Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
-
modulair pakket thuis (mpt):
het mpt bestaat uit één of meer losse vormen van zorg of dienst als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg (Wlz):
-
–
het schoonhouden van de woonruimte van de cliënt;
-
–
persoonlijke verzorging;
-
–
begeleiding;
-
–
verpleging;
-
–
behandeling, omvattende geneeskundige zorg van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard die noodzakelijk is in verband met de aandoening, beperking, stoornis of handicap van de cliënt;
-
–
vervoer naar een plaats waar de cliënt gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt;
-
–
logeeropvang.
-
–
-
paramedische zorg:
onder paramedische zorg wordt verstaan fysiotherapie, ergotherapie, logopedie en diëtetiek, voor zover sprake is van Wlz-zorg. Voor een duiding van paramedische zorg binnen de Wlz verwijzen wij naar het Wlz-Kompas van Zorginstituut Nederland.
-
dagbehandeling:
behandeling in groepsverband die in dagdelen wordt aangeboden. Alle zorg die nodig is tijdens de dagbehandeling, zoals persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, hoort bij de dagbehandeling. Individuele behandeling kan onderdeel uitmaken van behandeling in groepsverband.
-
dagbesteding, begeleiding in groepsverband:
dagbesteding (ook dagactiviteit genoemd) is een structurele tijdsbesteding met een welomschreven doel waarbij de cliënt actief wordt betrokken en die hem zingeving verleend.
Bij begeleiding (in een groep) gaat het om activiteiten, waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven.
Onder dagbesteding wordt niet verstaan:
-
–
een reguliere dagstructurering die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden;
-
–
een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke.
-
–
-
dagdeel:
een dagdeel is een periode van maximaal vier aaneengesloten uren.
-
regiebehandelaar:
een functionaris die verantwoordelijk is voor de samenhang van de behandeling. Een regiebehandelaar ziet erop toe dat:
-
–
de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de cliënt wordt bewaakt en waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
-
–
er adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen bij de behandeling betrokken zorgverleners;
-
–
er één aanspreekpunt is voor het tijdig beantwoorden van vragen over de behandeling van de cliënt of diens verwante(n).
-
–
-
thuiszorgtechnologie:
zorg of toezicht op afstand aan een cliënt met een indicatie voor de Wlz die op digitale wijze wordt ondersteund/gerealiseerd.
-
uur directe zorgverlening:
een uur directe zorgverlening is de directe contacttijd in uren tussen zorgverlener en cliënt in de thuissituatie/werksituatie.
Onder directe zorgverlening wordt niet verstaan:
-
–
activiteiten van niet-uitvoerenden (leidinggevenden, staf, administratie, management);
-
–
het maken en aanpassen van de planning;
-
–
het multidisciplinair overleg;
-
–
coördinatie van zorg op kantoor of bij verwijzers;
-
–
preventie en voorlichting in groepsverband, dan wel individueel op kantoor (met uitzondering van advies, instructie en voorlichting zoals vermeld in de prestatiebeschrijvingen verpleging en verzorging);
-
–
paramedische zorg tijdens begeleiding in een groep. Als sprake is van een- paramedische behandeling kan gebruik worden gemaakt van de prestatie ‘behandeling paramedisch’; reistijd, bijscholing, stage, intake (anders dan het eerste contact waarin de beoogde beroepskracht de uitvoeringslijn uitzet) en dergelijke;
-
–
werkoverleg.
-
–
-
uur directe zorgverlening voor uitsluitend de prestaties verpleging en persoonlijke verzorging:
voorbeelden van activiteiten die onder directe zorgverlening voor de prestaties verpleging en persoonlijke verzorging, zoals omschreven in artikel 8.2 en 8.4 van deze beleidsregel, kunnen vallen zijn:
-
–
Het opstellen en aanpassen van het zorgplan;
-
–
Bijwerken voortgangsrapportage.
Ook wanneer een cliënt nog ergens anders verblijft dan thuis (bijvoorbeeld in een ziekenhuis, geriatrische revalidatiezorg, hospice) kan verpleging en verzorging worden verleend zolang er sprake is van directe zorgverlening. Hieronder wordt begrepen coördinatie en (warme) overdracht bij ontslag van de cliënt terwijl de cliënt dus nog ergens anders verblijft. Wat voorkomen dient te worden is dubbele bekostiging. Reguliere verpleging gedurende verblijf valt onder de bekostiging voor verblijf.
-
–
-
verplaatste directe contacttijd:
uitsluitend voor de prestaties verpleging en persoonlijke verzorging, zoals omschreven in artikel 8.2 en 8.4 van deze beleidsregel, geldt dat het mogelijk is om verplaatste directe contacttijd te declareren. Directe contacttijd kan, maar hoeft niet plaats te vinden in de thuissituatie/werksituatie. Indien directe contacttijd om efficiëntieredenen of om te voorkomen dat de zorgaanbieder te laat komt bij de volgende cliënt wordt verplaatst naar kantoor of een andere locatie spreken we over verplaatste directe contacttijd. Regelmatig komt het voor dat deze werkzaamheden als 'huiswerk' op de route worden verzameld en (een deel hiervan) na afloop van de route moeten gebeuren.
-
levensloopaanbieder:
zorgaanbieder die zorg levert in het kader Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg. De levensloopaanbieder geeft de levensloopaanpak vorm in een of meer aparte levensloopteams of koppelt de levensloopaanpak aan een (forensisch) FACT team waar ook kennis vanuit de gehandicaptensector en de verslavingszorgsector, het sociaal domein en het veiligheidsdomein aan wordt toegevoegd.
-
Zorg- en Veiligheidshuis:
een Zorg- en Veiligheidshuis verbindt en ondersteunt professionals uit het veiligheids-, zorg- en gemeentelijk domein in het kader Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiliging intensieve zorg. Samen werken Zorg- en Veiligheidshuizen aan een oplossing als een persoon problemen heeft op meer dan één van deze gebieden en een veiligheidsrisico is voor zichzelf of zijn omgeving. Het Zorg- en Veiligheidshuis regiseert de aanpak van deze complexe casuïstiek om escalatie te voorkomen. De aanmelding voor de levensloopaanpak van een Wlz-cliënt is georganiseerd in afstemming met de Zorg- en Veiligheidshuizen.
Gezamenlijk komen betrokken partijen tot het besluit een cliënt wel of niet te includeren. In het proces van de coördinatiekosten levensloopaanpak wordt door de Zorg- en Veiligheidshuizen de datum inclusie vastgelegd. Daar vindt ook de controle op de Wlz indicatie plaats. De levensloopaanbieder die de coördinatie gaat leveren, krijgt een bevestiging van de datum inclusie plus het bestaan van de Wlz indicatie als deze voor betreffende cliënt is afgegeven.
-
geïncludeerde Wlz-cliënt:
een cliënt met een Wlz-indicatie die na het besluit door het levensloopteam georganiseerd vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis is geïncludeerd in de Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg (ook wel genoemd: levensloopaanpak).
Voor overige begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden, maar niet hierboven vermeld staan, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.