Artikel
I
Wijzigt de Participatiewet.
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Participatiewet.
Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Wijzigt de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen I, onderdelen Ka en Q, onder 1, subonderdelen g, ga en gb, II, onderdeel Ea, en III, onderdeel Fa, in werking op het tijdstip waarop artikel XXIIIA van de Verzamelwet SZW 2026 in werking treedt, met dien verstande dat artikel XXIIIA van de Verzamelwet SZW 2026 in werking treedt voordat de artikelen I, onderdelen Ka en Q, onder 1, subonderdelen g, ga en gb, II, onderdeel Ea, en III, onderdeel Fa, van deze wet in werking treden.
Indien artikel XXIIIA van de Verzamelwet SZW 2026 in werking treedt na 1 januari 2026, werkt de inwerkingtreding van de artikelen I, onderdelen Ka en Q, onder 1, subonderdelen g, ga en gb, II, onderdeel Ea, en III, onderdeel Fa, van deze wet terug tot en met 1 januari 2026.
Deze wet wordt aangehaald als: Participatiewet in balans.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.