Artikel
1
openstelling
1
Als tijdvak als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg wordt vastgesteld:
|
1 januari tot en met 22 maart 2026 |
Natuurlijke persoon die eigenaar is van een woning gelegen in het mijnbouwschadegebied als bedoeld in artikel 1 van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg die: |
|
a. deelgenomen heeft aan het pilotproject in het kader van de voorbereiding van de toepassing van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg; |
|
|
b. voor de schade waar de aanvraag op ziet, voor 10 december 2025 een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 137 van de Mijnbouwwet heeft ingediend waarop door de minister op 1 januari 2026 nog geen besluit is genomen; |
|
|
c. voor de schade waar de aanvraag op ziet al een advies heeft ontvangen van de Technische commissie bodembeweging; |
|
|
d. voor de schade waar de aanvraag op ziet van de Stichting Calamiteitenfonds Mijn(water)schade Limburg een afwijzing van een verzoek om een voorziening heeft ontvangen omdat er geen sprake was van een schrijnende woonsituatie; |
|
|
e. al bekend is bij de betreffende gemeente als woningeigenaar met vermoedelijke mijnbouwschade; en |
|
|
f. die voor 10 december 2025 een schademelding heeft gedaan bij de Commissie Mijnbouwschade, die niet in behandeling genomen is omdat de Commissie Mijnbouwschade hier niet toe bevoegd is. |