Wet van 29 oktober 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met verdere versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II)

Wijzigingswet Wetboek van Strafrecht enz. (versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het wettelijk instrumentarium verder uit te breiden om de ondermijnende criminaliteit beter te kunnen bestrijden;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel

II

Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Artikel

III

Wijzigt de Opiumwet.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet wapens en munitie.

Artikel

V

Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel

VII

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

VIII

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

Artikel

X

Wijzigt de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.

Artikel

Xa

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Artikel

Xb

Wijzigt de Omgevingswet.

Artikel

Xc

Onze Minister van Justitie en Veiligheid zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

XI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
De Minister van Financiën, E. Heinen
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten