Artikel
I
Wijzigt het Belastingplan 2025.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt het Belastingplan 2025.
Bij de toepassing van de artikelen 10.1, eerste lid, 10.3, tweede lid, en 10bis.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 20a, tweede lid, en 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2026 worden de betreffende bedragen niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, maar met 1,01653.
Bij de toepassing van artikel 10.1, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 20b, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2026 worden de betreffende bedragen niet vermenigvuldigd met de uitkomst van de daarin opgenomen formule, maar, in afwijking van het eerste lid, met 1,0123975.
Het eerste lid is niet van toepassing op de bedragen, genoemd in de artikelen 4.17a, achtste lid, onderdeel c, 5.59.4, eerste lid, onderdeel c, en 9.4a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De bedragen, bedoeld in de artikelen en onderdelen, genoemd in artikel XXXV, onderdeel c, van het Belastingplan 2024, waarop artikel 10.1, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing is bij het begin van het kalenderjaar 2026, worden daarbij niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, maar met 1,01653.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat artikel I toepassing vindt voordat artikel XXI, onderdeel B, van het Belastingplan 2025 wordt toegepast.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet behoud verlaagd btw-tarief op cultuur, media en sport.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.