Besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 20 november 2025 houdende de vaststelling van een beleidsregel met betrekking tot het toekennen van een tegemoetkoming in de vorm van een subsidie in natura voor een maatregel die nodig is om te bewerkstelligen dat de schade waarvoor door het Instituut Mijnbouwschade Groningen in het kader van zijn wettelijke taakuitoefening op grond van het Burgerlijk Wetboek een vergoeding wordt toegekend, duurzaam kan worden hersteld (Beleidsregel Duurzaam herstel 2026)

Beleidsregel duurzaam herstel 2026

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Instituut: het Instituut Mijnbouwschade Groningen;

  • gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

  • gebrek aan de constructie: een bestaand gebrek aan de constructie van een gebouw voor zover het geen schade betreft;

  • herstelmaatregel: een aan de hand van het op de website van het Instituut geplaatste technisch kader vastgestelde herstelmaatregel die passend en redelijk is gelet op het geconstateerde gebrek aan de constructie, niet zijnde een herstelmaatregel als bedoeld in de laatstelijk vastgestelde Werkinstructie Herstel & Calculatie, zoals geplaatst op de website van het Instituut;

  • samenloop: samenloop als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Tijdelijke wet Groningen;

  • schade: schade zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen, daaronder begrepen de kosten van iedere redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade als bedoeld in artikel 184 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;

  • technisch kader: laatstelijk vastgesteld technisch kader voor de toepassing van Duurzaam herstel, zoals geplaatst op de website van het Instituut;

  • tegemoetkoming: tegemoetkoming in natura om schade duurzaam te herstellen als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de Tijdelijke wet Groningen, zijnde een subsidie in natura;

  • verergerde schade: fysieke schade aan een gebouw die substantieel in omvang is toegenomen ten opzichte van de daaraan voorafgaande schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut;

  • verklaring de-minimissteun: verklaring van de aanvrager dat de door het Instituut toe te kennen tegemoetkoming niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in de van toepassing zijnde verordening van de Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • werkwijze: laatstelijk vastgestelde Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen als bedoeld in artikel 10 van de Tijdelijke wet Groningen;

  • wet: Tijdelijke wet Groningen;

  • woning: onroerende zaak die, of het deel van een onroerende zaak dat, naar aard en inrichting bestemd is om als woning te dienen en volgens de Landelijke Voorziening Basisregistraties Adressen en Gebouwen een woonfunctie heeft;

  • WOZ-waarde: waarde, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken, zoals deze voor het constructief onderzoek als bedoeld in artikel 3 is vastgesteld.

Artikel

2

Ingangsvoorwaarden tegemoetkoming Duurzaam herstel

Artikel

3

De procedure

Artikel

4

Aard en omvang tegemoetkoming Duurzaam herstel

Artikel

5

Intrekking Beleidsregel duurzaam herstel en overgangsrecht

Artikel

6

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel

7

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel duurzaam herstel 2026.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Groningen
H.C.D. Korvinus Voorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen
E.C.M. van Schie Plaatsvervangend voorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen
B.J. Wierenga Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen
S.F.M. Wortmann Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen