Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 18 september 2025, nr. 6692706, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering voor de aanpak Preventie met Gezag 2026–2029

Regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026–2029

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Besluit:

Artikel

1

Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Minister: de Minister van Justitie en Veiligheid;

  • Gemeenten: de gemeenten genoemd in de bijlage behorende bij deze regeling;

  • Programma: het plan van aanpak over de activiteiten Preventie met Gezag per gemeente.

Artikel

2

Doel en definitie activiteiten

Artikel

3

Specifieke uitkering

De Minister kan op aanvraag jaarlijks een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente genoemd in de bijlage bij deze regeling, voor het treffen van maatregelen in het kader van de aanpak Preventie met Gezag van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2029.

Artikel

4

Aanvraag

Artikel

5

Hoogte specifieke uitkering

De hoogte van de specifieke uitkering bedraagt per gemeente ten hoogste het in de bijlage bij deze regeling genoemde bedrag. Het compensabele BTW-deel van het in de bijlage genoemde bedrag wordt niet aan de gemeente uitgekeerd. Dat bedrag wordt afgedragen aan het BTW-compensatiefonds.

Artikel

6

Verlening en bevoorschotting

Artikel

7

Verplichtingen

Artikel

8

Vaststelling en verantwoording

Artikel

9

Terugvordering

Artikel

10

Hardheidsclausule

De Minister kan een bepaling van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het verstrekken van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

11

Inwerkingtreding

Artikel

12

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026–2029.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

Bijlage

behorend bij artikel 5

Tabel 1: Bedragen aanpak Preventie met Gezag per gemeente

Almere

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Amsterdam

€ 5.691.063,26

€ 9.756.108,45

€ 34.959.388,61

Arnhem

€ 1.238.181,96

€ 2.122.597,65

€ 7.605.974,91

Breda

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Delft

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Den Bosch

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Den Haag

€ 2.920.671,96

€ 5.006.866,22

€ 17.941.270,62

Dordrecht

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Eindhoven

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Enschede

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Groningen

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Heerlen

€ 1.116.127,93

€ 1.913.362,17

€ 6.856.214,44

Helmond

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Leeuwarden

€ 1.067.080,41

€ 1.829.280,70

€ 6.554.922,51

Lelystad

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Maastricht

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Nieuwegein

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Nijmegen

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Roosendaal

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Rotterdam

€ 5.456.494,76

€ 9.353.991,01

€ 33.518.467,79

Schiedam

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Sittard-Geleen

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Tilburg

€ 1.496.403,99

€ 2.565.263,99

€ 9.192.195,96

Utrecht

€ 2.776.925,25

€ 4.760.443,28

€ 17.058.255,09

Venlo

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Vlaardingen

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Zaanstad

€ 1.047.083,33

€ 1.795.000,00

€ 6.432.083,33

Tabel 2: Bedragen grassroot pilots per gemeente

Amsterdam

€ 200.000

€ 800.000

Arnhem

€ 200.000

€ 800.000

Delft

€ 100.000

€ 400.000

Leeuwarden

€ 200.000

€ 800.000

Tilburg

€ 200.000

€ 800.000

Utrecht

€ 100.000

€ 400.000