De administratie van een houder van een kindercentrum bevat de volgende gegevens:
-
a.
afschriften van alle kinderopvangovereenkomsten;
-
b.
afschriften van uitschrijvingsbewijzen, waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind en de naam van de kinderopvangorganisatie is, en indien de kinderopvangorganisatie meerdere locaties heeft, de locatie van de opvang, en op welke datum de kinderopvangovereenkomst is beëindigd;
-
c.
de overzichten van ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, bedoeld in artikel 2.14 van het besluit, waaruit blijkt wat de voor- en achternaam en geboortedatum van het kind is en diens aanwezigheid per dagdeel per week, de voor- en achternaam van de ingezette beroepskrachten en hun aanwezigheid per dagdeel per week, de naam van de kinderopvangorganisatie en, indien de kinderopvangorganisatie meerdere locaties heeft, de locatie van de opvang;
-
d.
afschriften van facturen, waarop de volgende gegevens zijn vermeld:
-
1°.
de naam van de kinderopvangorganisatie of houder;
-
2°.
de voor- en achternaam van de ouder of partner van de ouder;
-
3°.
de voor- en achternaam van het kind;
-
4°.
de hoogte van de ouderbijdrage;
-
5°.
de maand waarvoor de ouderbijdrage wordt geïnd; en
-
6°.
het factuurnummer.
-
e.
betaalbewijzen, waarop de volgende gegevens zijn vermeld:
-
1°.
de datum van betaling;
-
2°.
de voorletters of voor- en achternaam van de ouder of partner van de ouder;
-
3°.
de naam van de kinderopvangorganisatie of houder; en
-
4°.
de hoogte van de ouderbijdrage.
-
f.
de exploitatievergunning van de locatie, bedoeld in artikel 2.1 van de wet;
-
g.
afschriften van verklaringen omtrent gedrag, bedoeld in artikel 2.8 van de wet;
-
h.
het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 2.5 van het besluit;
-
i.
de samenstelling en het reglement van de oudercommissie, bedoeld in artikel 2.10 van de wet;
-
j.
afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de opleidingseisen van de beroepskrachten in het kindercentrum, bedoeld in artikel 2.8 van het besluit;
-
k.
afschriften van de bewijsstukken met betrekking tot de ervaringseisen van de beroepskrachten in het kindercentrum, bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het besluit en artikel 6 van deze regeling;
-
l.
afschriften van de EHBO-certificaten, bedoeld in artikel 2.11 van het besluit en artikel 5 van deze regeling; en
-
m.
het pedagogisch en educatief beleidsplan, bedoeld in artikel 2.23 van het besluit.