteria als bedoeld in artikel 7, tweede lid

A. Samenwerking

De omvang van de samenwerking tussen de subsidieaanvrager en andere rechtspersonen zonder winstoogmerk.

Een uitwerking van de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling, waaronder een omschrijving van de taken en afspraken van de subsidieaanvrager en de andere rechtspersonen zonder winstoogmerk binnen de samenwerking.

[max. 35 punten]

5 punten als de activiteiten volledig ontwikkeld worden door de subsidieaanvrager en de gerealiseerde activiteiten slechts worden ‘gebruikt’ door andere rechtspersonen zonder winstoogmerk. Hierbij kan gedacht worden aan het overnemen van een tentoonstelling.

15 punten als de activiteiten worden ontwikkeld door de subsidieaanvrager en de expertise van één andere rechtspersoon zonder winstoogmerk is betrokken.

20 punten als de activiteiten worden ontwikkeld door de subsidieaanvrager en de expertise van één andere rechtspersoon zonder winstoogmerk is betrokken en de activiteiten door beide organisaties worden uitgevoerd.

30 punten als de activiteiten worden ontwikkeld door de subsidieaanvrager en de expertise van minimaal twee andere rechtspersonen zonder winstoogmerk is betrokken.

NB als de expertise van meer dan twee organisaties is betrokken blijft het aantal te scoren punten 30.

35 punten als de activiteiten worden ontwikkeld door de subsidieaanvrager en de expertise van minimaal twee andere rechtspersonen zonder winstoogmerk is betrokken en de activiteiten door minimaal deze twee organisaties worden uitgevoerd.

B. (Participatie) doelgroepen

De mate van participatie van de beoogde doelgroepen bij de vormgeving en de uitvoering van de activiteiten.

Met doelgroep wordt bedoeld: degenen voor wie de activiteiten worden opgezet.

– Een omschrijving van de doelgroep waar de activiteiten zich op richten.

– De wijze waarop de doelgroep is betrokken bij de vormgeving en uitvoering van de activiteiten.

– (indien relevant): de wijze waarop de doelgroep in het verleden is betrokken bij de vormgeving van activiteiten en waarop in de aanvraag wordt voortgebouwd.

[max. 20 punten]

5 punten als de activiteiten ontwikkeld zijn op basis van ervaringen met activiteiten voor de dezelfde doelgroep.

10 punten als de activiteiten worden ontwikkeld in overleg met een vertegenwoordiging van de doelgroep.

20 punten als de activiteiten samen met een vertegenwoordiging van de doelgroep worden ontwikkeld en uitgevoerd.

C. Ervaring

De mate waarin de subsidieontvanger ervaring heeft met het uitvoeren van activiteiten voor de kennisoverdracht van Nederlanders over de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust.

Een omschrijving van de ervaring met het uitvoeren van activiteiten over de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust.

Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de jaarverslagen van de afgelopen 5 jaar, in zoverre deze beschikbaar zijn.

[max. 30 punten]

5 punten als de aanvrager tot 1 jaar ervaring heeft met het uitvoeren van activiteiten op het gebied van kennisoverdracht over de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust.

20 punten als de aanvrager tot 3 jaar ervaring heeft met het uitvoeren van activiteiten op het gebied van kennisoverdracht over de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust.

30 punten als de organisatie meer dan 3 jaar ervaring heeft met het uitvoeren van activiteiten op het gebied van kennisoverdracht over de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust.

D. Aanvulling bestaand aanbod

De mate waarin de activiteit voorziet in een leemte in het aanbod voor de doelgroep.

Of de mate waarin de activiteit een meerwaarde ten opzichte van het bestaande aanbod voor de doelgroep biedt.

– Een beschrijving van het bestaande aanbod voor de doelgroep en de te vervullen leemte voor die doelgroep.

– Een beschrijving van de meerwaarde van de activiteit voor de doelgroep binnen het bestaande aanbod voor de doelgroep.

[max. 20 punten]

10 punten als de activiteit een meerwaarde vormt op het bestaande aanbod voor deze doelgroep.

20 punten als de activiteit in een leemte voorziet voor deze doelgroep.

E. Continuering

De mate waarin de continuering van de activiteit na afloop van de subsidieperiode is geborgd.

Een beschrijving van de manier waarop de activiteiten zullen worden geborgd en of voortgezet na afloop van de subsidieperiode.

[max. 20 punten]

10 punten als de activiteiten stoppen na afloop van het project, maar de aanpak en resultaten toegankelijk blijven voor derden, bijvoorbeeld via een website.

20 punten als de activiteiten voortbestaan zonder subsidie van de rijksoverheid.